Welkom bij pjotrderooieravotr
Voor ik verder ga... Steun de oproep van de campagne "GEEN OORLOG TEGEN IRAN"! Teken de petitie . DOEN!


Wat staat je hier te wachten?!

Rebelse berichtjes krijg je, dwarse commentaartjes, olijke observaties wellicht, in een oneerlijke en doldraaiende wereld. Een wereld die schreeuwt om op zijn kop gezet te worden.

Bronnen van de informatie zet ik erbij, teksten zijn zelfgeschreven tenzij anders vermeld. Allerlei nuttige informatiebronnen heb ik verzameld op rooieravotr.jouwpagina.nl. Helaas ontsierd door reclame...

O ja: reacties zijn zeer welkom! Kijk daarvoor graag wel ook even op de - op 21 augustus gewijzigde - spelregeltjes.

28 juli 2006

Rooieravotr verhuist

De rooieravotr gaat door met zijn weblog, maar op een andere plek: http://rooieravotr.blogspot.com Tot ziens daar allemaal! Dit hier blijft gewoon on-line, om de hier geplaatste artikelen gewoon toegankelijk te houden (alles overhevelen? ik DENK het niet...), en ik plaats nu en dan een doorverwijzing voor degenen die eerst nog hier zijn beland. Reacties blijven welkom - op de nieuwe locatie, hier gaat het deurtje voor reacties gaandeweg steeds verder dicht.

23 juli 2006

Genova Libera - Genua vijf jaar later (deel 4)

De dag van acties rond het afgezette stadsdeel van Genua waar de G8-top plaatsvond zat erop. Na onze terugkeer op het actiekamp drongen de berichten door van wat in andere delen van de stad was gebeurd. De politie had een man doodgeschoten. Onze woede was groot, en sommige actievoerders gingen de stad in om daartegen meteen een protestdemonstratie te houden. Dat leek ons niet zo verstandig, gezien de opgefokte sfeer die in de stad hing was dat vragen om meer moeilijkheden. Vanuit het actiekamp zagen we een gebouw in brand staat: een bankgebouw, maar daarboven bevonden zich woonblokken.

De nacht was weinig rustgevend. We sliepen deze keer op het actiekamp zelf, onder de open lucht op het beton (matjes en dergelijke boden verlichting). De eerste uren van de nacht cirkelde er minstens een helicopter boven ons en stoorde ons met herrie en  lichtbundel. Treiterij - tenzij ze dachten tussen de actievoerders de heer Bin Laden te vinden. Veel van de extreme veiligheidmaatregelen werden verkocht als voorbereiding tegenover mogelijke terroristische aanslagen, en darabij viel de naam van Osama. In de baai lag zelfs een heus oorlogsschip. Later in de nacht verdwenen de helicopters en kon er beter geslapen worden.

De volgende dag stond er een grote demonstratie op het programma. Voor het zoveer was, vond er een bijeenkomst plaats van diverse revolutionaire groepen - de International Socialist Tendency (de stroming waar de Internationale Socialisten deel van uitmaken) en andere trotskisten. Daar sprak, meen ik, Alain Krivine, van het Verenigd Secretariaat vande Vierde Internationale (een andere trotskistische stroming), en Chris Bambery van de Socialist Workers Party (zusterorganisatie van de Internationale Socialisten). Hij hield een zinderend betoog: "Dit is het Europese Seattle", zei hij. Gisteren was door vele duizenden actie gevoerd tegen de top en "we put them under siege!" We hadden ze belegerd, opgesloten achter hun eigen hekken.

Daarna begonnen we ons te voegen in de enorme stoet die zich klaarmaakte voor de optocht. De stemming was zeer geladen maar tegelijk ook bijna euforisch. Geladen, vanwege de woede over de moord op een actievoerders. We hadden inmiddels op foto s in een Italisaanse krant een indruk gekregen hoe het was gebeurd: hij van dichtbij doodgeschoten, waarna de wagen van de agenten tweemaal over de jongen was heengereden. Maar onse boosheid verbond zich met een gevoel van verbondenheid en kracht toen we zagen en voelden metr hoeveel we waren.

Eenmaal op pad tracteerden we elke politiehelicopter op een zee van middelvingers en spreekkoren: "asasini, asasini!" Hetzelfde deden we tegen een politiepost, hoog op de heuvels. We voelden ons sterk. Maar recht voor ons zagen we wel wat traangaswolken, daar was alweer iets aan de hand. De hoofdstroom sloeg echter rechtsaf, de binnenstad in.

Dat was een prachtige tocht. Overal zagen we uit de ramen mensen kijken, gekleurde vlaggen, rode vlaggen, vlaggen met PACE erop. Op een gegeven moment kregen actievoerders waterstralen uit een tuinslang op zic, vanuit een huis. Praktische solidariteit, een hoogst welkome verfrissing in de brandende zon.

Het mooist vond ik echter het moment toen er een stokoude mevrouw vanuit een van de huizenblokken een oud rood doek tevoorschijn haalde, kennelijk een oude vlag van Communistische partisanen tegen de fascisten of zoiets dergelijks. Zij had het misschienwel allemaal meegemaakt: de jaren zestig en zeventig, toen een uiterst radicale arbeidersbeweging het Italiaanse kapitalisme aan het wankelen brachten; de jarebn 44-45, toen rode partisanen Noord-Italie bevrijdden van de fascisten en een haklve revolutie ontketenden; misschien zelfs wel de rode jaren 1919-1920, toen Italiaanse arbeider met stakingen en bedrijfsbezettingen het voorbeeld van de Russische Revolutie volgden, maar kantjeboord geen doorbraak wisten te bereiken.

En hier stond nu deze vrouw, tegen het eind aan haar leven, en zag ons voorbijtrekken - overwegend jong, voorzien van rode vlaggen, en actievoerend vanuit dezelfde hoop wara haar oude partisanendoek van sprak. Natuurlijk kreeg ze van de vorbijtrekkende actievoerders een emotioneel applaus. Wat er precies in haar omging kan ik onmogelijk bevatten. Maar ik was niet de enige die tranen in de ogen had.

Op een gegeven moment begon in de stoet achter ons een aanzwellend geroezemoes dat snel dichterbij kwam. Moeilijkheden? Politieaanval? nee. Mensen vertelden ons dat bekend was geworden dat de G* haar top had afgeblazen! Dat nieuws leidde tot een vreugde-expolsie, en de stoet van betogers veranderde ter plekke in een dansende menigte, mensen vlogen elkaar om de hals, feliciteerden elkaar, scandeerden "Genova Libera!" Wat een afgang voor hun, wat een victorie voor ons!

Helaas - een half uur later hoorden we een radiobericht: het "nieuws" bleek onwaar, de top was niet afgeblazen. Dompertje natuurlijk - maar alleen al het hele idee dat zoiets denkbaar was, gaf aan hoe het met het gevoel, het gemeenschappelijke zelfvertrouwen, van demonstranten was gesteld.

Aan het eind van de route wachtten we in de hitte op een afsluiting van de tocht. In een straat verderop waren kennelijk botsingen met de politie gaande, langer rondhangen was niet zo erg zinnig. De demonstratie was voorbij. We trokken nu met de groep uit Holland richting het actiekamp, om daar onze spullen te halen en naar de bussen te gaan.

Dat werd nog een spannende tocht. Overal stond politie. We waren nu niet meer met de grote menigte smane, en dus extra kwetsbaar. dat betekende dat we rustig, zonder leuzen te roepen en met vlaggen te wapperen, verder trokken. Erg vrolijk werden we daar niet van, en sommigen van ons vonden het zelfs een slappe wijze van doen. Maar ik denk dat er weinig voor nodig was geweest om ons in moeilijkheden te brengen, en tegen de opgefokte carabineiri van Genua staan met enkele tientallen mensen, zo vlak voor onze terugkeer naar huis zou niets toevoegen aan wat we de drie dagen actie hadden bereikt.

OP het basiskamp snel de spullen gepakt, en naar de bussen. Zelfde voorzichtigheid, en ik was blij toen we in de bus zaten. Zo begon de terugreis. Toen we de Franse grens  over waren viel er een spanning van me af. Intussen waren we druk aan het napraten. Een kameraad merkte op dat wij nu eens drie dagen meemaakten wat socialisten in bijvoorbeeld Turkije dagelijks ondergaan: politiek werk doen in
een halve of hele politiestaat, onder omstandigheden die verwant zijn aan die van een burgeroorlog.

Later onderweg hoorden we griezelig nieuws: de Italiaanse politie was in Genua een actiecentrum binnen gevallen, had mensen zwaar mishandeld en opgepakt. Na thuiskomst zou duidelijk worden hoe grof fde politie tekeer was gegaan, niet alleen tijdens de acties zelf, maar ook na afloop.

Eenmaal terug in Amsterdam gingen we meteen door naar een solidariteitsactie die daar was opgezet tegen de repressie van Genua-demonstranten. Wij kwamen ernaartoe, met onze borden, leuzen roepend en alles. Wij voelden ons morele overwinnaars op de G8 en de politie waarvan we de klappen en het traangas hadden opgevangen zonder dat het ons had gebroken. Maar sommige thuisblijvers voelden zich verslagen - vanwege de moord op de demonstrant. De actie had meer weg van een rouwstoet. Erg onwezenlijk.

Hier botsten ook twee wijzen van aanpak: openlijke massale demonstraties aan de ene kant; autonome groepen op het straatgevecht voorbereide actievoerders aan de andere kant. Juist de ervaring in Genua liet het tekortschieten van die tweede strategie zien, en daarom was het gevoel van veel thuisblijvers - de meer affiniteit met die tweede strategie hadden - wel te begrijpen.

Vervolgens naar huis in Tilburg. Een maat van me, SP-er uit Breda, was al in Amsterdam bij de actie daar, en we reisden samen terug. Ik had intussen mijn toenmalige vriendje gebeld dat ik veilig uit het oorlogsgebied terug was. Ook hij had het nodige te verduren gehad: zich zorgen maken op afstand, en feitelijk niets kunnen doen (ik had vanuit Genua wel een keer kort gebeld). Ook dat is moed en solidariteit. En thuis stond er een warme maaltijd klaar.

Demonstratie "Luid de Noodklok": indrukken en gedachten

Een goede en hoognodige demonstratie, afgelopen middag in Amsterdam, tegen de Iraelische oorlog tegen Palestijnen en Libanezen. Ik was deelnemer, net zoals ettelijke duizenden anderen, van allerlei achtergronden en bevolkingsgroepen.. Vlaggen - Palestijnse, Libanese, rode en Hezbollah-vlaggen, flink veel borden, onder meer van de Internationale Socialisten - "Handen af van Libanon - Vrijheid voor Palestina", maar ook de gouwe ouwe en nog immer relevante "Opsporing verzocht - Bush Terrorist". Ik zag aanwezigheid van, uiteraard, het Palestina Komitee - een van de organsatoren -, van de Turkse linkse organisatie DIDF, maar gelukkig ook van de Socialistische Partij.

Het was een felle demonstratie, dat was maar goed ook. Leuzen: "George Bush, TERRORIST, Olmert, TERRORIST" (vul zelf maar aan, Balkenende en minister Bot werden niet overgeslagen); " Intifada Intifad, palestina VRIJ!", en, steeds feller en langduriger geroepen naarmate de demonstratie vorderde: "Stop de oorlog, Israel uit Libanon!"

Er was een groepje aanhangers van Hezbollah. Zij lieten zich niet onbetuigd met "Allah Akbar" en "Hamas, Jihad, Hizbollah!". Gelukkig domineerde dit gelui niet, anderen - ik ook - kwamen steeds terug met eerder genoemde leuzen. Want, hoewel het Hizbollah-geluid wat mij betreft zeer welkom is, juist op een demonstratie als deze, willen we met de demonstratie als geheel toch vooral de afwijzing van de oorlog zials die door ons allemaal wordt gevoeld naar voren brengen. Dat maakt het ook veel makkelijker om de sympathie van omstanders te winnen.

Overigens vind ik dat mede-demonstranten ook niet teveel koudwatervrees tegenover Hezbollah-geluiden moeten vertonen. Het is Hezbollah, wiens mensen nu onder vuur liggen. En het is Hezbollah dat momenteel keihard terugvecht tegen de Israelische oorlogsmachine - en niet zonder succes. Kritiek op haar ideologie en politiek is terzake, en sommige van de tactieken die Hezbollah gebreuikt - het bschieten van burgerdoelen in Israel - deugen niet. Maar deze kritiek moet deel uitmaken van solidariteit, van het gevoel dat we zij en zij staan en van daaruit kritiek leveren. En het respect dat deze beweging verdient nu ze in de frontlinie liggen en de daadwerkelijk confrontantie met de agressor aangaan, heeft juist op dit moment nu Israelische troepen Libanon binnen zijn getrokken, veruit de overhand.

Sprekers

Ik ga niet alle toespraken samenvatten, maar een paar zaken licht ik er uit. Van tevoren sprak Miryiam Aouragh (bekend van Samen tegen Racisme) ons op de voor veel demonstranten inmiddels bekende vlammende wijze toe. Na afloop, op het Museumplein,  waren er diverse sprekers: Adam Keller, vredesactivist uit Israel, maakte duidelijk dat wei werkelijk "vriend van Israel" wil zijn, juist vanwege die vriendschap Israel moet kritiseren als het zwaar over de schreef gaat - zoals nu. Als in je eigen vriendenkring iemand stommiteiten begaat zeg je daar toch ook iets van?

Ook andere sprekers waren tegelijk erg fel tegen de Israelische agressie, maar tevens soms iets te druk bezig om te voorkomen dat ze als "vijanden van Israel" neergezet konden worden. Dat valt te begrijpen, en de blijdschap om als eerste spreker op het Museumplein Jaap Hamburger van "Een Ander Joods geluid" te mogen begroeten, iemand die werkelijk zijn nek uitsteekt, overtreft veruit de bedenkingen die ik tegen de meer terughoudende delen van zijn toespraak had. Maar uiteindelijk moeten we consequent zijn: de staat Israel is de vijand van Palestijnen, Libanezen , van Syriers en van Iraniers - en van joodse Israeli's wiens veiligheid juist vanwege de haat die de Israelische agressie oproept, NOOIT door dit Israel gegarandeerd kan worden. Israel behoort daarom tot onze vijanden, en wij zijn dus met recht "vijanden van Israel".

Harry van Bommel, parlementslid van de SP, nam vooral de Nederlandse regering op de hak, nadat ook hij eerst wel erg nadrukkelijk evenwichtig probeerde over te komen in dit conflict. Hij verweet minister Bot geen vinger uit te steken, de Israelische misdaden doodleuk te accepteren. Hij riep op tot serieuze maatregelen en sloot af met een oproep tot boycot van Israel. Mee eens! Daar moet nu maar eens zeer stevig werk van gemaakt worden, als onderdeel van verdere activiteiten tegen israelische agressie, Amerikaanse oorlogspolitiek en Nederlandse medepleichigheid aan de reeks oorlogsmisdaden die momenteel plaatsvindt.

Terwijl de laatste reeks toespraken bezig was, ging het gedruppel dat uit de lucht over in stortregen, en heftig onweer. Zoals van het podium al bij het begin van de regen werd opgemerkt - in Lobanon regent het bommen. Met dat in het achterhoofd zit ik nu weer thuis, in de wetenschap dat we - midden in de vakantietijd, met verminderde menskracht en maar anderhalve week tijd -  een goede actiehebben neerrgzet. Met hitte eerst en drijfnatte kleren aan het eind - het was het waard, en we komen terug.

Meer over de demonstratie:

fotoverslag op de website van het Palestina Komitee ;
De toespraak van Jaap Hamburger van 'Een Ander Joods Geluid' staat al on-line
"Israel-Libanon: stop het geweld nu" , kort verslag met enkele foto's, op de SP-site;
Het programma van de demonstratie vond ik op het weblog van Anja Meulenbelt (de laatste muzikant verviel, wegens de tropische bui). Ongetiwijfeld vinden we op haar weblog binnenkort een mooi en van foto s voorzien verslag.
Het programma NOVA had  trouwens een opvallend goede reportage zaterdagavond.

In andere landen

Intussen is in andere landen ook actie gevoerd tegen de Israelische aanvallen. In Sydney, Australie, gingen 10.000 mensen de straat op. "Australians march for peace" , bericht Aljazeera. Londen zag een felle demonstratie. Een prachtverslag met hele mooie foto's geeft Lenin's blog: "Israel kills more in Lebanon - media blackout protests" Hij gelooft niets van de volgens hem absurd lage schatting van de aantallen demonstranten, het waren er veel meer dan de genoemde 7000. En hij laat een hele rake leus op borden zien in zijn fotoselectie: "We are all Hezbollah." Lees en kijk zelf, het stuk is niet alleen treffend maar ook met venijnige humor geschreven.
indrukken en gedachten

22 juli 2006

Genova Libera! Genua 5 jaar later (deel 3)

De twintigste juli was gepland als dag van directe acties. Vanwege de G8-top hadden  de autoritieten een flink deel van de stad afgesloten voor publiek, en vooral voor demonstranten. We vonden het al kwalijk genoeg dat acht mensen achter gesloten deuren zo'n beetje de wereld aan het regeren zouden zijn. Dat ze het ons onmogelijk gingen maken om ons protest zo dicht mogelijk bij de 8 op hun stoep te laten horen was voor ons onverteerbaar . Dus was het plan om naar de afzettingen en hekken toe te gaan, daar te demonstreren, de afzettingen te trotseren en de hekken niet onberoerd te laten. Dat dit het risico van confrontatie inhield, wisten we.

's Ochtends de laatste bespreking - mensen die liever in de achterhoede  bleven kregen alle ruimte, niemand mocht zich gedwongen voelen om dingen te doen of ondergaan die men niet wilde. Daarna allemaal een grote fles schoon drinkwater gehaald - verzorgd door de organisatie, nara ik begrepen heb op kosten van  de zanger Manu Chao in een gebaar van praktische solidariteit. Gezien de hitte en de inspanning is vooral water bepaald geen overbodige luxe.

Ja, en toen op pad.  Zingend, leuzen roepend - maar wat mij betreft in nerveuze spanning. Het duurde niet heel lang of we kwamen bij een van de afzettingen, een hoogst imposant hek, met daarachter de ordetroepen. Een aantal mensen ging aan dat hek sjorren en trekken, en ja, er kwam beweging in ook. Minder amusant was dat een actievoerder, ergens van achter de rijen vooruitgeschoven demonstranten, dingen richting hek en politie begon te gooien. Voorwendselen geven aan de politie om te doen wat die toch al van plan was - en zelf achter de andere demonstranten staan en een veilig heenkomen kunnen zoeken - ik vond en vind het geen solidaire manier van demonstreren - als het hier al om een demonstrant ging, en niet om een van de (zoals uit latere berichtgeving bleek talrijke) politieprovocateurs.

Hoe dat ook zij, dat hek bewoon inmiddels. Het politieantwoord: waterkanon. dat is echter niet zo n heel indrukwekkend wapen als het dertig graden is, in de brandende zon. Maar hierbij bleef het niet. Valk voor de plek waar het hek oprees was een zijstraat naar rechts. Vandaaruit renden opeens agenten op ons af en begonnen te meppen. Inhaken en de charge afremmen lukte niet, onze linies braken, we moesten snel wegrennen. Een agent gaf mij een klap op het voorhoofd. Een lange forse kameraad - volgens mij werd hij zelf ook geslagen - bracht mij - klein, niet fors en niet behendig, bepaald geen streetfighting man-achtig type - in veiligheid. Ook enkele anderen hadden een tik gehad.

Geleidelijk aan keerde de rust wat terug. Ik had een schaafwond op mijn voorhoofd, het was niet prettig om te zien maar stelde niet zoveel voor. Maar ik was tamelijk ontredderd, trilde de anderhalf uur daarop voortdurend op mijn benen. Ik wilde terug naar het actiekamp, niet alleen uit angst voor mezelf maar omdat ik bang was met mijn paniek mijn mededemonstranten alleen maar tot last te zijn. Die mededemonstranten intussen kalmeerden me, en natuurlijk kon van een solo-wandeling van mij terug naar het basiskamp geen sprake zijn. Het was geen episode waar ik enorm trots op ben (ik was mijn zenuwen niet de baas, als individu ben ik geen held, en ik vond dat ik mijn kameraden tot last was of dreigde te zijn) - maar wel voel ik grote dankbaarheid jegens de kameraden op die dag, en heeft het me nog eens duidelijk gemaakt wat de solidariteit van een groep betekent als het erop aankomt. Het belangrijkste is niet ieders individuele heldendom, maar onze gezamenlijke kracht. Die les werd weer eens zeer praktisch gedemonstreerd.

Er begonnen inmiddels berichten door te sijpelen over akelige taferelen in andere delen van de stad, tanks op straat, demonstranten die onderling slaags zouden zijn geraakt, mogelijk zelfs een dode (ik weet niet 100 procent zeker meer wanneer we dat voor het eerst vernamen). Maar intussen waren we zelf alweer op weg naar een ander deel van het afgezette gebied.

Hoog op een heuvel, in een smalle straat was daar weer een hek - en nauwelijks agenten om ons de doorgang te beletten. Doorstoten?! Achter ons echter was intussen wel politie verschenen, we waren ingesloten. De politie wilde ons weg hebben van de hekken - zodat hun contingent bij de hekken niet onder de voet gelopen werd. Wij wilden een georganiseerda aftocht - zodat we niet tot moes geslagen of massaal opgepakt zouden worden. De politie liet ons gaan toen hen duidelijk was gemaakt dat we ons van de hekken wilden verwijderen. Vlak voor de neus van de agenten - kennelijk verbaasd dat het ons lukte om zonder chaos, georganiseerd en met zelfdiscipline op te treden - trokken we ons terug.

Het was tijd voor een adempauze. Tal van demonstranten kwamen bijeen op een plein, en daar rustten we wat uit en kwamen bij van de gebeurtenissen. vervolgens gingen we weer op pad - naar een nabijgelegen plein waar ATTAC actie aan het voeren was tegen, jawel, een afzetting met hekken. Wij - mensen van de International Socialist Tendency - daarheen. Er heerste een bijna feeestelijke stemming, mensen klommen in het hek en rammelden eraan. Achter het hek bevond zich politie, en ook mensen van de pers.

Maar na een tijdje zagen we dat de pers verdween. geen gunstig teken als de politie geen pottenkijkers meer heeft. Een waterkanon spoot mensen van de hekken af, en nam eveneens mensen die vlak voor de hekken bezig waren onder vuur, pardon, water (met iets raars in het water, iets kleverigs meen ik). Het werd duidelijk dat grover geweld van politiezijde niet erg lang op zich zou laten wachten.

We begonnen ons daarom op de terugtocht voor te bereiden en ons daartoe te verzamelen. Juist op dat moment begon de politie traangas af te vuren, in wat feitelijk een aanval in de rug was. Pure intimidatie, het was allang duidelijk dat we ons voor vertek opmaakten. Gekuch en gehoest, mensen stoven allerlei kanten op. Maar de chaos duurde niet erg lang, en even later vonden we elkaar weer.

Daarna liepen we terug, richting basiskamp. Die terugtocht kreeg al snel iets glorieus. Steeds groter werd ons aantal, mensen hadden op allerlei plekken actie gevoerd en kwamen nu elkaar tegen. Al snel liep er feitelijk een demonstratie van duizenden mensen door de stad. We liepen op een weg hoog in de heuvels; die liep naar links - rechts kon je het kamp zien liggen, aan de zee. Een prachtig uitzicht.

De weg links boog een eind verder met een lus weer naar rechts, recht op het basiskamp af. Maar op die weg zagen we iets dat het uitzicht ernstig bedierf: een grote macht aan politiemensen, ik meen ook met pantserwagens of soortgelijke hardware. dat zag er grimmig uit - maar we hadden weinig keus. De politie stond op de route die we nu eenmaal moesten nemen. Er komt maar van wat er van komt, wij lopen door.

Dat deden we, we maakten de lusvormige tocht en liepen recht op het kamp af. En zie - de politie was verdwenen! De route lag open. kennelijk hadden de autotriteiten gezien 1. dat wij met veel waren  en 2. dat we door zouden lopen (al was het alleen maar omdat het de enige zinnige route was). Kennelijk kozen ze eieren voor hun geld en maakten het terrein vrij. dat voelde als een overwinning voor ons en verhoogde de stemming aanzienlijk.

Zo eindigden de acties van die dag voor ons in een psychologische overwinning. De kracht van ons aantal had het gewonnen van hun machtsvertoon, nadat we  tot drie maal toe hadden we hun geweld getrotseerd en hun afzettingen uigedaagd hadden.
(wordt vervolgd)

Genova Libera! Genua 5 jaar later (deel 2)

Op de avond van 17 juli stapten we in Amsterdam in de twee bussen die actievoerders naar Genua zouden brengen, en weer terug. Een fotosessie voor de redelijk prominent aanwezige media, instappen, en rijden met de handel... We waren voorbereid: we hadden besprekingen hehad over wat ons te wachten stond, hadden onderling kennis gemaakt, maar ook geprata over wat ons te doen stond bij traangas. Doek en azijn hadden we voorhanden. maar we hadden de verleiding weerstaan om osn uitvoerig op rellen voor te bereiden - alsof gevechtstraining en verstevigde kledij het zouden kunnen winnen van de gewapende staatsmacht. Onze kracht was ons aantal en onze solidariteit, niet onze bewapening en ook niet onze militaire voorbereiding.

De busreis was lang, en werd onderbroken met een griezelige controle aan de Italiaanse grens, en nog eentje aan de rand van Genua. De bus moest strevigf doorrijden,m het bericht was dat de Italiaanse autoriteiten de toegang op een bepaald moment zouden afsluiten, zodat er geen actievoerders Genua meer zouden binnenkomen. Ik moet bekennen dat ik bang was, en nerveus voor wat zou gaan komen - en soms flitste met door het hoofd dat ik het  wellicht niet heel erg zou vinden als we Genua helemaal niet zouden bereiken. Dit soort angsten heb ik vaker, kort voor  grote acties, maar die angst is niet mijn baas. Gelukkig haalden we Genua op tijd, en in de ochtend konden we ons installeren op het daartoe ingerichte actiekamp.

Daar was nog weinig te doen, dus ging ik met een maat met wie ik daar veel optrok, een vriendelijke student uit Utrecht, even de stad in om te kijken of er nog wat vers eten te koop was. De stad was uitgestorven, de straten waren leeg, de rolluiken van veel winkels omlaag. We vi=onden een pieklein zaakje dat nog open was, kochten daar wat fruit en keerden terug. Bij het oversteken van een weg - keurig gewacht tot het voetgangerslicht groen was, je weet nooit welke aanleiding de politie aangrijpt om actievoerders op te pakken - werden we bijna van de sokken gereden door een politiewagen die de hoek om scheurde. De stemming kwam er zogezegd aardig in.

Op het actiekamp was het vooral wachten geblazen. Er was een meeting van de International Socialist Tendency, de stroming waar de Internationale Socialisten deel van uitmaken. Ik kwam enkele mensen tegen die langs andere wegen uit Tilburg naar Genua waren gekomen en maakte daar kennis mee (altijd nuttig voor het politieke werk thuis, nietwaar?). Zo verstreek de middag.

's Avonds was de eerste grote actie: een demonstratie voor de rechten van migranten. dat was meteen al een indrukwekkend gebeuren. Er werden 15.000 mensen verwacht, het bleken er zeker 50.000 te zijn. Tevolutinaire liedjes - Bandiera Rossa vooral - weerklonken, en prachtige leuzen. Het was tijdens het wachten voor de stoet vertrok dat ik voor het eerst de leus hoorde die de jaren daraop akelig relevant zou blijken: "George Bush, we know you - your daddy was a killer too!" Ja inderdaad, de demonstranten keerden zich tegen veel meer dan 'alleen' tegen de aanval op migrantenrechten.

De betoging zelf liep door de arbeiderswijken van Genua. Keer op keer wererklonk de leus: Genova Libera! En overal zagen we waslijnen met was buiten hangen, als een soort van spandoeken. Wat zou dat te betekenen hebben? Wat bleek, na navraag? Banuit de regering was gezegd dat de bewoners van Genua tijdens de G8 geen was buiten op moesten hangen, dit kennelijk terwille van het imago van de stad en van de topconferentie. De waslijnen lieten zien wat veel arme mensen in Genua daarvan vonden.

Zo kreeg de aankomstdag in Genua een grootse climax ter afsluiting. Terug op het actiekamp moesten we ons verdiepen in praktische zaken zals: iets te eten regelen, en dan naar de plek waar we sliepen. het eerste lukte moeizaam. Het slapen gebeurde in een enorme tent, maar daarvoor moesten we weer naar een ander deel van de stad. Daar aangekomen werd een grote hoofdpijn me bijna teveel, maar daar was gelukkig een paracetamolletje tegen te slikken. 's Nachts ging het plenzen van de regen, en nog onweren ook (onweer maakt me bang, destijds meer dan nu trouwens). Ik kreeg de pest in, ik voelde me beroerd, en de volgende dag zou de dag van stevige acties worden, en dus een zware dag. Maar net voordat het water mijnslaapzak had bereikt was de regen blijkbaar op. Het onweer gedroeg zich redelijk beschaafd. Een paar uur slaap, en de volgende dag voelde ik me een stuk beter.

Dat was maar goed ook, want we zopuden optrekken naar de rand van het vanwege de top afgesloten deel van de stad. En we waren geenszins van plan om de afzettingen en hekken waarmee die afsluiting kracht werd bijgezet, zonder meer te accepteren.
(wordt vervolgd)

Genova Libera! Genua 5 jaar later (deel 1)

In de hitte van deze  week denk ik veel terug aan een drietal andere hete julidagen, vijf jaar geleden in de Italiaanse stad Genua. Daar vond op 19-21 juli de G8-top van wereldleiders plaats. daartegen hielden honderdduizenden mensen felle protesten, en ik was van die honderdduizenden er een.

Al maanden van te voren werd duidelijk dat de G8 actievoerders aan zou gaan trekken, en veel ook. het was anderhalf jaar nadatde beweging tegen neoliberale globalisering in Seattle haar krachtr had laten zien door de top van de wereldhandelsorganisatie in het honderd te helpen lopen met een straatblokkade, demonstraties en andere acties.

In september 2000 betoogden en blokkeerden tussen de 10.000 en 20.000 mensen tegen de IMF/Wereldbanktop in Praag. De acties en rellen maakten de verzamelde bankiers zo nervues dat ze de top vervroegd afbraken. Op die actie, terwijl je vlak voor een brug over de rivier die tussen ons en het conferentiegebouw stond, hoorde ik voor het eerst de prachtige leus: "They make misery - we make history!" En toen mensen "no pasaran" begonnen te roepen (ze komen er niet door - een mooie maar defensieve leus uit de Spaanse Burgeroorlog, antwoordde een aanvoerder van onze groep actievoerders met: "Don' t forget - we are winning!" En inderdaad: de vraag was niet of ZIJ er niet door kwamen, maar of zij er nog toe in staat waren te voorkomen dat WIJ erdoor kwamen.

Drie maanden later betoogden we in Nice tegen de Eurotop aldaar. Nou ja - eerst wachtten we urenlang tot de eindeloze stoet demonstrarende vakbondsleden voorbij was getrokken voor ook wij in de stoet in konden voegen. Eenmaal aan het lopen pikten we de enthousiatse leuzen van vooral de Franse jonge actievoerders van de groepering tegen met name financiele globalisering ATTAC op: "Otpor, Resistance, Intifada, Widerstand!" Otpor was de naam van de jongerenbeweging die met haar acties een grote rol had gespeeld in het verdrijven van de Servische despoot Milosevic in de Servische revolutie van september-oktober 2000; intifada sloeg vanzelfsprekend op de zojuist opnieuw uitgebroken palestijnse opstand na premier Sharoin s provocerende bezoek aan de Tempelberg. Nog mooier vond ik de Franstalige leus: "A ceux qui veux dominer le monde, le monde reponds: RESISTANCE!" Het kostte me enoige moete om te ontcijferen maar vergeten doe ik hem niet meer.

Maar Genua zou groter nog worden, en heftiger ook. Een maand van tevoren won rechts, onder Berlusconi, de Italiaanse verkiezingen. Berlusconi noemde, zo herinner ik me, elke demonstrant die naar Genua zou komen, een persoonlijke belediging. Toen wist ik nog zekerder dat ik daarbij MOEST zijn, en ik vermoed dat meer mensen zo reageerden... Minder vrolijk werden we van de berichten uit Gothenburg, waar in juni van dat jaar weer een Eurotop plaatsvond. De politie trad daar provocerend op, arresteerde willekeurig actievoerders, en schoot een demonstrant in de rug. Toen was duidelijk: de Westerse proberen de nieuwe beweging tegen neoliberale globalisering van de straat te slaan, desnoods van de straat te schieten. En met in Italie een rechtse regering, met deelname van fascisten - Fini als minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de politie! - zag het er grimmig uit. Hoe grimmig, maar ook hoe glorieus, zou snel duidelijk worden.
(wordt vervolgd)

21 juli 2006

Losvast leesvoer, 21 juli

Leve het defaitisme

Amerikaanse voorstanders van Amerikaanse terigtrekking uit Irak krijgen nogal eens voor de voeten geworpen dat ze  defaitistisch zijn, een Amerikaanse nederlaag voorstaan. Tom Engelhard plaatst in zijn weblog een artikel van de hand van Michale Klare: "An Imperial defeatist - and proud of it"  Klare pakt de handschoen op en zegt: "Ja, ik ben 'defaitist' als het gaat om imperiale expansie". Hij maakt duidelijk dat niet allen de wereld, amar juist ook de VS zelf, beter af is als dat land haar streven naar wereldwijde hegemonie opgeeft.

Hij betoogt dat de Amerikaanse politiek niet ingegeven wordt door streven naar democratie: de diverse dictators die een warme handdruk en meer van Bush en consorten kregen dienen daarvoor als illustratie. In werkelijkheid gata het om olie, en Klare pleit er dan ook voor dat de VS haar olieverslaving opgeeft en haar imperiale rol loslaat. Die rol roept precies de haat op die voeding geeft aan terrorisme, aldus Klare. Een wereldwijde hegemoniale rol ondermijnt daarom dat andere officiele beleidsdoel: de strijd tegen terrorisme.

Klare heeft gelijk over de hoofdrol die olie in de Amerikaanse buitenlandse ambities speelt, maar niet in de manier waarop. Het is niet zozeel de VS als olieconsument die wezenlijk is, maar de Amerikaanse doelstelling om de olievoorraden uit strategische overweging te beheersen. Wie over de toegang en toevoer van olie gaat, kan machtspolitieke rivalen -China bijvoorbeeld - daarmee onder druk zetten.

Tevens denk ik dat zijn 'defaitisme' nog niet ver genoeg gaat in zijn houding tegenover de 'oorlog tegen terrorisme'. Die is zelf onderdeel van de hegemoniale ambitie van de VS, ideologisch jasje ervan, en eindeloos excuus voor steeds nieuwe oorlogen. Juist ook die moet in haar kern worden afgewezen, en zover gaat Klare niet. Desondanks een nuttig artikel van Klare.

Aanslagen Mumbai

Op 11 juli vond in Mumbai, India, een vreselijke bomaanslag plaats, met zeker 186 doden, en mogelijkerwijs een ernstige nasleep. De hele tragedie is in de media zoekgeraakt vanwege de steeds verder escalerende oorlog in Libanon. MR Review bericht over de context van de bomaanslag in Mumbai  Train Bombings: a pretext for an  Indian "War on terror"? , door Nagesh Rao.

Hij laat zien hoe de Indiase regering meteen de beschuldigende vinger richting rivaal Pakistan wijst, hoe de regeringscoalitie de kans schooon ziet op een Indiase versie van de 'oorlog tegen terrorisme' te pushen, en hoe de Hindoe-chauvinistische BJP (tot voor kort regeringspartij) meteen roept om herinvoeringen van strenge wetgeving.

Rao geeft ook de bredere context. India heeft sinds 2004 een regering van de Congrespartij, gesteund door twee Communistische partijen. Maar het beleid gata gewooon door op de eerder ingeslagen neoliberale weg. Intussen heeft India steeds betere banden met de VS en wordt steeds ambitieuzer op het wereldtoneel.

Twee problemen komen de Indiase heersers daarbij tegen: Kahsmir - waar hardnekkig verzet tegen de Indiase overheersing woedt; en Pakistan, de rivaal van India, door dat land verdacht van steun aan aanslagen zoals die in Mumbai. India hoopt de Amerikaanse steun nu te kunnen gebruiken om haar eigen ambities te helpen verwezenlijken. De aanslagen in Mumbai laten zien hoe instabiel de regio wordt, vanwege de rivaliteit tussen India en Pakistan en vanwege de door de VS aangejaagde 'oorlog tegen terrorisme'.

Het artikel van Rao biedt een kijkje in een groot en steeds belangrijker land, in een regio waar noch vanuit journalistieke, noch vanuit progressieve hoek, voldoende aandacht voor is.

17 juli 2006

Hoop in Mexico

Vele honderdduizenden, volgens de Financial Times die zich baseerd op cijders van de plaatselijke politie zeker een miljoen mensen, waren gisteren samengestroomd in Mexico City om tegen de grootschalige verkiezingsfraude bij de presidentsverkliezingen in Mexico te protesteren. Ze steunden met hun protest de ies van de linkse kandidaat Lopez de Obrador, die hertelling van stemmen eist en daarvoor een campagne van straatprotest op gang brengt.

Dat er van geknoei op grote schaal is, staat wel vast.  Mary Turck van de tekenen daravan samen op de site van Resource Center for the Americas: gestolen stembussen vol stembiljetten; het aanvankelijk niet meetellen van 3 miljoen stemmen (6 procent) op een moment dat de verkiezingscommissie beweerde dat meer dan 98 oprocent al geteld was (6 plus 98 en 104 procent, dat zelfs in een stalinistisch land een onwaarschijnlijk getal zijn); op paatsen waar wel echte hertelling (van stemmen, niet van totalen per district) plaatsvond, bleek Obrador meer stemmen gekregen te hebben dan de rechte Calderon. De verschillen waren bniet groot, maar genoeg om - als dit een landelijk patroon is - de overwinning van Calderon in een nederlaag om te zetten.

Al ruim een week eerder hielden aanhangers van Obrador een grote demonstratie. Maar de manifestatie van gisteren was veel en veel groter. Vanaf afgelopen woensdag waren uit allerlei plaatsen van Mexico op pad gegaan, verzamelden zich bij de 300 kiesdistricten, hielden plaatselijke protesten en gingen op weg naar de grote betoging. "Dit is een vreedzaame beweging, maar we gaan door tot we ons doel bereiken", zegt een betoger, in een in een verslag van Associated Press.  Dat kan niet als grootspraak worden afgedaan: twee keer eerder lkreeg Obrador steun van grote protesten op straat. In 1995 protseteerde zijn aanhangers tegen fraude bij gouvernuersverkieingen in Tabasco. En vorig jaar droeg een enorme deomonstratie - van dezelfde orda van grootte als de manifestatie van gisteren -ertoe bij dat Justitie een gekunstelde aanklacht - op basis waarvanhij geen kandidaat voor de presidentsverkiezingen zou mogen zijn - liet vallen.

De recente demonstraties zijn veel meer dan een eenvoudig protest tegen verkiezingsfraude. Ze laten zien dat de arme Mexicanen - de aanhang van Obrador komt vooral van die armen, de aanhang van Calderon veelal van de meer welgestelden - zich steeds luider laten horen. Daarmee vormt de protestbeweging een uitdaging aan de heersers van Mexico, en hun internationale bondgenoten, die in het Witte Huis voorop: jullie komen niet zomaar meer weg met jullie politiek van verrijking van de elite en verpaupering van de rest.

Hier en daar wordt deze diepere betekenis van de massaprotesten onderkend. Aljazeera kopte al: "Mexico: a yellow revolution brewing?" Broeit er in Mexico een gele revolutie? Geel is de kleur van de partij van Obrador, de PRD. Hoe reeel is dat vooruitzicht? het leidt geen twijfel dat Obrador geen radicaal is, geen drastische omwenteling nastreeft.  Maar de mensen die nu de straat op gaan zijn vastberaden en boos, en ontlenen groeiend zelfvertrouwen nu ze zien dat ze met veel zijn, dat ze samen een kracht vormen. En ze hebben redenen voor hun woede die veel verder gaat dan een incidenteel verkiezingsbedrog. Dhima Katib, correspondent van Al Jazeera in Mexico Stad, schetst: "In een land van 103 miljoen mensen -  waarvan minstens de helft armn en waarvan er 18 miljoen in extreme armoede leven - hebben de meeste van de mensen die protesteren geen gezondheidszorg, geen onderwijs en geen land. Daardoor hebben ze het gevoel dat ze geen waardigheid en geen toekomst hebben. Ze zeggen dat ze niets te verliezen hebben omdat ze nooit wat gewonnen hebben. En ze zijn het gewoon zat."

De verkiezingsprotesten zijn dan ook deel van iets veekl groters, een wijdverspreid ongenoegen dat op zeer verschillende manieren naar boven borrelt, soms kleinschalig, soms opeens krachtig en van grotere omvang. Een enkel voorbeeld. Op 10 juli begonnen in de deelstaat Tabasco twee gevangenen van de Zapatistas een hongerstaking, zo vertelt Bill Weinberg op het weblog van World War III report. . Ze eisen hun vrijlating, maar ook de vrijlating van mensen die in Atenco bij ewen politieaanval zijn opgepakt, en van alle politieke gevangen in Mexico. Sympathisanten hielden een wake bij de gevangenis, dronken aanhangers van de plaatselijke autoriteiten scholden de actievoerders uit.

Indrukwekkend en regelrecht revolutionair van dynamiek zijn tevens de gebeurtenissen in Oaxaca. Daar is inmiddels, vanuit een lerarenstaking, een beweging op gang gekomen die het complete plaatselijke gezag tracht te ontmantelen en probeert te vervangen door een bestuursvorm met algemene vergaderingen in plaats van de traditionele partijfunctionarissen. Hiervoor grijpen activisten terug op traditionele bestuurvormen. De fascinerende ontwikkelingen krijgen veel aandacht in Narco News; zie bijvoorbeeld een recent verslag van Nancy Davis. In de protestbewegingen werken actievoerders van allerlei achtergronden samen, van anarchisten tot Communistische Prtij met haar Stalinistische karakter. Een mooie reportage daarover lees je op Counterpunch: "Up from below in Oaxaca: the new revolution in Southern Mexico" van Clifton Ross.

Verkiezingsprotest van arme aanhangers van Ovrador, activisme vanuit de Zapatistas en daarmee verbonden groepen, opstandigheid zoals momenteel in Oaxaca ... als deze vormen van revolte sammen geen vloeien, als mensen vanuit die bewgingen hun krachten verder bundelen dat kan de huidige verkiezingscrisis de opening zijn van een nieuw, hoopvopl hoofdstuk in Mexico's roerige geschiedenis. Keep tuned and get inspired...

16 juli 2006

Hezbollah aan het woord

De Israelische agressie dendert door, maar het verzet slaat hard terug. Israelische aanvallen op Libabon hebben minstens tachtig doden onder de burgerbevolking gekost de afgelopen dagen. Een raketbeschieting door Hezbollah uit vergelding voor die aanvallen op de Israelische stad Haifa kostte 8 mensenlevens. In totaal kwamen door raketbeschietingen van Hezbollah in 5 dag 16 Israelische burgers om. Dit alles volgens volgens Al Jazeera.  Ook zij zijn slachtoffer van de wrede Israelische agressie die de vergelding van de zijde van Hezbollah uitlokt, om er een excuus aan te ontlenen voor nog grovere aanvallen op Libanon en, zo valt te vrezen, ook Syrie en Iran. ABC News komt trouwens met andere aantallen: meer dan 100 doden aan Libanese kant, en slechts 12 aan de zijde van Israel. Dat laatste bericht vond ik via een prachtig anti-Zionistisch weblog, Jews Sans Frontieres.

Hezbollah gaat de uitdaging aan en maakt zich op voor een verdergaande confrontatie met het Israelische leger die op handen is. "Hezbollah verklaart Israel de oorlog", zo bericht Al Jazeera over een verklaring die Hezbollah-leider Sayyid Hassan Nasrallah afgelopen vrijdag aflegde in reactie op de Israelische agressie tegen Libanon. Maar Hezbollah verklaart Israel helemaal niet de oorlog. Israel heeft Hezbollah aangevallen en de oorlog verklaard. Hezbollah doet niets anders dan die handschoen opnemen en de zionistische aanvaller op glasharde en heldere wijze van repliek dienen.

Laten we de verklaring eens wat beter bekijken. MR zine, de dagelijks aangevulde website die hoort bij het marxistische tijdschrift de Monthly Review, is zo vriendelijk geweest er een Engelse vertaling van te publiceren. Nasrallah begint met een bloemrijke groet aan de familie van de slachtoiffers, aan de strijders tegen de aanvallers, en aan het Libanese volk. Hij heeft vervolgens een boodschap voor zowel dat volk, de strijders vanuit dat volk, de Zionisten en de Arabische leiders. Niet aan de internationale gemeenschap, "omdat ik nooit maar een dag heb geloofd dat er zoiets bestaat als de internationale gemeeenschap, net zo min als velen uit mijn naties dat voelen."

Het Libanese volk krijgt lof van Nasrallah voor het feit dat het verzet daravan de Israelische troepen uit Zuid-Libanon heeft verjaagd. Aan de bezetting van vrijwel heel Zuid-Libanon kwam op 25 mei 2000 een einde. Volgens Nasrallah is de huidige Israelische aanval daar een vergelding voor. "Wat vandaag plaatsvindt is geen antwoord op het gevangen nemen van hun soldaten(...) Vandaag is dit (...)daarom de totale oorlog die het Zionisme voert om haar rekening te vereffenen met Libanon, het Libanese volk, de Libanese staat, en het Libanese verzet, uit vergelding en wraak voor de overwinning die zij behaalden op 25 mei 2000."

In de huidige strijd zijn er twee keuzes: buigen voor de agressor, of volhouden. De verzetsstrijders zwaait hij grote lof toe: "Op hen rust de hoop van iedere Libanees, iedere Palestijn, iedere Moslim, iedere Arabier, elk vrijen fatsoenlijk persoon, elk onderdrukt, gefolterd slachtoffer van onrecht, iedereen die volharding, moed, waardigheid, waarden en edele deugden liefheeft - de eigenschappen die ze belichamen door hun aanwezigheid op het slagveld en in deze strijd met deze vijand, de strijd van dappere helden. Ik zeg tot hen: na God de Allerhoogste, zijn jullie de hoop van de natie."

De Zionisten - waarmee hij, te generaliserend, zo'n beetje de hele joodse bevolking van Israel lijkt aan te duiden - krijgen te horen: "jullie zullen spoedig ontdekken hoe dom en kranksinnig jullie leiders zijn". Enkele zinnen later volgt dan : "Jullie wilden openlijke oorlog, en we gaan nu openlijk ten oorlog. Wij zijn klaar voor oorlog, op elk niveau. Naar Haifa, voorbij Haifa, en nog verder dan voorbij Haifa.Niet wij alleen zullen een prijs betalen. Niet alleen onze huizen zullen verwoest worden. Niet alleen onze kinderen zullen gedood worden. Niet alleen onze mensen zullen verdreven worden. Die dagen zijn voorbij." De raketbeschietingen door Hezbollah totnen in ieder geval aan dat Nasrallah niet bluft.

Hij houdt de bevolking van Israel verantwoordelijk voor de misdaden van hun leiders: "jullie moeten de verantwoordelijkheid dragen voor wat jullie regering heeft gedaan, voor waar jullie regering mee bezig is." Dat is een dubieuze gelijkstelling. Maar 1. het is niets anders dan wat Israel voortdurend doet: de burgerbevolking keihard straffen voor wat gewapende groeperingen of regeringen van het land waar die burgers wonen. Nasrallah kondigt een koekje van eigen deeg aan, niets meer. En 2. voorstanders van de stata Israel zeggen toch zo graag dat Israel een democratie is? Welnu, inderdaad!  Maar accepteer dan ook de consewuenties, geachte 'vrienden van Israel'.

Immers: de huidige Israelische van Olmert, deze aanvoerder van de huidige agressie, berust op een gekozen meerderheid van joods-Israelische stemmen. En onwetendheid kan ook het excuus niet zijn: de Israelische pers is vaak openhartiger en kritischer over de misdaden die de staat israel jegens bijvoorbeeld palestijnen begaat dan de Volkskrant of de New York Times. Heel veel joodse burgers van israel zijn, behalve slachtoffers, wel degelijk ook medeplichtig aan de onderdrukking van Palestijnen en de aanval op Libanon. Wie zwijgt - zeker nu! - stemt toe. Dat rechtvaardigt geen aanvallen op willekeurige burgers. Maar het maaktd e uitspraken van Nasrallah een stuk minder extreem dan ze op het eerste gezicht mogen lijken.

Ten slotte krijgen de Arabische heersers van Nasrallah een veeg uit de pan. "Wij in Hezbollah zijn avonturiers, jazeker. Maar we zijn avonturiers geweest vanaf 1982. En we hebben ons land slechts overwinning, vrijheid, bevrijding, waardigheid, eer en trots gebracht. Doit is onze geschiedenis. Dit is onze ervaring. Dit is ons avontuur. in 1982 zeiden jullie, en zei de wereld, dat wij gek waren. maar we bewezen dat wij degenen waren die rationeel waren, dus wie was er gek? (...) Dus ik zeg: gokken jullie maar op jullie redelijkheid, en wij gokken op ons avontuur, met Goid als degene die osn steunt, onze Weldoener. Wij hebben nooit ook maar een dag op jullie gerekent. We vertrouwden op God, onze mensen, onze harten, onze kinderen. Vabndaag doen we hetzelfde, en als God het wil, zullen we zegevieren" - waarna hij verwijst naar het Israelische schip dat zojuist een raketaanval had geincasseerd.

Ik vind it een indrukwekkende verklaring, vandaar dat ik er de volgens mij meest aansprekende stukken van heb vertaald. Wat er ook op de politiek van Hezbollah, en op de retoriek van Nasrallah, aan te merken valt - het vrijwel gelijkstellen van Joodse buyrgers met de Zionistische staat, het Islamistisch-religieuze karakter van de politiek van Hezbollah - we horen in de woorden van Nasrallah een authentieke stem van een werkelijke strijd tegen agressie en onderdrukking. Die strijd verdient onze solidariteit - niet zonder kritiek, maar wel onvoorwaardelijk.

AANSTAANDE ZATERDAG 22  SEPTEMBER, 13 UUR, Beursplein, Amsterdam: Luidt de noodklok - stop de oorlog tegen de Palestijnen. Lees meer, kom ook, help mee!

15 juli 2006

Terreurstaat Israel escaleert verder

De gevaarlijkste terreurgroep van het Midden-Oosten, ook wel bekend als de staat Israel, is bezig een grootschalig bloedbad in de hele regio te ontketenen. Israel krijgt daarvoor de vrijwel openlijke goedkeuring van de gevaarlijkste terreurgroep van de wereld, ook wel bekend als de regering van de Verenigde Staten. Na de aanvallen op de Gazastrook en nu op Libanon lijkt een aanval op Syrie slechts een kwestie van tijd te zijn. Ook Iran ligt in het schootsveld van beide schurkenstaten, Israel en de VS.

De woorden ontbreken om recht te doen aan de woede en ontzetting die ik, net als zeer veel anderen, voel bij de verschrikkingen die zich deze weken voltrekken. Veel wijst in de richting van een nog grotere oorlog. Het is hoog tijd om daartegen te ageren - in woorden en in daden. De demonstratie die op 22 juli wordt gehouden tegen de Israelische agressie is een hoognodige stap.

Gaza

De huidige escalatie bego niet, zoals veel berichten suggereren, als "overreactie" op een tweetal "ontvoeringen" van Israelische soldaten, een door Palestijnse strijders vanuit de Gazastrook, de tweede door Hezbollah-strijders aan de grens tussen Libanon en Israel. Al maanden is Israel - met stun van de VS en de EU - bezig om de Palestijnen op de Gazastrook te straffen omdat zij bij vrije verkiezingen gestemd hebben op Hamas. Met die stem lieten Palestijnen weten dat zij een leiding wilden die Palestijnse nationale zelfbeschikking prioriteit gaf, boven een bedrieglijk 'vredesproces', en boven de goodwill van Israelische en andere Westerse politici. Ook gaven Palestijnen hiermee de corrupte en veel te plooibare leiding van Fatah een verdiende afstraffing.

Israel erkent geen Palestijnse zelfbeschikking, en weigert de Hamas-regering te erkennen. Afsluitingen van de Gazastrook, maar ook militaire aanvallen, vormden de Israelische aanpak. Natuurlijk ledde dit tot verzet, onder meer tot het nu en dan afschieten van overigens nogal krakkemigige raketten vanuit de Gazastrook richting Israel. Dat vormde dan weer voorwendsel voor nog hardere Israelische aanvallen, met tal van slachtoffers onder de burgerbevolking.

Tegen die achtergrond viel een Palestijne gewapende eenheid Israelische soldaten aan, en nam een korporaal gevangen. Die man - ik weiger zijn naam in te tikken zolang de Volkskrant, de NRC, het NOS Journaal, etcetera, weigeren om ALLE Palestijnse en Libanese slachtoffers van Israelisch geweld met naam en toenaam te vermelden - is niet "ontvoerd". Die man is krijgsgevangen gemaakt. Het was, aldus een analyse in The Guardian een antwoord op Israelische terreur.odde het isarelische leger de weken voorafgaande aan de "ontvoering" van de Israelische korporaal enkele toientallen burgers, waaronder 7 Palestijnse kinderen.

Het Israelische antwoord kennen we inmiddels: een verdere opvoering van de beschietingen van Gaza, het bombarderen van de elektriciteitsvoorziening, het doorbreken van de geluidsbarriere door Israelische vliegtuigen. Israel  omtvoerde tevens een aantal Hamas-ministers en parlementsleden.  Dat heette natuurlijk "gevangenneming" van "terroristen". Maar het was ontvoering van burgers, en als zodanig een illegale en terroristische daad.

Libanon

Afgelopen week viel een Hezbollah-eenheid aan de noordgrens van Israel Israelische soldaten aan, doodden 7 van hen, en namer twee militsairen gevangen. Weer hetzelfde gejammer over ontvoering, gecombineerd met grootschalige militaire Israelische agressie. Maar ook hier geld: deze soldaten zijn niet ontvoerd, maar krijgsgevangen gemaakt, in dit geval in een oorlog waraoin het recht aan de kant van Hezbollah ligt.

Hezbollah staat om minstens drie redene in haar recht. Nog steeds houdt Israel een klein stuk van Libanon bezet. Zolang dat het geval is, voert Hezbollah een rechtvaardige strijd tegen Israelische bezetting. Israel houdt niet alleen 9000 Palestijnen gevangen, maar ook Libanezen. Zolang dat zo is, is Israel in feite in oorlog met Libanon, of dat nu officieel zo heet of niet. In die oorlog staat Israel tegenover Hezbollah, dat nu een paar krijgsgevangen heeft en daarmee Libanese gevangenen vrij wil krijgen.

Gevangenenruil is in het Midden-Oosten helemaal niets nieuws. Als Israel nu doet alsof zoiets onbespreekbaar is en ondenkbaar, dan is zoiets gebaseerd op bedrieglijke vergeetachtigheid. In Counterpunch geeft Samar Assad een overzicht. Nog vorig jaar drong een comite aan op vrijlating van Libanezen uit Israelische gevangenissen, zoals uit dit bericht blijkt. . Maar Libanese gevangenen in Israelische gevangenissen zijn blijkbaar acceptabel, Israelische soldaten die krijgsgevangen worden gemaakt zijn dat kennelijk niet.

Maar er is een veel fundamenteler reden dat Hezbollah in haar recht staat. veel wijst erop dat de Hezbollah-actie ingegeven werd door het verlangen om de druk van Israel op Gaze te verlichten en als het ware een tweede front te openen en wellicht zelfs Israel een uitzichtsloze guerrilla-oorlog in Libanon in te zuigen. Solidariteit met en steun aan het  Palestijnse verzet vormden, als dit zo is, een wezenlijke drijfveer. En het siert Hezbollah dat het de Palestijnse strijd trachtte ondersteunen, het strekt ze tot grote eer.

Ja, je kunt zeggen dat het nogal ver gaat om uit naam van die solidariteit de -geheel voorspelbare - israelische vergelding over Libanon af te roepen. Maar 1. Israel kiest voor die vergelding. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij die staat zelf, niet bij Hezbollah. Bovendien 2. Israel had al veel eerder aangegeven dat de gewapende macht van Hezbollah haar een doorn in het oog was. Daarbij had ze de steun van de VS. Net als in Gaza was de gewapende actie tegen Israelische soldaten het voorwendsel voor Israelische agressie, niet de echte reden. 3. Israel moet gewoon verslagen worden, wil er aan deze eindeloze misere een eind komen. Als dat betekent dat er een tweede front moet komen, en dat het Israelische leger stuk moet lopen op een guerrilla-oorlog in Libanon is dat gruwelijk, gezien al de onschuldigen die omkomen.

Laten mensen die een snellere en betere weg hebben om Israel een beslissende nederlaag toe te brengen, zich vooral melden. Ik heb er zelf ook wel ideeen over, ik denk inderdaad dat er betere strategieen denk- en doenbaar zijn. Maar Hezbollah en Hamas voeren nu de strijd, de keus hoe zij dat doen is nu aan hun. Gezien de huidige situatie zeg ik: leve de strijders van Hamas en Hezbollah in hun rechtvaardige oorlog tegen de staat Israel.

Natuurlijk reageerde hezbollah op de Israelische agressie met vergelding. Het schoot raketten af op israelische dorpen, en richtte zich in die zin ook tegen burgerdoelen. Maar schade en aantal slachtoffers stonden in geen verhouding tot het Israelische geweld. Tegelijk schoot Hezbollah ook een raket af op een Israelisch oorlogsschip. dat rakate hierdoor beschsadigd. het enige dat ik daraaan betreur is dat de schade niet groter was, dat Hezbollah er niet in slaagde het hele oorlogsschip naar de bodem van de Middellandse Zee te jagen.

Wordt Syrie doelwit, in deze estafette-oorlog die Israel heeft ontketend? Aanwijzingen die richting zijn er. Op 15 juli berichtte Y-net, een Israelische nieuwssite, dat Al Hayat, een Arabische krant in Londen (gevonden via Another Day in the Empire, het vaak oververhitte en soms slordige weblog van Kurt Nimmo, dat echter informatiebronnen boven water krijgt die erg behulpzaam zijn). Net als de gevangenneming van de Israelische korporaal betrof het vanuit Hezbollah een gewapende actie tegen militairen, niet tegen burgers. Het Israelische antwoord bestond uit grootschalige bombardementen met in enkele dagen al vele tientallen burgerslachtoffers.

Natuurlijk antwoordde hezbollah daarop met het afschieten van raketten op het Noorden van Israel. Die kwamen op dorpen en steden neer, en richtten zich in die zin op burgerdoelen. Maar 1. het betrof hier een antwoord op oIsraelisch geweld; 2. het antwoord verbleekt bij dat Israelische geweld. Tevens raakte een raket een Israelisch oorlogsschip. Het enige dat ik daaraan betreur is dat de beschadiging ervan niet veel zwaarder was dan die was, dat Hezbollah er niet in geslaagd is het hele oorlogsschip tot zinken te brengen. meldde dat Israel een ultimatum aan Syrie had gesteld: zorg dat Hezbollah de genangenen vrijlaat en haar acties in het grensgebied binnen 72 uur staakt, of anders...  En terwijl isarel meteen na de Hezbollah-actie de Libanese regering verantwoordelijk hoeld en de aanval op Libanon opende, wees vanuit de VS de beschuldigende vinger richting Syrie en richting Iran. Die landen waren volgens een verklaring van het Witte Huis op 13 juli "verantwoordelijk voor de aanval en het geweld dat daarop volgde", zo bericht Inter Press Service.

Nu zijn er ongetwijfeld banden tussen de Syrische en Iraanse regeringen en Hezbollah. Wees blij, zou ik zeggen! Dan doen die twee regimes nog eens wat nuttiges met hun geld en hun wapens. Maar hezbollah is een zelfstandige verzetsbeweging, geen marionet van Damascus of Teheran. Het idee dat de oorzaak van de verzetsstrijd die Hezbollah voert in Syrie ligt, of dat een aanval op Syrie Hezbollah gaat breken, is absurd. Zo 'n aanval zou de volgende stap zijn in escalatie, en na de aanval op Gaza en Libanon zou het een nieuwe, volstrekt verwerpelijke, daad van agressie zijn.

Maar hoe verwerpelijke en hoe agressiever, hoe meer het in de lijn ligt van de Israelische leiders en hun hoofdsponsors in Washington. Tegenstanders van de Israelische bezettings- en agressiepolitiek kunnen er maar beter van uitgaan dat die politiek verder doorgezet wordt, met steeds bloediger gevolgen. dat zal doorgaan totdat die tegenstanders een verzet opbouwen , zo sterk dat het israel en de Verenigde Staten kan verslaan. De opbouw daarvan kan niet wachten. Over een week is er een prachtige gelegenhied om onze tegenstand zichtbaar te maken: "Luidt de noodklok! Stop de oorlog tegen de Palestijnen!"  Op 22 juli, 13 uur, ziek ik jullie  dan ook allemaal op het Beursplein in Amsterdam. En zegt het voort!

14 juli 2006

Losvast leesvoer, 14 juli

Amerika van boven...

Deze wereld wordt geregeerd door ruziemakende rijken. Hun belangen vertaling zich in regeringsbeleid, zij drukken met hun internationale rivaliteiten hun stempel op de wereldpolitiek, hun binnenlandse ruzies heten kabinetscrisis of staatsgreep, hun internationale ruzies staan bekend als oorlogen. En de machtigste groep rijken vibnden we in het machtigste land ter wereld, de Verenigde Staten.

In "The power of the rich"  beschrijft William K. Tabb in de Monthly Review van juli/augustus hoe de rijken van de VS de politiek naar hun hand zetten. Politici hebben sowieso al geld nodig om aan hun carriere te beginnen - eigen geld, of financiering door geldschieters die daarvoor iets terugverachten. Politici worden doorgaans tijdens hun loopbaan nog rijker dan ze al zijn. Tabb citeert de schriver Mark twain die ooit ironisch opmerkte: "Als jouw man in het Congres terugkomt voor herverkiezing en dan geen millionair is, dan is het een idoioot en moet worden weggestemd." Tabb geef voorbeelden van hoe groepen investeerders via zowel Republikeinen ans Democraten beleid doorzetten dat in hun rechtstreekse vordele is, en schetst de zakelijke belangen achter zowel de huidige als de vorige president.

Op de Democratische partij hoeven we dan ook niet te rekenen als we aan deze oppermacht van de rijken paal en perk willen stellen, zo laat Tabb zien. "Pas als gekozen functionarissen een goedgeorganiseerde en gemobiliseerde oppositie vanuit de bevolking tegenover zich zien, zullen ze ervan afzien om simpelweg te stemmen voor datgene wat de rijken willen", zo besluit Tabb zijn nuttige artikel.

Amerika van onder...

Is er hoop op zo'n oppositie in de Verenigde Staten? Teveel mensen ter linerzijde zijn dara pessimistisch over. Amerikanen worden te vaak gezien als passieve gehersenspoelde slachtoffers van de elite, of zelfs als enthousiaste fans van Bush en zijn beleid. Dit beeld klopt niet, en International Socialism heeft in hara zomernummer een artikel dat laat zien waarom niet: "The hidden history of US radicalism" Daarin schetst Megan Trudell hoe keer op keer, vanaf de late negentiende eeuw, grote groepen arbeiders en onderdrukte groepen demonstreerden, staakten, in opstand kwamen om voor hun rechten op te komen, actie te voeren tegen oorlog en tegen racisme. Daarbij boekten ze nederlagen, maar ook forse overwinningen. In de jaren dertig dwongen arbeiders met bedrijfsbezettingen en grootschalige stakingsstrijd erkenning van vakbondsrechten en betere arbeidsvoorwaarden af.

Veel daarvan brokkelt de laatste decennia af onder het onopha-oudelijke offensief van ondernemers, krachtig ondersteund door zowel Republikeinse als Democratische politici. Maar juist de laatste tijden borrelt er weer verzet: tegen de oorlog in Irak, tegen de aanval op de rechten van migranten, om maar eens twee voorbeelden te noemen. Hoop is de vinden in het versterken van zulk verzet en het verstevigen en uitbouwen van netwerken van mensen die de strijd aangaan - niet bij een Democratische partij waarin links veel te lang ten onrechte zijn strategie ondergeschikt heeft gemaakt, zo laat ook Trudell zien.

Israelische staatsterreur, nu en toen

De premier van de door Hamas geleide Palestijnse autoriteit, Ismail Haniyeh, laat zien dat hij begrijpt hoezeer steun vanuit de Amerikaanse bevolking voor een rechtvaardige zaak ertoe kan doen. In "Agression under false pretences" geeft hij een kijk het geweld dat Israel op de Gaza-strook heeft ontketend. De gevangenneming van een Israelische soldaat was een voorwendsel voor dat geweld, niet de echte reden. De echte drijfveer is het breken van de democratisch gekozen Palestijnse regering. Haniyeh geeft aan dat de Palestijnen eisen wat veel Amerikanen toch vanzelfsprekende waarheden vinden: het recht een eigen regering te kiezen, het recht op naionale onafhankelijkheid.

Ook geeft hij aan in welke richting hij een oplossing zoekt: terugrekking van israel uit Gaze en Westoever, stichting van een Palestijnse staat daarm te als hoofdstad Oost-Jeruzalem; onderhandelingen over terugkeer van vluchtelingen; stopzetting van elke militaire agressie en expansie van Israelische zijde. onderhandelingen met  een "niet expansionistisch Israel dat zich aan de wet houdt", zijn wat Haniyeh betreft, zeer wel mogelijk.

Precies zo'n 'niet-expansionistisch, zich aan de wet houdend Israel' ligt niet erg in de lijn der verwachtingen - een zwakke plek in Haniyeh's betoog. Maar het is een verademing om zijn betrokken maar tevens kalme uiteenzetting te lezen. Wat we ook denken over de ideologie van Hamas, iedereen die nog zegt dat deze organisatie iedere vorm van overleg bij voorbaat afwijst, spreekt bewust of onbewust een grove onwaarheid.

Hoe wreed de staat Israel tekeer gaat is dagelijks tal van nieuwsmedia te lezen. Ik vond een aangrijpend artikel in Middle East report Online, geschreven door correspondent van de Jordan Times Omar Karmi: "Gaza in the vice" DE vreselijke medische gevolgen van de agressie staan hier centraal. het bewust door Israelische vliegtuigen doorbeken van de geluidsbarriere bijvoorbeeld: niet alleen raken kinderen volslagen vannstreek door de angstaanjagende knallen, zwangere vrouwen krijgen miskramen en andere nai=righeid bij de zwangerschap. Het artikel geeft ook aan dat Israelische aanvallen al aan de orde van de dag warebn ver voor die ene militair door Palestijnse strijders gevangen werd genomen. Zoals de Palestijnse premier al aangaf, die gevangenneming was voorwendsel, niet de reden.

De Palestijnse trauma's zijn zeer diep geworteld - minstens 58 jaar diep. In 1948 voerden de zionistische milities hun strijd die tot de stichting van de stata Israel leidde. Voor Palestijnen betekende dit 'Al Naksa', de Catastrofe, de massale verdrijving van honderdduizenden Palestijnen uit hun geboorteland. Palestijnen die nu hu huis uit moeten vanwege de Israelische aanvallen in Gaza weten, voelen, dat dit niet voor het eerst is. Al Nakba is voortdurende realiteit, het gaat voortdurend door.

Het webog van Tom Engelhard komt met een hartverscheurend artikel over de gebeurtenissen in 1948 in een enkel Arabisch stadje, "Sandy Dolan, deja vu in Gaza" . Hoofdmoot ervan is een stuk van Sandy Dolan: "The Palestinian Catastrofe, then and now". Dolan heeft een uitvoerige studie gemaakt van Al Nakba in het plaatsje Lydda. Israelische troepen, aangevoerd door de later minister van Defensie Dayan, vielen in juli van dat jaar Lydda aan. Na brute verovering ervan onderdrukten Israelische soldaten een opstand: 350 mensen kwamen om, waaronder tot aan 80 burgers in een moskee. Aan Israelische zijde kwamen welgeteld 4 mensen om.

Daarna werden tussen de 30.000 en 50.000 bewoners uit hun huizen gezet en op de vlucht gejaagd. De latere premier Rabin gaf hiertoe opdracht, nadat hij hiervan door de toenmalige premier Ben-Goerion instructie had gekregen. De vluchtelingen lieten - kennelijk in de hoop dat ze snel terug zouden keren - alles achter. SAlleen alles wat ze aan munten, goud en juwelen hadden namen ze mee, om onderweg kkosten te kunnen betalen. Precies die schamele rijkdommen werden ze door Israelische militairen afgepakt. Op de vlucht - in de brandende hitte, zonder voldoende eten en drinken, uitgeput - kwamen oude mensen en kinderen om. Gebeurtenissen als deze liggen ten grondslag aan de Palestijnse woede en strijd. De verschrikkingen van Al Nakba zijn een levende erfenis, en kennis van die vershcrikkingen is nodig om de achtergrond te snalppen van de volharding waarmee Palestijnen blijven vechten voor hun rechten, hun land, hun waardigheid.

Lees het artikel, en lees het nogmaals. Laat de tranen komen, laat ze stromen of hou ze in - wat je voorkeur heeft. Maar zet je verdriet en woede om in solidariteit. Zaterdag 22 juli demonstreer ik, samen met hopelijk vele vele anderen, onder het motto: "Luid de noodklok: stop de oorlog tegen de Palestijnen". Tijd: 13 uur, plaats: Beursplein, Amsterdam. HIER  lees je meer, kun je actiemateriaal downloaden en je aanmelden om mee te helpen. Ik zie jullie allemaal op 22 juli in Amsterdam. Toch?!

11 juli 2006

Mexico: een vleugje revolutie

Er hangt een vleugje revolutie in de lucht in Mexico. Dar vleugje zou komende dagen wel eens kunnen uitgroeien tot veel meer, nu de linkse presidentskandidaat Lopez de Obrador voor komende woensdag tot grote protesten heeft opgeroepen tegen de fraude waarmee de rechtse kandidaat Calderon in het zadel denkt te komen.

Op donderdag 6 juli verklaarde de verkiezingscommissie dat Calderon met minieme meerderheid had gewonnen. Maar dat er sprake is van grootschalig verkiezingsbedrog wordt steeds duidelijker.  John Gibler schetst in "Mexican Elections Mired in Anomalies"allerlei tegenstrijdigheden: ruim drie miljoen stemmen die in eerste instantie niet meegeteld werden; pas toen Obrador over deze stemmen begon, doken 2,5 miljoen ervan weer op. Dozen met stembiljetten uit districten waar Obrador gewonnen had - bij het afval. Volgens de PRD, de partij van Obrador, zijn er bij 50.000 stembureaus dingen niet in de haak.

Al in de aanloop werd duidelijk dat de regeringspartij vuil spel speelde. John Ross beschrijft in "Chronicle of a Fraud Foretold" allerlei kwalijke operaties. Zo liet de regeringspartij PAN een wegens corruptie aangeklaagde Guillermo Palme, vroegere secretaris van Financien van Mexico Stad onder drukz etten om te verklaren dat Obrador (ex-burgemeester vabn die stad)geld uit de gemeentekas had gebruikt voor zijn verkiezingscampagne. "Mexico's dramatic vote count lacks credibility", concludeert Lauca Carlsson terecht, maar niet zonder understatement.

Hoie grootschalig de fraude bij de telling was, schetst Al Giordiani in  "A Full Vote count shows that Obrador won Mexico's election by more than a million votes" Als de trend die zichtbaar werd bij de paar pakketten met stembiljetten die werkelijk voor echte hertelling geopend werden - en die fraude ten voordele van Calderon lieten zien - vertaald wordt naar het totaal aantal stemmen, dan blijkt dat niet Calderon, maar Obrador gewonnen heeft, met een miljoen stemmen voorsprong. Giordiani laat die fraude zien met foto s van de uitslagen zoals die bij stembureau s zichtbaar waren, en van de uitslagen zoals de verkiezingscommissie die gaf. Tussen die twee cijferreekse is bepaald verschil zichtbaar, ten nadele van Obrador.

Overigens was  de 'hertelling' waar vorige weke sprake van was, geen echte hertelling van stembiljetten maar enkel van de totalen per kiesdistrict. slechts op een enkele plek gingen de pakketten met stembriefjes open. "Recounting? Not really", lezen we - met bijbehorende uitleg - op het weblog El machete, gewijd aan de Mexicaanse presidentsverkiezingen.

Een fraudeuleuze rechtse machtsgreep, geen legitieme verkiezingsoverwinning van rechts, dat speelt zich momenteel in Mexico af. Maar de machtsgreep stuit op weerstand. Lopez de Obrador weigert zich erbij neer te leggen, en hij beperkt zich daarbij niet tot louter juridische middelen. Afgelopen zaterdag sprak hij een grote menigte -  130.000  mensen, mogelijk veel meer - toe, besprak de fraude en eiste een hertelling 'stem voor stem' ( zie "Mexico's leftist candidate presents evidence of fraud" in The Independent). "Als er geen oplossing komt, dan komt er revolutie", riepen simmigen van de betogers volgens Al Jazeera. Al eerder viel het woord 'revolutie' in de achterban van Obrador. "Als er een revolutie voor nodig is dan zal het een revolutie worden", zei Obrador-aanhanger Guadeloupe Tellez (zie "Mexico braces itself for protests" ).

Nu is er voor revolutie meer nodig dan een straatprotest tegen een rechtse verkiezingsdiefstal. Maar dit straatprotest staat niet op zichzelf. Al vele maanden is er in Mexico sprake van protestacties. Lopez de Obrador is op zichzelf geen enorm radicaal-links iemand, een presidentschaop van hem zal het Mexicaanse kapitalisme ruimschoots overleven. Het is echter de hoop die hij belichaamt, en vooral de activistische manier waarop die hoop vorm krijgt, die een radicalere omwenteling dichterbij brengt, en die de huidige machthebbers angst inboezemt. Robert Burbach vertelt er meer over in "Democracy betrayed: electoral fraud and rebellion in Mexico"

Minstens zo belangrijk zijn andere bewegingen - van mijnwerkers en staalarbeiders, van leraren en  vanuit Indiaanse gemeenschappen - die een druk uitoefenen tegenover de macjthebbers. het samengaan van dit soort beweging kan wel degelijk een revolutionaire explosie dichterbij brengen. Mexico: there' s a riot going on" is een mooi artikel waarin John Ross een veeld van dit veelvormige verzet geeft.

Obrador kent zelf de kracht van straatprotest: hij heeft er zijn deelname aan de verkiezingen aan te danken. Vorig voorjaar probeerde het Openbara Ministerie de kandidatuur van Obrador te torpederen door hem met een vage aanklacht uit zijn toenmalige ambt - burgemeester van Mexico Stad - te werken. De autoriteiten haalden snel bakzeil toen honderdduizenden mensen - Obrador-aanhangers, maar ook mensen die sowieso stelling wilden nemen tegen dit soort machtsspelletjes - de straat op gingen. In  "Meltdown in Mexico" valt te lezen hoe en wat. Het iend van het liedje was dat de procedure - bekend als desafuero - onder druk van het protest werd stopgezet en de openbare aanklager het veld ruimde (zie "Mexican AG resigns as Fox backs down from electoral coup" ). De straat had de machtsspelletjes van de door rechts geregeerde staat weten te torpederen.

Vorig jaar ook begonnen de Zapatistas, de verzetsbeweging die vanaf 1994 in opstand is in de zuidelijke provincie Chiapas, aan hun 'Ander campagne'. In de zogeheten "Zesde Verklaring van de jungle van Lacandon" lanceren ze een initiatief om een landelijke linkse beweging op te bouwen. vanaf begin 2006 houden de Zapatistische aanvoorders - Subcomandante Marcos en anderen - allerlei bijeenkomsten in gemeenschappen die in actie zijn tegen de machthebbers. Het idee is om te demonstreren dat er meer is dan presidentsverkiezingen, dat het zaak is om zelf actie te ondernemen en elkaar daarbij te ondersteunen.

In "Zapatistas take a road trip to build a united left platform" beschrijft David van Deursen de beginfase van de campagne in januari. John Gibler geeft een goed beeld van de campagne en haar doelstellingen in "The Orphans of 3rd July". Erg informatief is ook "Twenty Questions for Big Al, the Other campaign and the Zapatista Army of National Liberation", waarin John Ross, sceptisch over de "Andere Campagne"  een aantal kritische, en soms hinderlijk-vooringenomen vraen stelt aan Al Giordiani, een aanhanger/ deelnemer die verhelderende  maar soms wel al te juichende antwoorden geeft

De campagne bepleitte geen boycot van de verkiezingen, maar uitte wel felle kritiek op de tekortkomingen van Obrador. Zonder twijfel heeft de 'Andere Campagne" linkse netwerken versterkt - en daarmee een kritische houding aangewakkerd vanwaaruit mensen niet alle heil van zelfs de meest progressieve presidentskandidaat verwachten, maar zelf initiatief nemen.

Afgelopen maanden is op diverse plaatsen grootschalig protest en verzet geweest. Staalarbeiders en mijnwerkers staakten toen van regeringswege gepoogd werd een leider van hun vakbond weg te werken. In "Fighting for Union democracy - Mexican miners on strike" schetst Dan la Botz de achtergronden.

Op 3 en 4 mei viel de politie een straatactie van bloemenverkopers in Atenco aan met grootschalig geweld. In "Mexico: violence and backlash in San Salvador Atenco"  is daarover informatie verzameld. En in Oaxaca is een staking van leraren de afgelopen maanden uitgegroeid tot volksopstand tegen de gouverneur van die provincie, nadat een grote politiemacht actievoerders uit de binnenstad probeerde te jagen De actrievoerende leraren en hun bondgenoten kwamen terug en joegen de politie terug. "Four weeks that shook Oaxaca" schetst de groei van deze beweging. Opvallend is trouwens dat juist in Oaxaca en Mexico Staat -  waar Atenco ligt - de regerinsgpartij en de PRI (tot 2000 de partij die de poluitiek beheerste, en ook de partij van de gouverneur van Oaxaca tijdens de genoemde politieaanval) - door de kiezers zijn afgestraft ( zie Al Giordiani in Mexican authorities with no result to declare bring on a crisis".

Het beeld is duidelijk. Wat zich in Mexico afspeelt is veel meer dan een verkiezingscrisis naar aanleiding van fraude. Het heeft er veel van weg dat we in een vroege fase zitten van wat wel eens een grote confrontatie kan worden tussen de arme meerderheid van Mexico, en de arrogante heersers die met zich al decennia lang met geweld en fraude in het zadel proberen te houden. De weerstand van onderop kan niet alleen de verkiezingsfraude van rechts verslaan en ervoor zorgen dat Obrador president wordt. Dezelfde weerstand kan ervoor zorgen dat er veel verdergaande veranderingen bereikt worden dan een iets linkser beleid vanuit het presidentiele paleis.

7 juli 2006

Losvast leesvoer (7 juli)

Zionisme

Het nieuws, voorzover niet weggedrukt door brood-en-spelen in de vorm van voetbal en Tour de France, wordt al wekenlang beheerst door de weerzinwekkende Israelische aanvallen op de Gazastrook. dat is een goede aanleiding om de kwalijke kanten te belichten van de beweging die aan de Israelische staat ten grondslag ligt: het Zionisme. Tony Greenstein"Hungary, Auschwitz and rewriting the Holocaust" doet dat in een artikelenserie in de Weekly Worker, weekblad van de Communist Party of Great Britain.

In het eerste artikel, "Unholy Alliance" ,geeft hij de parallel aan tussen het antisemitisme uit de late negentiende en vroege twintigste eeuw, en het zionisme dat tegen die achtergrond ontstaat. Antisemieten zeggen: joden zijn niet welkom in ons midden. Tegenstanders van het antisemitisme, principiele antiracisten, antwoorden met: iedereen is welkom, joden en niet-joden dienen zij aan zij te staan tegenover antisemitische uitsluiting. Zionisten zeggen echter iets anders: zij vinden ook dat joden en niet-joden niet samen kunnen of moeten leven. De zionistische conclusie is dan: joden moeten zich afzonderen en een eigen stata vormen. Daarmee erkennen ze de 'logica' van de antisemieten. Dit maakt zelfs allerlei vormen van samenwerking van zionisten en antisemitische ppolitici mogelijk, en Greenbaum geeft daarvan stuitende voorbeelden.

Het tweede artikel, "Zionism and the Holocaust" brengt Greenstein tamelijk schokkende gegevens bijeen over de milde, soms zelfs welwillende houding vabn nazi-leiders jegens Zionistische organisaties - en de relatief welwillende houding die tenminste sommige van die organisaties tegenover het nazi-regime innamen. Zelfs praktische vromen van samenwerking kwamen voor: zionistische organisaties braken een boycot die iandere joodse organisatiesin de jaren dertig tegen de nazi's hielden. En tijdens de Holocaust kozen Zionisten systematisch niet voor het redden van zoveel mogelijk joden, maar voor het bevorderen van emogratie van 'geschikte'  (gezonde, goed-opgeleide, jonge) joden voor emigratie naar Palestina.

In het derde artikel, "Hungary, Auschwitz and rewriting the holocaust", werkt hij een berucht voorbeeld daarvan uit: hoe Zionistische leiders de Hongaarse joden weigerden te redden of zelfs maar te waarschuwen, in ruil voor het ongehinderde vertreek van een kleine bevoorrechte groep. Rudolph Vrba, ontsnapt uit Auschwitz, probeerde met zijn getuigenis aan de noodklok te trekken. Zijn verhaal werd door zionisten aanvankelijk stil gehouden, en ook later , in Israel kreeg hij zacht gezegd niet de erkenning die hij verdient.

Veel van de dingen die Geemstein bespreekt waren niet nieuw voor mij. Lenni Brenner heeft eerder de aandacht gevestigd op de soms wel erg intieme verwantsachap tussen Zionisme en antisemitisme. Maar de handzame en goed gedocumenteerde artikelenreeks in de Weekly Worker maakt dit soort informatie op toegankelijke wijze beschikbaar. Ik heb de indruk dat de serie nog niet voltooid is, ik ben benieuwd naar het vervolg.

Iran

De New Yorker heeft weer eens een mooi verhaal van Seymour Hersh, de fameuze onderzoeksjournalist die onder meer de martelingen onder Amerikaanse veranwtoordelijkheid in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis naar buiten bracht. Dit keer bericht hij over de conflicten binnen in de Amerikaanse politieke en militaire top over een eventuekle aanval op Iran, in "Last Stand".

Vanuit militaire hoek is bijvoorbeeld de inzet van kernwapens - iets wat uit de hoek van Rumsfeld op zijn minst werd overwogen - opeen 'nee' gestuit. Dat schijnt nu uit de scenario's te zijn geschrapt. Ook heerst er bij militairen sowieso twijfel over een aanval. Alleen de luchtmacht vertoont enig enthouiasme. Bommen gooie van 12 kilometer hoog is nu eenmaal minder riskant dan mariniers Teheran laten bestormen.

Het artikel stemt mij mild-optimistisch. Nee, ik zie de militaire top bepaald niet als garantie tegenover de oorlogsdrive van Cheney, Rumsfeld en Bush. Maar als de top in het Pentagon zo vervuld is van twijfel en aarzeling, dan is die top des te kwestsbaarder tegenover druk vanuit de maatschappij tegen de oorlogsdreiging. Het is dus zinvol om die druk op te voeren, we voeren geen verloren strijd.

Alternatief

De Socialist Review van deze maand heeft een kraakhelder artikel van Alex Callinicos: "Alternatives to Neo-liberalism". Ddarin formuleert hij stukken antwoord op de aloude vraag die linkse critici van het kapitalisme voor de voeten geworpen krijgen: "maar wat willen jullie dan wel?"

Welnu, Callinicos legt de gangbare socialistische pinten uit: doorbreking van de onaantastbaarheid van de particuliere eigendom; nationalisering als eerste stap; beheer door arbeiders zelf; het doorbreken van de hegemonie van de markt via planning;het  breken van de gevestigde staat doorrevolutinaire druk van onderop; een basisinkomen voor iedereen, zodat de dwang om beroerd werk te accepteren tegen  slechte voorwaarden wordt doorbroken. Zoals het hier staat zijn het bijna cliches. Callinnicos brengt ze tot leven en komt met voorbeelden en heldere redeneringen. Aanrader!

6 juli 2006

Mexico: verkiezingsdiefstal mislukt?

Vier dagen na de presidentsverkiezingen in Mexico worden twee dingen steeds duidelijker. Rechts probeert ze te stelen en het presidentschap toe te spelen aan Calderon, de kandidaat van de huidige regeringspartij PAN. Maar deze poging is bezig stuk te lopen op de weerstand van links, van Obrador, de kandidata van de voorzichtig-linkse PRD, en vooral van heel veel van zijn aanhangers en andere kritische mensen in Mexico.

De eerste dag na de verkiezingen sprak de berichtgeving over een nek-aan-nek-race, met een kkleine voorsprong van Calderon. Maar ook toen al waren er mensen die de vonden dat de boel niet pluis was. Greg Palast bijvoorbeeld, een journalist die destijds veel schreef over het verkiezingsschandaal in Florida, 2000, toen de republikeinen hertelling dwarsboomden en Bush het preisedentschap toegespeeld kreeg door een meerderheid van vijf tegen vier in het Hooggerechtshof.

"Grand Theft Mexico" , schreef hij afgelopen maandag op zijn weblog. Daarin meldde hij dat de exit-polls een voorsprong voor Obrador aangaven, maar de eerste voorlopige uitslagen die de  van een vrijwel gelijke stand spraken. Bovendien blijkt de regeringspartij te beschikken over kiezerslijsten die enkel in handen van de officiele verkiezingscommissie. Op basis van dit soort lijsten kunnen kiezers van de stembus geweerd worden of hun stem ongeldig verklaard. De lijsten zouden geleverd zijn door ChoicePoint, een Amerikaans bedrijf.

Het was allemaal geen bewijs van grootschalige fraude. Maar terecht wijst Palast erop dat met name de afwijking tussen exit-polls en eerste uitslagen voor bijvoorbeeld Amerikaanse politici reden is om "fraude" te roepen - als het tenminsne gaat om een regering die de VS weg wil werken, zoals bijvoorbeeld in Oekraine 2004. De Mexicaanse regeringspartij ligt echter bij de Amerikaanse regering erg goed in de (vrije) markt...

De dagen erop kwam met name Narco News met steeds meer berichten over dubieuze frauduleuze praktijken. Immigranten in de VS mochten stemmen, maar dat kostte geld. Van de ruim vier miljoen immigranten in de VS brachten slechts 28.000 hun stem uit, niet de armsten mag je aannemen, en dus eerder supporters van rechts dan van links. Stembureaus waar mensen die in Mexico zelf vanwege interne migratie niet in hun woonplaats waren, terecht konden hadden maar een beperkte capaciteit. Kiezers werden dan ook weggestuurd. Ook zijn er 900.000 stemmen "geschoren" (verwijderd, niet meegeteld), zonder helderheid over het hoe en waarom. Aldus Al Giordiani in "Mexico: introducing the "PREF" results" .

Nu is verkiezingsfraude niets nieuws in Mexico. In 1988 stal de toenmalige regeringspartij PRI ook de verkiezingen. Dat ging als volgt. De oppositie - ook toen al PRD, maar toen met kandidaat Cardenas - lag aanvankelijk op voorsprong. Vervolgens crasht het computersysteem van de stemmentelling. Nadat de boel het weer deed, lag opeens de PRI voor. Vrijwel niemand die geloofde dat dit zuivere koffie was. maar Cardenas legde zich bij zijn "nederlaag" neer, en de hegemonie van de PRI duurde nog tot 2000. Toen werd die partij afgelost door de PAN, de neoliberaal/ conservatieve partij van de huidige president Fox.

Deze keer is echter van berusting ter linkerzijde geen sprake. Obrador sprak direct al van fraude, en eiste hertelingen. Allerlei mensen begonnen informatie te verzamelen die op tegestrijdigheden wees. Zo hangen er bij de stembureau's officiele uitslagen op lijsten. En op de Mexicaanse officiele verkiezingssite zijn uitslagen te lezen. Mensen begonnen foto's te maken van de lijsten op stembureau's en die te mailen aan Obrador. Die officiele uitslagen weken vaak af van wat er op de verkiezingssite stond, en vaak ten nadele van Obrador. Waar op het stembureau 188 stemmen voor Obrador stonden, waren dat er in de officiele verzie opeens maar 88. Zie op Narco News: "In Mexico, 2.5 million votes reappear" , eveneens van de hand van Giordiano, een onmisbare journalist op een onmisbare website dezer dagen.

Precies dat soort informatie, door talloze webloggers en internetters in Mexico naar buiten gebracht, gaf Obrador handvaten om hardnekkig tegen de fraude stelling te blijven nemen. Robert Collier bericht er ook over, in de San Francisco Chronicle: "More  Votes Counted - Gap Shrinks" . Daar valt ook te lezen dat zelfs PRD-functionatrissen nerveus worden van hun achterban. Zo wilden mensen een straatprotest houden tegen de gang van zaken. De komende, juist verkozen PRD-burgemeester Ebrard drong er bij de organisatoren op aan hier van af te zien. "We willen niet in de val trappen dat we het hele electorale proces afwijzen", zei hij.

De komende dagen en weken worden razend spannend. Zullen hertellingen en juridische procedures voldoende zijn om de verkiezingsdiefstal terug te draaien? Of komt de straat eraan te pas, om meteen een veel verdergaande democratie op te eisen? Bewegingen die zich daarvoor inzetten, bijvoorbeeld de Zapatistas, hebben inmiddels een aanzienlijke kracht. Wordt vervolgd....

5 juli 2006

Balkenende III: schandaal verpakt als kabinet

Kabinet Balkenende III komt eraan, en wordt een missionair, geen demissionair, kabinet. Anders gezegd, het mag echt gaan regeren en hoeft zich niet te beperken tot alleen het bijhouden van lopende zaken. Dat is de schandalige uitkomst van de kabinetscrisis die vorige week uitbrak toen D66 haar steun aan Balkenende II introk.

Waarom schandalig? Welnu, de coalitie valt uit elkaar, dus moet er een ander kabinet gevormd worden, van een andere politieke samenstelling. Als we het beetje democratie dat er is serieus nemen, dan moeten eerst de kiezers zich uitspreken, voordat er zo n verandering optreedt. het is al erg genoeg dat we zo weinig invloed hebben op het formeren van kabinetten (na de stembusgang staan we feitelijk buitenspel). Maar op dezelfde gekozen meerderheid doodleuk een andere coalitie bouwen alsof er niets aan de hand is, en kijken of je via die weg alsnog je plannen kunt doordrukken, dat betekent dat dit beetje democratie nog verder tot een wassen neus gemaakt wordt. En maar verbaasd zijn waarom mensen de politiek niet vertrouwen...

Maar er sleelt nog iets extra kwalijks mee. Ik lees op nieuws.nl, in "Balkenende III regeert missionair" dat CDA en VVD een missionair kabinet wilden met het recht om beleid te maken "omdat zij willen profiteren van het hervormingsbeleid dat de laatste jaren is gevoerd". ja, dat staat er: CDA en VVD willen hun voordeel doen met het beleid, en daarom krijgen we nog een portie. Wat betekent dat "profiteren"? Ik had al het idee dat CDA en VVD met hun beleid vooral geld overhevelden van de arme en iets minder arme meerderheid van de bevolking naar hun rijke vrindjes in hun villa's in Aerdenhout en Wassenaar. Maar ze zullen toch niet zo stom zijn dat ze dit openlijk als motivering aandragen om nog even door te regeren?

Ik denk dat het hier om een ander soort "profiteren" gaat, maar net zo kwalijk. Na harde bezuinigingen hoopte het kabinet, in het jaar voor de verkiezingen, enige cadeautjes te kunnen uitdelen in de hoop enige goodwill terug te krijgen en een dramatische verkiezingsnederlaag te voorkomen. "Na het zuur komt het zoet", dat idee.. De kabinetscrisis dreigde roet in dat eten te gooien en de ruimtre te openen voor een ongekende en voortijdige afrekening met rechts in de stembus. Maar door een volwaardig kabinet eruit te slepen kunnen VVD en CDA alsnog mooi weer spelen in de komende begroting - en teglijk hun neoliberalee agende blijven doordrukken.

Een kabinet dat doorregeert, om de verkiezingen door het paaien van kiezers naar haar hand te zetten. Dat is wat Balkende III is. Inderdaad, dit rompkabinet is ook daarom een "rampkabinet", om die mooie taalvondst van Jan Marijnissen op zijn weblog maar even te hanteren (zie "geen rompkabinet" , 30 juni). Dit kabinet is een verkiezingscampagne van VVD en CDA, op kosten van de belastingbetaler.

De hele vertoning wekt weerzin, en de uitkomst ervan verdient totale afwijzing. Jan Marinijssen zei "Ik hoop wel dat dit kabinet het politieke fatsoen kan opbrengen om controversiele zaken er nu niet  eventueel samen met de LPF - door te jassen." (zie op de SP-site "SP betreurt komst Balkenende III" ) Maar dat is het hem nu juist: dit stel regeerders heeft geen politiek fatsoen. Dat bleek de afgelopen jaren uit hun hardvochtige beleid, en dat blijkt nu weer uit hoe ze tot iedere prijs doorregeren om verkiezingswinst te incasseren.

Een als kabinet vermomde verkiezingscampagne heeft dan ook, wat mij betreft, geen enkele legitimiteit. Links zou daarom haar afwijzing dan ook op hoogst onparlementaire wijze tot uitdrukking moeten brengen, en doen alsof dit kabinet niet bestaat. Linkse parlementariers horen het voorlezen van de troonrede op Prinsjesdag te boycotten, net zoals het voorlezen van de regerinsgverklaring en het hele parlementaire werk de komende maanden, zolang Balkenende III regeert. Linkse gemeenteraadsleden dienen geen enkele medewerking te verlenen als een minister van dit stel putschisten in hun gemeente op werkbezoek komt. Elke nieuwe beleidsmaatregel die dit stel oplegt, elke circulaire die de ministers rondsturen, dient te belanden waar ze horen: in het postvak "verwijderde berichten" of in het cylindrisch archief in de hoek van het kantoor.

Intussen is er werk aan de winkel, juist ook buiten het parlement. De aangekondigde verkiezingen van 22 november moeten een afrekening met rechts brengen. Maar daarvoor is vooral het opvoeren van allerlei vormen van maatschappelijk verzet nodig, van acties tegen bezuinigingen tot het opstoken van protest tegen de Nederlandse deelname aan de koloniale oorlog tegen Afghanistan. Dat zal de atmosfeer in de maatschappij versterken waarin rechts verder in het defensief gedrukt zal worden, dit romp/ rampkabinet een onregeerbaar land tegenover zich krijgt e, de afrekening met rechts niet een feit wordt - in de stembus en vooral op straat. De inzet is helder geformuleerd aan het eind van "Eindelijk: Balkenende is omver" , de verklaring die de Internationale Socialisten binnen 24 uur na de val van het kabinet uitbrachten. "Balkenende is omver. Nu zijn beleid nog."

30 juni 2006

Losvast leesvoer, 30 juni

Zoals regelmatige lezers zal zijn opgevallen is deze rubriek, net gestart, na de tweede aflevering weken niet verschenen. Ik had internetproblemen thuis, zodat het hele weblog stil kwam te liggen. Sinds afgelopen woensdag doet internet het weer goed en komen er dus weer stukken. En vandaag dus ook weer "Losvast Leesvoer", zij het in een vrij beknopte editie.

Een tweetal artikelen verdienen aandacht in dit rubriekje. Volgende week weer uitvoeriger berichtgeving hier, hoop ik.

Midden-Oosten

De New Left Review, een Brits links theoretisch tweemaandelijks tijdschrift, heeft een uitvoerig redactioneel commentaar over de machtspositie van de Verenigde Staten tegenover de groeiende tegenstand die deze macht oproept. Schrijver ervan is Tariq Ali, veteraan in de strijd tegen Westerse interventie-oorlogen, destijds actief tegen de oorlog in Vietnam, nu in de strijd tegen de oorlogen die Bush heeft ontketend na de aanslagen van 9/11/2001. Het artikel heet "Mid-point in the Middle East" .

Zoals de titel aangeeft is vooral de situatie in het Midden-Oosten onderwerp van het stuk. Juist daar verliest de VS steeds meer de greep. Irak is door de ivasie van de VS niet in ee pro-Westerse modelstaat omgetoverd, maar afgegleden naar helse toestanden. Via verkiezingen kwamen intussen in zowel Iran als Palestina Ismaistische leiders: de Hamas-beweging in Palestina, president Agmenidajed in Iran. Volgens Ali is dat niet zozeer een uiting van de behoefte aan sternge silamitische wetgeving. Veel meer is het een gevolg van de afwijzing van eerdere pro-Westerse, corrupte elytes die  de rechten van de armen vertrappen. Dat lijkt mij een zinnige constatering.

Mar Ali heeft wel degelijk oog voor de problematische kanten van de nieuwe lieders. Hij hoopt op opkomst van een veel consistenter anti-imperialisme, analoog aan wat in Latijns-Amerika aan verzet tegen neoliberale globalisering en Amerikaanse hegemonie de laatste jaren is opgekomen. Ook die hoop deel ik.

Frankrijk

De Monthly Review, Amerikaans marxistisch maandblad, had in het juni-nummer een analyse van de golven van verzet waarmee jongeren en arbeiders in Frankrijk hun neoliberale heersers stevige afstraffingen geven: "Three  Moments of the French Revolt"  van Remy Herrera.

Eerst behandelt Herrera het 'nee' tegen de Europese grondwet, inmiddels ruim 13 maanden terug. Het artikel laat zien dat juist ondernemers en politici die grondwet wilden, en dat mensen met lagere inkomens en minder opleiding - kortom: de arbeidersklasse en andere mensen aan de onderkant - voor de afwijzing van dat document zorgden. In het 'nee' speelde vooral ook de Communistische Partij en de daarmee verbonden vakcentrale CGT stevige rol - die laatste vooral onder druk van vakbondsleden die de positie van hun bond van voor- naar tegenstand tegen de EU-grondwet ombogen.

Enkele maanden later kwam de opstand van arme onderdrukte jongeren in de Franse voorsteden. Herrera maakt duidelijk dat het hier niet ging om cultuur of religie of ras. het was een opstand van straatarme, door de gevestigde orde vrijwel buiten de maatschappij geduwde, jonge mensen van allerlei culturele achtergronden. Hoe grimmig het protest ook was, deze jongeren belichemn hoop op een ander Frankrijk, een  streven naar diversiteit in solidariteit. Het feit dat het protest verbrokkeld is, en geen samenhangende visie naar voren brengt - doet hier niets aan af.

Daarna bespreekt Herrera de beweging tegen  de CPE, het wegwerpcontract voor jongeren, februari-april van dit jaar. Ook hier een brede, felle afwijzing van neoliberale prioriteiten. De auteur schetst de wet, en de breedte van het protest ertegen.

Ongetwijfeld komt er een vervolg. "Geen enkel individu in Frankrijk denkt dat de strijd over is", zo merkt Herrera op. En hij sluit af met: "de vragen zijn nu heel anders dan ze slechts twee jaar terug nog waren. Nu is het niet langer de vraag of er fel verset tegen het neoliberala kapitalisme zal opkomen, maar hoe georganiseerd dat zal zijn, hoeveel solidariteit er zal ontstaan aan de onderkant van de maatschappij, en wat voor alternatieven er gesteld zullen worden." Dat lijkt me ook. En wat volgens Herrera geldt voor Frankwijkt, geldt volgens mij ook voor veel andere landen op enigszins andere wijze - ook voor het Nederland na Balkenende II.

29 juni 2006

Kabinet: opgeruimd staat netjes

Good Riddance To Bad Rubbish! Die uitspraak, ik meen van John Cleese (van het Britse satirische programma Monthy Python), flitste me deze avond steeds door het hoofd toen de smadelijke val van het kabinet-Balkenende-II zich aftekende. Oftewel: opgeruimd staat netjes, en het werd wel eens tijd ook. Het vertrek van dit stel ministers en staatssecretarissen stemt mij, op een grimmige wijze, buitengewoon vrolijk. Het betekent dat er een einde lijkt te komen aan het bewind van een kabinet dat, als weinig anderen, volstrekt asociale prioriteiten stelde, en die met opmerkelijke gevoelloosheid doordrukte. De vrolijkheid waar ik van sprak is dan ook meer opluchting dan triomf. Je voelt je immers ook na het ontwaken uit een nachtmerrie eerder opgelucht dan overwinnaar.

Wat maakte dit kabinet tot zo'n gruwel?

1. Dit kabinet voerde grove aanvallen uit op de, door eerdere regeringen al uitgeholde, sociale voorzieningen, en dreigde op deze weg door te gaan. Niet langer is nog het begrip "sociale zekerheid" van toepassing. Aanslagen op de rechten van arbeidsongeschikten, werklozen, pogingen om vervroegde pensionering moeilijker te maken, dreigen met verhoging van de pensioensgerechtigde leeftijd en zelfs het voornemen - deze week geopperd door D66-minister Brinkhorst - om de 40-urige werkweek weer in te voeren... er leken geen grenzen meer aan de afbraak. Slechts de grootschalige vakbondsprotesten uit de nazomer en hefst van 2004 - met 300.000 betogers op het Museumplein op 2 oktober van dat jaar - vormden tijdelijk een stevige dam, die de aanstormende afbraakgolven tijdelijk en gedeeltelijk van hun slagkracht wisten te beroven.

2. Dit kabinet nam politieke verantwoordelijkheid voor twee gewelddadige bezettingen van staten die door de VS zijn binnengevallen. In Irak hebben twee jaar lang Nederlandse militairen een provincie ' onder hun hoede' gehad - zodat Amerikaanse soldaten beschikbaar kwamen om elders in dat land het verzet met geweld te breken. Omdat Nederlandse soldaten in de provincie Al Muthanna gestationeerd waren, hadden Amerikaanse soldaten  de handen vrij om de Iraakse stad Fallujah met de grond gelijk te maken, vele honderden mensen af te maken en honderdduizenden mensen dakloos te maken. Dit kabinet is daarmee medeplichtig aan een oorlogsmisdaad.

Hetzelfde tekent zich af in Afghanistan. Daar voeren een groeiend aantal nederlandse troepen oorlog tegen de strijders van onder meer de Taliban. Hoe meer Westerse troepen aan de bezetting van Afghanistan meedoen, hoe meer de Taliban er in de ogen van veel Agfghanen uit beginnen te zien als strijders tegen vreemde overheersers, en hoe groter de kracht van dat gewapend verzet kennelijk wordt. En in pogingen om dat verzet te breken, wordt een harde oorlog gevoerd - met steeds grotere deelname van Nederlandse troepen. het is een kwestie van tijd voordat de eerste Nederlandse soldaten in lijkzakken terukeren. Het is een kwestie van tijd voordat ook Nederlandse soldaten betrokken blijken te zijn bij onderdrukking en misdaden tegen de burgerbevolking. Zo gaat dat in een koloniale oorlog waarin Westerse soldaten een rechtmatig verzet tegen de bezetters proberen neer te slaan. Ook hier geldt: dit kabinet is medeplichtig aan onrechtmatig en onrechtvaardig geweld, en binnenkort zonder enige twijfel aan oorlogsmisdaden die daar uit voortvloeien.

3. Dit kabinet had op de onvrede van veel mensen met het beleid maar een troefkaart, die ze keer op keer met groot cynisme uitspeelde: mensen angst aan jagen voor andere mensen, zondebokken aanwijzen, racisme. Dat nam, vooral na de moord op Theo Van Gogh, vooral de vorm aan van Islam-bashing. Het was een stokpaardje wat, ironisch genoeg, juist door minister Verdonk en de door haar - met behoud van paspoort, dat dan weer wel - weggepeste Hirsi Ali zo eendrachtig bereden werd. Verder was er  de kille hardvochtigheid waarme mevrouw Verdonk vluchtelingen buiten de deur hield met steeds strengere toelatingseisen, vluchtelingen die er al waren in eindeloze onzekerheid liet om ze maar al te vaak vervolgens zo mogelijjk het land uit te werken. Migranten die hier vaak al erg lang waren, moesten wat Verdonk betreft opeens, op eigen kosten ook nog, een inburgeringsexamen af gaan leggen.

Zo werd er van regeringswege in gehamerd bij de bevolking: jullie problemen worden niet veroorzaakt door onze bezuinigingen. Jullie problemen worden veroorzaakt door Moslims die zich niet aan willen passen, door vluchtelingen  die zich niet aan onze regels ghouden, door allochtonen die weigeren te integreren. Dankzij die racistische beeldvorming wist het kabinet keer op keer de aandacht van werkelijke problemen af te leiden.

Nu is dit kabinet gevallen, en als dat "schadelijk voor het landsbelang" is , zoals al wordt beweerd, dan wordt hier een 'landsbelang' geschaad dat het mijne niet is, en evenmin dat van de 300.000 demonstranten van 2 oktober, of van de ruim 60 procent tegenstemmers bij het EU-referendum vorig jaar, of van de 26.000 vluchtelingen die door Verdonk met deportatie zijn bedreigd. Maar hoe groot en terecht de feestvreugde ook is, de vreugde kent grenzen. Dat wordt duidelijk uit de wijze waarop het kabinet viel, en ook uit het vermoedelijke, niet erg verheffende, vervolg. Maar daarover wellicht later meer... Nu mag eerst de wijnfles open, en pak ik mijn gitaar erbij. The Times, They are a-Changing...

28 juni 2006

Israel tegen Palestijnen: terrorisme tegen "terroristen"

Palestijnse gewapende strijders ontvoeren een Israelische soldaat. Israelische troepen vallen daarop de Gazastrook binnen, schieten drie bruggen kapot, en bestoken een elektriciteitscentrale. Daarmee brengt de Israelische aanval de watervoorziening en het functioneren van een ziekenhuis in gevaar. Internationaal roepen politici beide kanten op om "van de rand weg te stappen" een een vreedzame oplossing te zoeken. Aldus zo' n beetje de berichtgeving over wat inmiddels al de 'ontvoeringscrisis' is gaan heten. Zie bijvoorbeeld "Bommen op Gazastrook" op nieuws.nl

De suggestie is duidelijk, en hoogst misleidend: een Palestijnse terroristendaad lokt een, wellicht overmatig gewelddadig, Israelisch antwoord uit. De 'internationale gemeenschap' maant beide zijden tot kalmte. Deze beeldvorming roept echter een vraag op. Wie is hier terroristisch bezig?

Voor wie het even vergeten was: israelische soldaten en palestijnse strijders voeren al jaren oorlog. Israelische soldaten houden Palestijns gebied bezet. Palestijnse strijders vechten om aan die bezetting een einde te maken. Dat is de, uiteindelijk doodsimpele, kern van het conflict. Die oorlog zal doorgaan tot aan de rechtmatige verlangens van het Palestijnse volk is voldaan: een einde aan de bezetting, een einde aan de discriminatie en onderdrukking van de Palestijnse bevolking door de staat Israel, en het recht op terugkeer van de enkele miljoenen Palestijnse vluchtelingen. Er is een ander einde van deze oorlog denkbaar: nog grootschaliger verdrijving, onderdrukking en mogelijk zelfs uitroeiing van de Palestijnse bevolking, het breken van iedere wil en mogelijkheid tot verdergaand Palestijns verzet.

Welnu, in een oorlog schieten de gewapende machten van beide partijen op elkaar, en nemen elkaars strijders gevangen. Als de staat Israel dat met Palestijnse strijders doet, vindt niemand dat erg verbazend. Als Palestijnse strijders hetzelfde doen met Israelische soldaten is opeens de wereld te klein, is er sprake van een 'ontvoeringscrisis' die een 'hard antwoord' weliswaar 'betreurenswaardig' maar toch - in het kader van terreurbestrijding, vanzelfsprekend - 'onvermijdelijk' maakt.

Wat een onzin allemaal. De Isreelische soldaat is niet 'ontvoerd', maar doodgewoon gevangen genomen in een militaire operatie. Het is dan ook geen 'gijzelaar', maar doodgewoon een krijgsgevangene. De actie waarmee de Israelische soldaat in Palestijnse handen kwam had niets te maken met terrorisme, maar was een doodgewone militaire operatie.

Dat geldt echter niet voor de Israelische inval en beschietingen in Gaza. Die zijn voor een groot deel niet gericht op militaire doelen, maar op de energie- en watervoorziening, en daarmee de gezondheidstoestand, van vele honderdduizenden Palestijnse burgers.

Het bestraffen van de  Pakestijnse burgerbevolking vanwege de acties van een gewapende Palestijnse groep, het aanvallen van Palestijnse burgers in de kennelijke hoop dat vanuit die bevolking druk uitgeoefend wordt op degene die de Israelische soldaat vasthouden - het komt neer op het plegen van geweld tegen onschuldigen, terwille van het bereiken van een politiek doel. Precies dat is de kern van iedere zinnige definitie van terrorisme. De staat Israel maakt zich hieraan schuldig, op grote schaal en grove wijze. En niet bepaald voor het eerst.

9 juni 2006

Losvast leesvoer (9 juni)

Een plaatsnaam is de laatste weken nauwelijks over het hoofd te zien als je kranten leest of nieuwsprogramma's op TV ziet. Die plaatsnaam is Haditha. In dat iraakse stadje doodden Amerikaanse mariniers 24 weerloze Irakezen, uit wraak voor een omgekomen  soldaat.

Tom Engelhardt geeft achtergronden van het drama in "Collateral Damage:  the 'Incident' at Haditha" op zijn weblog. Hij trekt de overduidelijke paralllel met de slachting in MyLai, Vietnam: dezelfde logica van vergelding in een bezettingsoorlog waarin overal gevaar dreigt, iedereeen de vijand wordt en van enig idee dat de soldaten er zijn "om de Irakezen te helpen" niets overblijft.

Tevens schetst Engelhardt de poging om de slachting in de doofdpot te stoppen, de leugens en het tegenstribbelen van hogerhand, en - als het niet meer te stuiten is - het opofferen van enkele ondergeschikten die als 'schuldigen' worden aangewezen.

Hij maakt ook op humoristische wijze gehakt van het idee - dat eindeloos herhaald wordt - dat het hier om 'rotte appels' gaat, maar dat 99,9 procent van de soldaten hun werk wel netjes doet. dat zou, zo rekent hij voor, betekenen dat er van de 135.000 militairen slechts 135 'rotte appels' zouden zijn.  Dan hoeft, zo sluit hij droogjes af, het Pentagon weinig geld uit te geven aan docenten in de breed aangekondigde campagne om de soldaten 'core military values' bij te brengen...

De positie van de Vernigde Saten in Irak ziet er intussens helemaal niet florissant uit. Het wordt steeds minder absurd om te vermoeden dat de VS die oorlog dara wel eens doodgewoon zouden kunnen gaan verliezen. Jonathan Neal beschrijft in "Crisis for George Bush: what will happen if the US is forced out of Iraq?" de Socialist Worker (UK) van deze week de ingrijpende consequenties van zo'n nederelaag. het gaat dan niet alleen om het verlies van de Amerikaanse greep op de olie in het Midden-Oosten. Een Amerikaanse militare nederlaag is tevens een klap voor het neoliberale project.

Bovendien: iedereen onderaan de ladder zal moed vatten. "Als de Irakezen winnen, zo zullen mensen zeggen, dan lunnen wij onze regering aanpakken, of onze suopervisor, of onze bovenmeester. Elke manager zal wat van zijn zelfvertrouwen kwijtraken." Het is niet gezegd dat die nederlaag er kommt. Maar de openingen voor verzet wereldwijd worden steeds groter, zo beargumenteert Neale.

Het voorjaar van 2006 zo zonder twijfel de geschiedenis in gaan als de tijd dat een indrukwekkende protestbeweging in de Verenigde Staten met vrijwel onstuitbare kracht naar voren kwam: de beweging van voioornamelijk Latijnsamerikaanse immigranten in de Verenigde Staten. Deze mensen gingen met vele honderdduidenden de straat op om voor hun rechten op te komen en te protesteren tegen wetgeving die hen tot criminelen dreigt te maken en ze in het gunstigste geval  als derderangs arbeiders wenst te tolereren.

Elizabeth Martinez, zelf latino activiste in Chicago, geeft in het radicale maandblad Z Magazine een analyse van deze beweging: "Latinos Create a New Political Climate"  Ze bespreekt niet alleen de onverwacht grote omvang van de protesten in de afgelopen maanden, maar ook de aanvallen op migrantenrechten, zowel via wetgeving als via allerlei anti-immigranten-pressiegroepen. Ook de moeizame verhouding tussen de Latino-gemeenschap en de Afro-Amerikaanse gemeenschap krijgt aandacht, evenals de positie van Aziaten en de wel uiiterst beperkte rol die witte activisten tot nu toe helaas spelen.

Ze beschrijft hoe intimidaties de beweging niet konden stoppen maar wel tot slachtoffers leidden: een 14-jarige jongen die op zijn school een protest leidt, en op zijn school te horen kreeg dat zijn afstudeerplechtigheid wel eens niet door kon gaan, dat zijn moeder een boete kon krijgen, en dat hij zelf misschien voor drie jaar de cel in zou moeten. De jongen gaat naar huis en maakt zich van kant. Een beweging die zoiets losmaakt - zo'n intense inzet, zo 'n heftige reacties - zo'n beweging doet ertoe. Net als dit artikel.

Christian Parenti beschrijft in  "Letter From Bolivia: Morales Moves" zijn indrukken die hij in dat land opdat via tal van gesprekken. Opvallend is de relatief positieve houding die veel ondernemers ter plekke innnemen tegenover Morales en de  - inderdaad nog erg voorzichtige - hervormingen die hij doorvoert. Voorlopig opereert Morales netjes binnen kapitalistische grenzen, verhoogt het levenspeil van de armen en helpt daarmee ook ondernemers aan meer koopkrachtige klanten. Alleen de grondbezitters zijn felle tegenstanders.

Ik vraag me hier af of hij de  tegenstellingen niet onderschat. AAn de sentimenten in delen van de volksbeweging die veel verdergaande veranderingen voorstaan, en aan de houding van de VS, wel degelijk door delen van de elite, die elke stap nara links met de grootst mogelijke weerzin bezien, besteedt hij weinig aandacht. Naar mijn indruk is het idee van een gehumaniseerd kapitalisme in Bolivia op wat langere termijn een illusie. Maar de informatie die Patrenti aandraagt is erg de moeeite waard.

Ten slotte een kijkje in het blad Dissent, een Amerikaans sociaaldemocratisch kwartaalblad, gematrigd-links dus, maar dan zo gematigd dat de linksheid wel eens zoek raakt. dat bevat in het voorjaarsnummer echter een opvallend radicaal artikel van Marshall Berman: "Marx in China: modern art, modern conflict, modern workers"  Daarin zet hij de visie van Marx - emancipatie van onderaf met maximale menselijke ontplooiing als doel - af tegen de leugenachtigheid van ghet Moistische stysteem dat het tegendeel doordrukte.

Bovendien geeft hij de parallellen aan tussen het China van vandaga met het Engeland van de negentiende eeuw: enorme groei, en tegelijk enorme tegenstellingen. Marx had juist voor deze tegenstrijdigheid in het kapitalisme oog, en is dan ook juist voorhet begrijpen van de chinese ontwikkeling hoogst relevant - en niet alleen in wetenschappelijk opzicht. Een prikkelend en mooi artikel.

5 juni 2006

Tuinieren tegen de oorlog

De ene dag lukt het allemaal beter dan de andere dag, dat geschrijf  voor dit weblog. Tekort aan onderwerpen voor een rooieravotr is er weliswaar zelden, de wandaden van machthebbers, de schandalen in en om regeringskantoren, ze volgen elkaar in hoog tempo oop. Maar ook de dwarsliggerij tegenover de misere die de Groten der Aarde over ons uitstorten is zelden ver buiten het gezichtsveld te vinden.

De vraag is eerder: wat schrijf ik er over dat iets toevoegt? Als de slachting die Amerikaanse troepen in Haditha, Irak, aanrichtten, zowel op voorpagina's, NOS-journaal als Twee Vandaag uitvoerig aandacht krijgt - moet ik dan de details nog een breed naar voren brengen, er schande van spreken, en aangeven dat elke bezettingsoorlog dit soort bloedbaden voortbrengt, zoals buien regendruppels brengen en eiken eiklels laten vallen? Jazeker - dat moet...

Maar nu even niet. Nu gaan we het hebben over een handleiding vreedzaam tuinieren die ik aantrof op de website Dissident Voice: "Garden Variety Politics" , van Zbogniev Zingh. Hij begint met een warschuwing voor ernstig onkruid waar tuinliefhebbers in de VS kordaat tegen dienen op te treden, de zogeheten Quagmire Irakis, ontstaan "door stekjes van Westers kolonialisme te kruisen met neoconsvervatieve hoogmoed." Groeit vooral "in de droge olie-achtige grond van het Midden-Oosten", en is verwant aan een onkruid dat in de jaren zestig en zeventigf welig tierde: Quagmire Vietnamis. Ook erg hinderlijk is Hypocrisy, dat in twee varianten voorkomt: Hypocrisy Mccainus en Hypocrisy Hillarius. Beiden groeien recht omhoog, tot vlak voor verkiezingstijd, dan buigen ze naar rechts.

Voordat je gaat planten en poten, make men de grond lekker luchtig, George Bush hanteert hier bij voorkeur mini-nukes voor. Die "doden al het onkruid, en in een paar miljoen jaar kun je gemuteerde tomaten van het formaat van een watermeloen oogsten", aldus Bush.

Dan de sierbloemen. Uranium scgijnt in te zijn, al leidt die soms wel tot ernstige allergische reacties. Voorts het New Orleans Vergeet-me-nietje, een Afrok-Amerikaans soort van viooltje, sinds Katrina nogal eens vervangen door witte rozen en chrysanten. Heel erg zeldzaam is de Osama - "zo zeldzaam dat ze de afgelopen vijf jaar alleen gezien zijn op korrelige video's juist wannneer George Bush' populariteiytspolls een stimulans nodig hadden.

Er valt nog veel meer te vertellen voor de vredelievende tuinier. Sommige van de namen zijn onvertaalbaar, zoals de volgende plantenziekten: Mainstream Media Mildew, Bill of Rights Blight en de First Amendment Fungus, een schimmel die democratie doodt. Ook de Rumsfeld Root Rot schijnt erg onaangenaam en hardnekkig te wezen. En de rest van dit prachtige tuiniershandleidinkje mag je zelf lezen. Veel plezier!

4 juni 2006

Na Frankrijk Chili?

In Chili woeds al wekenlang een felle opstand van scholieren. Voor maandag 5 juni hebben organisatoren opnieuw grootschalige acties aangekondigd. De regering van president Bachelet heeft al concessies gedaan en de minister van onderwijs zal verdere besprekingen voeren, aldus de president. Tegelijk geeft ze aan dat het beleid vaststaat (zie "Chilean students announce Monday national strike" , MercoNews, 4 juni 2006).

De situatie begint een beetje te lijken op Frankrijk in maart en april, toen jongeren met aanhoudende protesten de invoering van de CPE, het arbeidscontract dat van jongeren wegwerp-werkers wilde maken, blokkeerden. OOk daar leidde het verzet aanvankelijk tot onbeduidende concessies, gecombineerd met een vertoon van vastberadenheid van regeringszijde - een vertoon dan uiteindelijk geen stand hield toen de opstandigheid steeds verder om zich heen greep. Zal het in Chili net zo gaan?

De scholieren- en studentenstrijd in Chili richt zich tegen wetgeving uit de nadage van diktator Pinochet. Die wetgeving bracht het bestuur van scholen onder bij gemeenten. Dat betekent dat scholen in rijke gemeenten veel meer budget hebben dan scholen in arme gemeenten. Een voormalige minister van onderwijs zei dat op de armste scholen 73 dollar per scholier wordt uitgegeven, op de rijkste echter 385 dollar. Dat zijn geen geringe verschillen. Actievoerders eisen dat de centrale overheid de financiering overneemt, zodat dit soort ongelijkheid kan verdwijnen.

Bogvendien geeft de wet grote ruimte aan prive-scholen, die ook nog eens recht hebben op subsiedie: 57 dollar per scholier per maand (zie "Chile stamps on student protest" , Aljazeera, 31 mei 2006). Ongelijkheid alom in Chileens onderwijsland.

De protesten duren al weken, en brengen enorme aantallen actievoerende jongeren op de been. Met grof politiegeweld proberen de autoriteiten het protest van de straat te vegen, maar dat leidt juist weer tot nieuwe woede. Op 18 mei betoogden 1000 middelbare scholieren in de hoofdstad Santiago; de oproerpolitie pakte 560 actievoerders op en schoot met waterkanon en traangas.

De dag daarop bezetten scholieren, samen met docenten en ouders, een tweetal scholen uit protest tegen de onderdrukking. En op 21 mei protesteerden 2000 scholieren en arbeiders bij een toespraak van de president. Dit waren niet de eerste acties; de protesten waren toen al weken gaande (zie "Chile: police attack student marchers" , op het weblog van World War 4 Report, 24 mei 2006.

Vorige week dinsdag vond een immense actiedag plaats: niet slechts duizenden, maar honderdduizenden, volgens persbureau AP mogelijk 600.000 mensen, kwamen op de been. Scholen waren dicht. Wederom reageerde de politie met traangas. Wel zei de minister van onderwijs, Martin Zilic, dat hij bereid was naar de iesen van studentenleiders te luisteren. Dezelfde mix van onderdrukking en overleg waarmee de Franse regering het tevergeefs had proberen uit te zingen.

Scholieren klaagden over de beroerde voorzieningen, en de kosten van toelatingsexamens: 40 dollar. Ook eisten ze gratis openbaar vervoer. " We protesteren ten bate van onze school", zei de 15-jarige Bernardo Ferrara, het traangas nog in de ogen. "De toiletten zijn weerzinwekkend, je kunt geen eens een douche nemen in de doucheruimtes, en ze doen er niets aan." Onderminister van onderwijs Pilar Romanguera erkent: "We hebben de kwaliteit van het onderwijs niet zo weten te verbeteren als we gewild hadden."

Jongeren geven ook aan waar het benodigde geld vandaan zou kunnen komen. De koperprijzen zijn op de wereldmarkt erg hoog, en koper is een belangrijk exportprodukt voor de Chileense economie. De staat heeft trouwens een begrotingsoverschot, en de schuld is beperkt (zie het eerder geciteerde stuk van Aljazeera). het geld voor verbeteringen is er. Het is, zoals gebruikelijk, een kwestie van botsende prioriteiten.

2 juni 2006

Losvast leesvoer, 2 juni

Vorige zomer heb ik een tijdlang twee rubrieken op dit weblog gevuld: eentje waarin ik aandacht schonk aan allerhande artikelen over uiteenlopende onderwerpen uit de gevestigde media die ik belangwekkend vond, en een waarin ik hetzelfde deed voor de linkse/ alternatieve media (de stukken eruit zijn nog te lezen via de rubriek Media-weekberrichten, waar ook dit en vergelijkbare stukken in zal belanden).

Beide rubrieken heb ik later dat jaar laten vallen omdat het niet meer ging; het kostte vanaf oktober sowieso al grote moeite om het weblog zelf gaande te houden, zoals ik herhaaldelijk heb aangegeven.

Nu gaat het allemaal een stuk beter op dit vlak. En aangezien diverse reacties destijds aangaven dat vooral die over de linkse/ alternatieve media waardering genoot, ga ik de draad weer oppakken. Maar ik combineer de beide categorieen, ook omdat de grenzen tussen de twee soorten media niet zo vastomlijnd liggen, maar tevens om niet (meteen) teveel hooi op mijn vork te nemen. Om kort te gaan: van nu af aan elke vrijdag: losvast leesvoer. Veel leesplezier.

Van Iran/Contra naar vandaag

In november 1986, bijna 20 jaar geleden, werd via een Libanese krant bekend dat de Verenigde Staten wapens hadden geleverd aan de Islamitische Republiek Iran, een land dat toen in oorlog was met Irak, en tevens een land waarmee de VS formeel op zeer vijandige voet leefde. In ruil daarvoor had Iran ervoor gezorgd dat Hezbollah enkele Amerikanen die door deze groepering waren ontvoerd en vastgehouden, vrijliet. Anders gezegd, in de officiële logica van het Witte Huis zelf: de VS deed kocht gijzelaars vrij uit handen van terroristen, in ruil voor wapens.

Kort daarna werd duidelijk wat er met de opbrengst van het geld gebeurde: die werd doorgesluisd naar de zogeheten Contra's, rechtse terreurgroepen die met Amerikaanse steun probeerden de linkse Sandinistische regering van Nicaragua ten val te brengen. Het Congres had eerder steun aan die Contra's verboden, de transactie wad dus volstrekt illegaal. Het Iran-Contra-schandaal was geboren.

Uit de opeenvolgende onthullingen bleek dat vanuit een kelder in het Witte Huis. Onder regie van kolonel Oliver North, ver buiten het zicht van het Congres een geheime oorlog tegen Nicaragua werd gevoerd, waarbij CIA-agente, drugsbaronnen, freelance wapenhandelaren en uiterst rechtse netwerken betrokken waren. 'Geheim' was de oorlog voor het Congres; voor de Nicaraguanen, wiens ziekenhuizen en scholen werden opgeblazen en wiens burgers door Contra's mishandeld, verkracht en vermoord werden, was de oorlog heel wat minder geheim.

Op Tomdispatch, de website van Tom Engelhardt, schrijft Greg Grandin een mooi artikel naar aanleiding van dit schandaal: "The Swiftboating of America". Hij ontrafelt daarin niet het schandala zelf maar wijst op een aantal belangrijke parallellen en verbanden met de dag van vandaag. Veel van de functionarissen die destijds een hoofdrol speelden in Iran/Contra duiken de laatste jaren weer op in de hoge regionen van het Amerikaanse bestuur: veilgheidsdirecteur Joh Negrop[onte, destijds Amerikaans ambassadeur in Honduras en mede-regisseur van de Contra-oorlog is daarvan een voorbeeld.

Ook vindt de manier waarop deVS steeds openlijker lak heeft aan details als internationaal recht en Congressioneel toezicht, een aanloop in de Amerikaanse oorlogspolitiek tegen linkse regimes en bewegingen in Centraal-Amerika, een oorlogspolitiek waar Iran/Contra onderdeel van was. Ook de binnenlandse manipulatie van de publieke opinie, en de bijbehorende intimidatie van tegenstanders van het beleid, zagen we in die jaren terug.

Hegemonie en olie van Midden-Oosten tot Afrika

Tegenwoordig is Centraal-Amerika veel minder in het middelpunt van de Amerikaanse militaire belangstelling. Het olierijke Midden-Oosten, maar in toenemende mate ook Afrika, krijgen veel meer aandacht. Het nieuwe nummer van Monthly Review, marxistisch maandblad in de Verenigde Staten, opent met een artikel van John Bellamy Foster: "A Warning to Africa: The New U.S Imperial Grand Strategy" geeft daar belangrijke achtergronden van.

Foster schetst eerst de grote lijnen. De Verenigde Staten hanteren hun overweldigende militaire overmacht om daarmee compensatie te zoeken voor hun tanende economische machtspositie. Zo hopen ze zich te verzekeren van de greep op olie, en hun machtspositie tegenover snelgroeiende rivalen, China voorop, veilig te stellen.

Over deze ambitie zijn de machthebbers het eens, over de uitwerking niet. Steeds meer is de nadruk verschoven van samenwerking met andere Westerse machten, waarmee het Amerikaanse imperium haar imperiale aard aan het oog onttrok, naar unilateralisme, waarmee het Amerikaanse imperium openlijk als zodanig verschijnt.

Ter wille van die olie bezet de VS momenteel Irak en bedreig het Iran. Grote angst van de VS is dat een reeks mogendheden in Azië - China, Iran, Rusland - zich gezamenlijk teweer stellen en een onafhankelijk machtsblok met een eigen energiepolitiek gaan vormen, die de Westerse greep doorbreekt.

De tweede helft van het artikel bespreekt de snelgroeiende militaire aandacht die de VS voor Afrika heeft. Ook hier is olie de drijfveer, en ook hier is het de angst voor groeiende Chinese invloed die veel van de Amerikaanse aandacht verklaart. Foster geeft gegevens en voorbeelden wara je weinig vrolijk van wordt. Als het de komende tijd tot Amerikaanse interventie rond Darfur, of zelfs tot een aanval op Nigeria, komt, dan zijn lezers van dit artikel in ieder geval gewaarschuwd en ingelicht over achterliggende motieven.

Bolivia, Venezuela

De Amerikaanse imperiale macht lokt in diverse werelddelen steeds fellere tegenkrachten uit. Er is het Iraakse gewapend verzet dat het 'mission accomplished'-triomfalisme een smadelijk eind heeft bezorgd. Maar er is ook de opkomst van linkse regeringen in Latijns-Amerika, die proberen te breken met de neoliberale, door Washington doorgedrukte, politiek.

Evo Morales, president van Bolivia is een voorbeeld daarvan: een meerderheid van de bevolking koos hem, en eiste dat hij de grondstoffen uit handen van bedrijven teruigbracht in handen van de staat. Op 1 mei nationaliseerde Morales inderdaad die grondstoffen en joeg daarmee Westerse regeringen en multinationale bedrijven in de gordijnen.

Time Magazine heeft een interview met de Boliviaanse president: "A Voice of the Left". Daarin verdedigt hij zijn, overigens nogal voorzichtige, nationaliseringsbeleid. Particuliere investeringen blijven mogelijk van totale nationalisering is dus feitelijk geen sprake, zoa valt ook uit dit artikel op te maken.. Maar het is een stap vooruit, en Morales is stellig:"Ik denk dat het succes van Bnolivia' s nationalisering snel duidelijk zal worden - en dan zal de hele wereld zijn energiebronnen willen nationaliseren."

Ja, en dan is er natuurlijk venezuela, wiens president Hugo Chavez ee hoofdpersoon aan het worden is in de nachtmerries van de Amerikaanse machthebbers. In "The Rebel and Mr. Danger", in de Boston Review, schetst Greg Grandin die we eerder in dit artikel al tegenkwamen, de opkomst van Chavez tegen de achtergrond van de geschiedenis van Venezuela. Ook bespreekt hij de hoopgevende resultaten die sinds zijn eerste verkiezingsoverwinning behaald zijn. Hij legt uit dat er spanningen zijn, tussen degene die een compromis met het binnenlands- en buitenlands kapitaal zoeken, en degene die snellere veranderingen willen doorzetten - spanningen waar de bezorgde supermacht in het Noorden gebruik van zou kunnen maken. Belangrijk artikel, over belangrijke ontwikkelingen, helder en overtuigend beschreven.

30 mei 2006

Colombia: uitzondering op linkse trend in regio?

Een meerderheid van ruim 62 procent van Colombiaanse kiezers heeft afgelopen zondag president Uribe herkozen. Daarmee lijkt de politieke ontwikkeling in Columbia haaks te staan op de trend in de rest van Latijns-Amerika.

In andere Latijns-Amerikaanse landen is immers links volop in opmars, in Venezuela en Bolivia brengen linkse presidenten serieuze hervormingen tot stand. Daarbij voelen ze een hete adem van strijdbare volksbewegingen in hun nek. De nationalisering van de gas- en oliebedrijven die president Morales bijvoorbeeld in Bolivia doorzet, zou er nooit gekomen zijn als een tweetal opstanden, in oktober 2003 en in juni 2005, die eis niet zeer krachtdadig naar voren hadden gebracht

Maar ook in andere landen is een rechts profiel de beste manier voor een neoliberale president of presidentskandidaat om verkiezingen te verliezen en verregaand in diskrediet te raken. Dit geldt zelfs als zulke rechts kandidaten tegenstanders hebben die hooguit een linksige verpakking, of een iets socialere invulling van hetzelfde neoliberalisme in de aanbieding hebben. Dit geldt voor Chili, Argentinië, Uruguay en vooral Brazilië. De president van dat laatste land, Lula - ooit de hoop van links in het continent - is inmiddels vrijwel synoniem aan de uitverkoop van linkse idealen om tegemoet te komen aan de eisen van het Internationaal Monetair Fonds en de plaatselijke rijke vrienden van dit instituut.

Links boekt winst via stembus

Maar is Columbia werkelijk een uitzondering op de linkse wind die door Latijns-Amerika waait? Ik denk maar zeer ten dele. Ook in dit land is links in opmars - en zelfs de verkiezingsuitslag wijst daarop. Uribe heeft inderdaad ruimschoots gewonnen. Maar wie werd tweede? Sinds jaar en dag wisselen in Columbia twee rechtse partijen elkaar af in het presidentiele paleis: conservatieven (de club van Uribe) en liberalen. Dit jaar was dat anders. De liberalen haalden een armzalige derde plaats. De linkse kandidaat Carlos Gaviria won ruim 22 procent. Dat is vier keer zoveel als de score die links vier jaar geleden bij presidentsverkiezingen behaalde..

De hoop dat Gaviria de tweede ronde zou halen - waarmee de verkiezingen een frontale botsing tussen links en rechts zouden zijn geworden - werd helaas niet bewaarheid. Mara gezien de manier waarop rechts de campagne voerde was dat niet zo vreemd. Niet alleen hanteerde Uribe een plat-anticommunistische demagogie. Oppositie tegen Uribe en sowieso tegen rechts had en heeft ook te maken met systematisch geweld en intimidatie. Rechtse paramilitairen bedreigden bij Congresverkiezingen eerder dit jaar kandidaten die bokvoorbeeld banden tussen plaatselijke zakenlieden en paramilitaire groeperingen blootlegden. Dit slag paramilitairen hebben tevens bindingen met partijen die Uribe steunen.

Links moest dus groeien tegen de verdrukking in, en dat makat de resultaten nog indrukwekkender dan ze getalsmatig al zijn. De opkomst van links in de stembus weerspiegelt een groeiend verzet op allerlei fronten.

De guerrillastrijd

Er is de al veertig jaar woedende guerrillastrijd van het FARC. De staat probeert die met grof geweld te breken, met "drugsbestrijding" als excuus en de Verenigde Staten als hoofdsponsor. In werkelijkheid is het aandeel van het FARC in de cocaïneproductie beperkt (de guerrillabeweging heft belasting op de opbrengst van coca-bladen door arme boeren in de regio waar ze sterk is), en in de drugshandel nog veel geringer. De bulk van de cocaïneproductie- en handel is in handen van zakenlieden die bindingen hebben met paramilitaire groeperingen en met de gevestigde politici rond Uribe zelf. En als drugsbestrijding wel het doel ziopu zijn van 'Plabn Colombia', de door de VS gesubsidieerde en ondersteunde aanpak van cocaineproductie, onder meer door regio vanuit de lucht met gif te bespuiten, dan faalt die aanpak in die, o laten cijfers zien. Relevanter dan de "strijd tegen drugs" is in dit verband dat in het zuiden van Colombia, waar de FARC strerk is, eind jaren negentig grote olievoorraden zijn ontdekt...

Intussen vecht de FARC hardnekkig door, hoe hard de VS ook om uitlevering om FARC-'terroristen' roept, hoeveel geld diezelfde VS ook steekt in de Colombiaanse gewapende macht, en hoezeer de VS ook ruimte krijgt en neemt om zelf soldaten naar Colombia te sturen. Zolang aan de grieven van een groot deel van de boerenbevolking - armoede, zeer ongelijke verdeling van de grond - op het straatarme platteland niets gedaan wordt, zal de strijd doorgaan.

Dit heeft stellig zijn weerslag gehad in de verkiezingen. Ongtetwijlfeld zullen mensen gevoelig zijn voor het argument dat nog meer onderdrukking, nog meer geweld de doorslag kunnen geven tegen het FARC. Die zullen Uribe gesteund hebben. Maar anderen zullen denken: zolang er niets aan de sociale tegenstellingen gedaan wordt, zolang de armen geen beter bestaan in het vooruitzicht krijgen, zolang zal de oorlog doorgaan. Zulke mensen zullen hun stem aan Gaviria gegeven hebben.

Grote protestbewegingen

Maar er is nog een factor. Niet alleen de guerrilla voert een felle strijd tegen de rijke machthebbers. Een veelheid van sociale bewegingen houdt allerlei protesten: arme boerengemeenschappen, inheemse volkeren, maar ook vakbonden in de steden. Vaak leidt dit protest tot enorme mobilisaties. Op 15 mei hielden 15.000 arme boeren, mensen uit inheemse gemeenschappen en mensen van Afrikaanse afkomst een immense bijeenkomst in de provincie Cauca om verzet te organiseren tegen het vrijhandelsaccoord van Colombia met de VS, en tegen de voortdurende onderdrukking van mensenrechten in het land. Elders in het land namen nog eens 50.000 mensen aan verwante bijeenkomsten deel. Oproerpolitie viel een wegblokkade van een aantal deelnemers aan met traangas. De dag erop vielen soldaten en helicopters de manifestatie in Cauca zelf aan. Daarbij viel een dode.

Dit brede verzet, waarop de Colombiaanse staat met harde onderdrukking antwoordt, schept een situatie waar links kracht aan kan ontlenen. Te verwachten valt volgens Gary Leech op de website van Colombia Report dat Uribe na zijn overwinning die onderdrukking verder op zal voeren. Maar een links dat zich niet tot stembusstrijd beperkt, dat het relatieve isolement van de FARC helpt doorbreken en de volksprotesten tot uitgangspunt en krachtbron neemt om rechts het hoofd te bieden - zo'n links maakt goede kansen.

Naast de informatie in de doorgelinkte bronnen wijs ik graag op een mooi artikel via Narco News: 'Democracy on the Hacienda', waarin Laura del Castillo Matamoros op ironische wijze de verkiezingsstrijd in Colombia en die in Mexico - 2 juli zijn daar presidentsverkiezingen - vergeleken wordt. Het stuk bevat veel informatie over corruptie, repressie en verzet, met verwijzingen naar veelal Spaanstalige bronnen. De slotzinnen zijn te mooi om niet te citeren:

"Natuurlijk gaat de democratie winnen... het is de democratie van die twee gigantische haciendas (opm. rooieravotr: haciendas zijn landgoederen) genaamd Colombia en Mexico, waarvan de eigenaar een ranch in Texas heeft waar Fox en Uribe altijd als eregasten worden ontvangen.

En dat verdienen ze, beste lezers: beide zijn steeds uitstekende voorlieden geweest." (Fox is de president van Mexico). Gelukkig neemt het personeel op de beide landgoederen steeds minder genoegen met deze situatie.

27 mei 2006

Moskou: aanval op Gay Pride staat niet op zichzelf

In Moskou probeerden activisten voor homo-rechten voor het eerst een Gay-pride Parade te houden. De burgemeester, Loesjkov, had die actie verboden, gisteren nog had een gerechtshof dat verbod overeind gehouden. Politie, nationalisten en aanhangers van de Orthodoxe kerk vielen de vreedzame demonstranten aan. Radio Free Europe bericht over de gebeurtenissen vandaag, , compleet met foto's van het geweld.En Peter Hamecourt liet op het NOS-journaal van 18 uur zien hoe de politie pas tegen de rechste knokploegen optrad toen de hom-activisten allang weg waren - in de cel, of van de straat gejaagd.

Homofobie is en blijft kennelijk de norm in Rusland, ook nu dat land voorzitter mag zijn van de Raad van Europa, een orgaan met een hele grote mond over mensenrechten. Zo oefende die organisatie eerder deze maand scherpe kritiek op Russsische autoriteiten, omdat die te weinig doen tegen racistische discriminatie. Die kritiek lijkt me feitelijk gegrond, maar uit verdachte bron (gezien het gevestigde racisme in eigenlijk alle Europese staten). Maar, in dit verband relevanter, blijkbaar zijn mensenrechten een selectief begrip, alleen geldig voor mensen die keurig aan de heteroseksistische normen voldoen.

De aanval op de parade was niet het enige geweld tegen homo-activisten. Doug Ireland vertelt vandaag dat een twintigtal skinheads een internationale conferentie ter voorbereiding van de Gay Parade aanvielen, eieren gooiden en gas spoten. Begin mei vielen honderden Russisch Orthodoze gelovigen en nationalistische jongeren homo's en lesbo's aan die naar twee feesten in nachtclubs gingen. De politie reageerde enorm traag en begon pas na geruime tijd aanvallers te arresteren.

De homofobie van de gevestigde instanties betreft niet alleen zoiets als een Gay Pride. Dit zegt Nikolai Koelikov, hoofd van de veiligheid in Moskou: " Alle publieke uitdrukkingen (door homo's en lesbiennes) moeten worden verboden. We hebben onze tradities, veel religieuze groepen vertelden ons dat ze tegen de Gay Pride waren." Iemand nog iets te melden over democratie, en over de scheiding tussen kerk en staat?

Alle belangrijke gevestigde godsdiensten hebben zich inderdaad opgeworpen als vijanden van homorechten. De Groot Moefti van moslims in Rusland riep gelovigen op om de homo-demonstanten te "slaan"; de leiding van de Orthodoxe kerk veroordeelde de Gay Pride als een "seksuele perversie", en een "verheerlijking van zonde". En de opperrabbijn van Moskou waarschuwde tegen "homoseksuele propaganda." Een waar eenheidsfront van de plaatselijke leiding van drie gevestigde wereldgodsdiensten kreeg vorm. En de Russische staat is deze reactionairen ter wille.

Hoe belangrijk de Russische autoriteiten blijkbaar de onderdrukking van homo-rechten vinden, blijkt uit het grote machtsvertoon van vandaag. Loekov, de burgemeester had maar liefst 1000 politieagenten beschikbaar. Nocolai Alexeyev, plaatselijk homo-actoivist en organisator van de Gay Pride, is opgepakt, net als Yevgenia Debranskaya toen ze bloemen probeerde te leggen bij een monuument. Een meute van 150 homofoben, waaronder leden van afascistische groeperingen, scheeuwde leuzen als "Sodom zal er hier niet doorkomen." Dit valt in de meest recente posting van Ireland te lezen.

Fraaie bondgenoten van Poetin

De aanvallen op homorechten zijn onderdeel van de ongure politieke stemming die in Rusland heerst. Niet alleen regeert president Poetin weliswaar formeel democratisch, maar feitelijk als autoritair heerser die elke vorm van oppositie en onafhankelijke media kort houdt. Poetin heeft ook fraaie bondgenoten, autoritaire staatshoofden als Loekashenko (Wit-Rusland) en Karimov, de slager van Oezbekistan, wiens troepen vorig jaar een bloedbad aanrichtten onder demonstranten in Andijan: honderden doden, volgens Human Rights Watch. Het zullen je vrienden maar zijn.

Op dat moment was ook de VS trouwens een supporter van Karimov, en de kritiek na afloop uit die hoek bleef heel voorzichtig. Het was Karimov zelf die vervolgens min of meer met de VS brak, aankondigde dat de Amerikaanse basis in Oezbekistan moest verdwijnen, en meer in het Russische kamp belandde. Voor de gebruikelijk officiële Westerse zelfgenoegzame democratische retoriek is ook hier dan ook niet bepaald reden, tenzij het behalen van goedkope propagandistische punten een reden genoemd moet worden.

Racistisch geweld

Ook is er in Rusland groeiend racistisch geweld. Amnesty verwijt de autoriteiten in Moskou daar veel te weinig aan te doen. Volgens Sova, een mensenrechtengroep in Rusland, kwamen in 2005 achtentwintig mensen door racistisch geweld om het leven, zo lees ik in hetzelfde bericht van Radio Free Europe.

Later gaf Amnesty de Russische autoriteiten er nogmaals van langs wegens nalatigheid op dat gebied. Zo vermoordden onbekenden Nikolai Girenko, een expert wiens getuigenissen geholpen hadden om enkele neonazi's achter slot en grendel te krijgen. De moord vond plaats in 2004 maar is nog steeds niet opgehelderd. Wel zijn er verdachten opgepakt voor de moord op Lamzar Samba, vorige maand, inmiddels opgepakt, en kwam een andere verdachte zelfs om omdat hij zich volgens de politie tegen arrestatie verzette. Maar uitgerekend diezelfde dag dat dit bekend werd, sloegen onbekenden een Ecuadoraan het ziekenhuis in.

Groeiend racistich en homofoob geweld, nauwelijks door de autoriteiten bestreden in het eerste geval, feitelijk aangemoedigd in het tweede - het vraagt om een reactie. Activisten tegen homohaat en racisme staan tegenover een gemeenschappelijke vijand: de Russische staat en allerlei religieuze en uiterst-rechtse organisaties, van nazi-skins tot de Orthodoxe kerk. Gezamenlijk verzet tegen die krachten van rechts is nodig om democtratische rechten - van alle mensen in de marge, van mensen van alleherkomsten, huidskleuren en seksuele voorkeuren[/i], te helpen verdedigen.

24 mei 2006

Bob Dylan: lang zal hij leven!

Lang zal hij leven! Robert Allen Zimmerman is vandaag 65 jaar geworden. We kennen hem iets beter onder de naam Bob Dylan. Met zijn prachtige songs, zijn wrange teksten en zijn opvallende stemgeluid - dan weer snerend en scherp, dan weer vooral hees en breekbaar - heeft hij niet alleen in de muziekwereld veel teweeg gebracht maar ook in de wereld waarvan zijn muziek een uiting is, en tegelijk een kritisch commentaar erop.

Komende tijd wil ik een wat uitvoeriger stuk over de man en zijn werk hier plaatsen, maar dat lukt niet meer op de verjaardag zelf. Liefhebbers en nieuwsgierige lieden verwijs ik alvast even door naar een handvol artikelen. Natuurlijk biedt Wikipedia een overzichtelijk en helder stuk. En ja, Bob Dylan heeft zelf ook een eigen website. Men heeft weliswaar dit weblog niet echt nodig om daar achter te komen, maar toch. Via de laatstgenoemde site kun je zijn teksten lezen, een waar feest, want zeer veel zijn zelfs zonder de bijbehorende prachtmuziek de moeite waard.

Ron Jacobs gaf enkele weken terug een bespreking van een recent optreden van Bob Dylan en countryzanger Merle Haggard in Asheville: "You and I We've Been Through That: Dylan and Haggard Take the Stage.". Jacobs is een linkse activist/ schrijver, onder meer auteur van een boek over de Amerikaanse stadsguerrilla-groep de Weatherman, een naam ontleend aan een zinnetje uit Dylan's song "Subterranean Homesick Blues."

Richard Goldstein schreef in The Nation een uitvoeriger stuk over de man: "Satellite Dylan". Het is een goed, behoorlijk kritsch, verhaal van iemand die grote waardering heeft voor het werk van Dylan, maar terecht aan heiligverklaring niet mee wenst te doen. Het artikel behandelt veel aspecten van Dylan's werk, maar heeft als bezwaar dat hij veel gegevens over Dylan's leven en vooral zijn songs, bekend veronderstelt. Dit blijkt uit terloopse verwijzingen en zinspelingen op teksten van de artiest.

Goldstein onderkent de tegenstrijdigheden in het wereldbeeld van Dylan, die beroemd werd als protestzanger maar die op allerlei punten eerder een vrij behoudende kijk op de wereld heeft. Precies dat maakt hem, volgens Goldstein, zo'n aantrekkelijke artiest van witte mannen van middelbare leeftijd, die hun eigen illusies en obsessies in Dylan's werk herkennen. Met name doelt Goldstein hier op de houding van Dylan ten aanzien van vrouwen, een houding waarin, aldus de auteur, het traditionele rollenpatroon domineert, en die doortrokken is van vijandigheid.

Vooral in latere jaren krijgen dit seksisme, en andere reactionaire opvattingen, alle ruimte. In zijn jonge jaren was er, naast de reactionaire trekjes in Dylan's houding, vooral nog de rebellie. Goldstein constateert dat jonge mensen vooral naar Dylan's concerten komen vanwege zijn vroege songs, niet van zijn recente werk. Als groot liefhebber van juist dat vroege, wel degelijk zeer maatschappijkritosche maar vooral erg mooie werk, kan ik die voorkeur alleen maar zeer verwelkomen. Over de rest van het artikel moet ik nog eens goed en stevig nadenken.

Mary Martina heeft een reactie erop, (doorgelinkt vanaf het Nation-artikel) vooral over het argument over Dylan als seksist. Het staat op een aan Dylan gewijde weblog "Visions of Dylan", dat ik nog niet kende, langs deze weg tegenkwam. Het biedt vooral ditjes en datjes, en is vooral voor de fans die een beetje over the top neigen te gaan in hun adoratie.

Wel kwam ik via deze site een paar andere aardigheden tegen, bijvoorbeeld een recensieartikel door Janet Maslin in de New York Times waarin
Een tweetal boeken worden daarin besproken: een boek vol interviews met Dylan, en een heuse Bob Dylan-encyclopedie. Vooral dat interview-boek zou wel eend hoogst vermakelijk kunnen zijn, Dylan had er een handje van om van interviews ware verbale spektakels van spot en bizarre uitweidingen te maken, waarmee hij de raadsels rond hemzelf en zijn werk verder vergrootte.

Maar ook die encyclopedie moet erg apart zijn, als de recensist het bij het goede eind heeft. Via "Visions of Dylan" trof ik ook een weblog aan, van de auteur, Michael Gray, met dezelfde titel als het naslagwerk: "Bob Dylan Encyclopedia". Het ding zelf komt op 15 juni uit. Ik ben al bijna benieuwd...

Hoe ik zelf tegen het werk van vooral de vroege Bob Dylan aankijk valt elders op dit weblog te lezen. Eind december schreef ik "Krachtvoer voor rebellen" en "Krachtvoer voor rebellen (deel twee)", naar aanleiding van de uitzending in die week van de documentaire 'No Direction Home' over Dylan tot aan 1966. De documentaire zelf, van Martin Scorsese, is geweldig. Net als Dylan's werk uit die tijd. Maar dat ik dat vind, is de lezer(es) vast niet ontgaan.

opmerking: een ruwe versie van dit stuk heeft op maandagavond laat heel eventjes op dit weblog gestaan. Totdat ik erachter kwam dat het die dag 22 mei was, en niet 24 mei...

Bangladesh: arbeidersopstand

Textielarbeiders in Bangladesh houden de afgelopen weken felle protesten tegen de erbarmelijk lage lonen, die ze soms ook nog niet eens op tijd uitbetaald krijgen. Tienduizenden arbeiders demonstreerden. De politie trad keihard op, waarna boze arbeiders zelfs fabrieken in brand staken.

Op 15 mei hielden 5000 arbeiders van de Platinu Jubilee Jute Mill, een staatsbedrijf, een manifestatie. Ze eisten uitbetaling van achterstallig loon en waarschuwden de onderdirecteur dat die niet moest proberen het bedrijf weer op te starten voor de lonen betaald waren. Ook moesten de veiligheidstroepen actievoerende arbeiders met rust laten.

De dag ervoor hadden arbeiders het administratiegebouw belegerd, en 40 managers bijn een halve dag opgesloten, de onderdirecteur zelfs nog langer. Die kwam pas vrij toen hij had toegezegd dat hij ging proberen om bij de regering geld voor de lonen los te peuteren. Arbeiders wierpen barricaden op, staken ongebruikte elektriciteitspalen in de fik en sneden de elektriciteit van het bedrijf af. De politie probeerde een van de onderhandelaars namens de arbeiders op te pakken. Dit alles valt te lezen in The Daily Star van 16 mei.

De week hierop nam de strijd een nog veel grotere vlucht - en gingen de pogingen om het protest gewelddadig neer te slaan door. Al Jazeera meldt maandag 22 mei dat 100.000 arbeiders betoogden voor hoger loon en betere werkomstandigheden. Dit vond plaats ten noorden van de hoofdstad Dacca, in Ashulia.

Arbeiders blokkeerden de wegen en vernielden volgens de politie auto's. De politie opende het vuur. Boze demonstranten hielden huis in fabrieken en sloopten bussen, zo vertelt het verslag van Al Jazeera. Textielfabrikanten hielden hun eigen betoging, waarin ze om meer veiligheidsmaatregelen riepen. Arbeid en kapitaal staan echtstreeks tegenover elkaar in de straten van bangladesh.

De dag erop weer heftige taferelen. Twintigduizend betogende arbeiders op straat, salvo's van traangas van politiezijde, honderd beschadigde voertuigen, brand in minstens zes kledingfabrieken. Honderd mensen, ook politieagenten, raakten gewond. Een demonstrant overleed aan schotwonden. "Het geweld verspreidt zich nog steeds en zou zich kunnen uitbreiden", aldus een politieman.

Het explosieve verzet van textielarbeiders is logisch. De lonen zijn minimaal, de werktijden erbarmelijk: vaak zeven dagen in de week. Een van de eisen was: een week vakantie per jaar. Dat arbeiders hun woede richten tegen de gebouwen waarin hun leven een hel wordt gemaakt, verbaast mij niets.

Het verzet is tegelijk hoopgevend, voor arbeiders daarginds en voor arbeiders hier. Verzet, harde actie is de weg om verbetering in het bestaan af te dwingen. Zo ging het altijd, zo gaat het ook nu in Bangladesh. Wie een greintje menselijk gevoel heeft wenst de strijdende arbeiders n Bangladesh sterkte en succes.

En wie bezwaar maakt tegen de aangerichte vernielingen dient dat bezwaar te richten tegen de directies van de textielfabrieken, tegen de staat van Bangladesh die kennelijk soms eigenaar van zulke fabrieken is, en tegen de grote concerns wiens toeleveranciers deze ateliers zijn. Alledrie profiteren ze van de loonslavernij in de textielindustrie van Bangladesh. Alle drie zijn hebben ze de felle reactie van arbeiders dan ook uitgelokt. Dus moeten ze nu niet zeuren.

23 mei 2006

Robert Fisk vertelt

Absoluut hoogtepunt op het Nederlands Sociaal Forum was voor mij de prachtige lezing die Robert Fisk gaf op zaterdagochtend. Fisk is Midden-Oosten-correspondent voor de Britse krant The Independent, en een geweldige journalist. Hij is tegelijk ook een zeer betrokken mens, iemand die zich er niet voor schaamt zijn woede te laten blijken over het onrecht en de wreedheid waar hij dag in, dag uit over schrijft. Fisk ik bovendien, zo blijkt uit zijn artikelen maar zo bleek ook uit zijn toespraak, een zeer grappige man, vol wrange ironie en bepaald niet zonder zelfspot ook.

Zijn betoog heette "News Peak or New Speak? The Middle East in the Western Media". Hij gaf een schets van de conflicten daar de afgelopen vele tientallen jaren, vooral van het conflict tussen de (opkomst van) de staat Israël en de Palestijnen, maar ook van de diverse Westerse invasies in Irak. Maar vooral de beeldvorming rond die conflicten, de ingebouwde eenzijdigheden daarin, kregen zijn aandacht. Dat deed hij meesterlijk, met tal van prachtige voorbeelden.

Edward Said als voorbeeld

Maar hij begon met een veel algemener punt: "Wij, als journalisten, zijn tekortgeschoten in onze plicht naar jullie toe." Misschien kon het werk van journalisten maar beter overgenomen worden door academici als Edward Said, Palestijns wetenschapper, scherp criticus van de staat Israël maar vooral ook van de collaboratie en de corruptie van PLO-leider Arafat, en van het Oslo-akkoord, dat onder het mom van vrede feitelijk een verdere onderwerping van de Palestijnen betekende, in ruil voor een minieme fooi. Said was een van de eersten die dit akkoord op de hak nam. Zij boeken werden dan ook verboden door het Palestijnse Gezag van Arafat.

Fisk heeft grote bewondering voor de man, en vertelde er mooie anekdotes over. Niet lang voordat hij aan kanker overleed sprak Fisk hem. "Wil je alsjeblieft doorgaan met leven?" zei hij. "Ik ga niet dood", antwoordde Said, "omdat zoveel mensen me dood willen hebben." Hij was, aldus Fisk, "een bijzonder historicus, iets wat wij zouden moeten zijn maar niet zijn."

Vroeger en nu

Fisk vertelde over een eerdere invasie en bezetting van Irak: door Britse troepen, na de Eerste Wereldoorlog. Ook toen vond er al een slag plaats om een Iraakse stad, genaamd Falluja. Ook toen verwezen de bezetters, ter verklaring van het verzet, naar infiltranten van over de grens, uit Syrië. Ook toen openden de bezetters de jacht op een geestelijke die dwars lag. De man heette weliswaare Badr en geen Sadr, maar toch. En wat zou er, volgens Brits politicus Lloyd George gebeuren als de Britse troepen zich zouden terugtrekken? Fisk vroeg het aan de zaal. Diverse stemmen: "Burgeroorlog!" Gelach in de zaal: zo voorspelbaar zijn de excuses van bezetters, en zo uitgekauwd inmiddels.

Ook liet hij, aan de hand van Britse staatslieden als Churchill en Lloyd George zien dat men in hoge kringen wist, al in de jatren dertig, dan het stichten van een Joodse staat in Arabisch land onvermijdelijk tot geweld, oorlog en de verdrijving van de Arabisch-Palestijnze bevolking moest leiden. Churchill in 1937: "Om zich te handhaven moet de Joodse staat zich tot de tanden wapenen. Hoe lang zullen de Arabieren in omliggende landen dat blijven nemen?" Vroeg of laat zal dit ertoe leiden dat die Joodse staat uit haar grenzen zal breken, aldus Churchill. We weten inmiddels hoe juist deze voorspelling was.

Fisk besprak hoe vertekend het beeld van de bezetting van Palestijns gebied is, mede dankzij de woordkeus de journalisten hanteren. Zo was Fisk bij een debat voor, ik meen, een Amerikaanse TV-zender. Hij sprak over 'bezette gebieden' en krege meteen als commentaar dat die gebieden niet 'bezet' waren. Wat zegt Fisk... zijn de soldaten bij de controleposten aldaar dan Zwitsers? Of Birmees?

Bezet of betwist?

In plaats van "bezette gebieden" is het woord "betwiste gebieden" gekomen. En de kolonies in die "betwiste gebieden" zijn omgedoopt, eerst tot "nederzettingen", en vervolgens tot "buurten" en "voorposten". De muur die Israël in die "betwiste gebieden" bouwt om "buurten" te beschermen, heet allang geen muur meer maar "veiligheidsbarrière" of doodgewoon "hek." Als dan een Palestijnse jongen stenen gooit uit woede over de bezetting, dan kan dat afgedaan worden als blind geweld. Wie gaat er nu stenen gooien uit protest tegen een veiligheidshek waarachter zich een buurt bevind in betwist gebied? Zo helpt de woordkeus mee om de Palestijnse uitingen van woede weg te zetten als terrorisme, en de Palestijnen als inherent gewelddadige mensen.

Arabieren, aldus Fisk, stellen prijs om democratie en mensenrechten. Maar Arabieren willen ook een specifieke vrijheid: ze willen vrij zijn van ons - Fisk doelt op het Westen -, en wij zijn niet van plan dat te geven. Wij komen, zo voegt hij er ironisch aan toe, altijd om ze te bevrijden, maar we gebruiken nooit het woord "gerechtigheid".

Ja, en dan is er die "oorlog tegen terrorisme" inmiddels al uitgebreid tot "eeuwigdurende oorlog tegen terrorisme". In 1914 dachten de soldaten die naar het front gingen nog dat ze met kerst weer thuis zouden zijn, nu is zelfs die hoop bij voorbaat de grond in geboord.

Fisk geeft collega's die onkritisch de machthebbers volgen er ongenadig van langs. Thomas Friedman, van de New York Times, krijgt een veeg uit de pan. Deze correspondent zou 65.000 dollar vragen per optreden. "Ik zou 65.000 dollar betalen om niet naar Tom Friedman te hoeven luisteren", zei Fisk.

Moslims kunnen ons niks schelen, volgens Fisk. We tellen niet eens de dode Irakezen in Irak, terwijl van elke dode Westerse soldaat de naam, rangnummer etcetera bekend is. Ook zo'n voorbeeld van het meten met twee maten. En terwijl iedereen van Hamas eist dat het zich aan gemaakte akkoorden met Israël houdt, is er geen aandacht voor het feit dat Israël de ene na de andere eerdere toezegging over terugtrekking niet na komt.

Fisk ging ook in op de crisis rond het kernprogramma van Iran. "Als ik Iraniër was, dan zou ik zo snel mogelijk een bom zien te krijgen". Immers, kijk naar Noord-Korea. Dat land, in het bezit van zo'n bom, wordt niet aangevallen.

Over de aanslagen van 11 september zei hij: "je mag zeggen hoe het gebeurde, en wie het gedaan heeft. Maar je mag niet vragen waarom. Vragen naar het waraom betekent dat je pro-terrorist bent, en dus antisemitisch en anti-Amerikaans.

De taak van journalisten

Ten slotte kwam Fisk terug op de taak van journalisten. Hij citeerde de Israelische journaliste Amira Hass: journalisten moeten de machtscentra kritisch in het oog houden, vooral als het om oorlog gaat. Fisk heeft geen goed woord over voor het idee dat je de tijd gelijk moet verdelen tussen daden en slachtoffers. Moet de eigenaar van een slavenschip evenveel aandacht krijgen als de slaven? De kampbaas in een nazi-concentratiekamp evenveel aandacht als de gevangenen? De Islamitische Jihad-groep evenveel aandacht als de slachtoffers van een bom in een pizzeria? De daders van de massamoorden op Palestijnen in de kampen Sabra en Shatila evenveel aandacht als de slachtoffers? Waarom zouden we niet aan de kant van de slachtoffers staan?

Die houding - zeggen wat er gaande is, het leed laten zien dat de machthebbers aanrichten, de leugens doorprikken waar die machthebbers zich van bedienen - dat is de houding die Fisk typeert en die hem tot een bijzonder journalist en mens maakt. Hij ziet zichzelf daarbij niet als activist, maar als journalist en als kritisch burger.

Vragen uit de zaal

Nadat Fisk klaar was met vertellen, was er nog wat tijd voor vragen uit de zaal. Iemand vroeg naar Fisk's afkeer van het internet waar hij in zijn lezing blijk van gaf. Je weet niet of het waar is wat je op het net leest, was het antwoord. Het overkwam hem ook wel eens dat iemand uitgerekend aan hem vroeg om even na te zoeken hoe iets ook alweer precies zat in zijn papieren archief. En bovendien, je kunt een boek in bed lezen, dat gaat met internet wat lastig.

Die onbetrouwbaarheid van gegevens op het internet klopt natuurlijk wel, maar ik denk dan wel: geldt dat niet voor gedrukte tekst? Was Fisk hier niet gewoon een uitvlucht aan het zoeken om niet aan het surfen te hoeven? Ik vind zijn houding in dit soort dingen overigens wel reuze charmant, ik hou van ouderwets. Maar dit terzijde.

Ies serieuzer werd het toen iemand de aanslagen van 11 september 2001 aan de orde stelde. Was er niet sprake van een immense samenzwering over de ware toedracht, zo was de strekkiing van de vraag. Fiks reageerde door te zeggen dat hij correspondent in het Midden-Oosten was, niet in New York. Was hij wel in die stad gestationeerd dan zou hij vragen stellen en zoeken, want aan de officiele versie rammelde nogal wat. Zo liet Fiks merken. Maar veel meer kon hij er niet over zeggen.

Op een vraag of hij de anti-oorlogsbeweging kon adviseren antwoordde hij terughoudend. "Dat doe ik niet. Dan ga ik een grens over." Maar hij zei wel dat het hem opviel dat mensen in die beweging zich vooral, via internet en dergelijke - Fisk moet van dat internet sowieso niets hebben trouwens - op anderen uit die beweging zelf richtten. Ze gingen niet naar busstations en zo om met andere mensen te praten. Preken voor eigen parochie, daar komt zijn kritische observatie op neer. Hij bracht het niet als advies. Maar het staat me, als iemand die meer en effectiever verzet tegen oorlog wil, natuurlijk geheel vrij om toch mijn voordeel te doen met deze niet onbelangrijke observatie...

22 mei 2006

Nederlands Sociaal Forum: enkele indrukken

Met gemengde gevoelens vertrok ik vrijdagmidag naar Nijmegen om deel te nemen aan het tweede nederlands Sociaal Forum (NSF). Met gemengde gevoelens keerde ik zondagmiddag terug na de afsluiting ervan. Maar, waar op de heenweg tegenzin en aarzeling de overhand hadden, daar had na afloop de opgedane inspiratie en het versterkte richtingsgevoel de overhand gekregen. Het NSF was een succes, een beter gebeuren dan ik had verwacht.

Aanvankelijke twijfels

Vanwaar de negativiteit vooraf? Deels is dat puur persoonlijk: grote bijeenkomsten vol onbekende mensen zijn niet mijn favoriete plek, ik voel me er weinig op mijn gemak, het levert stress op. Bovendien slaap ik thuis lekkerder... Gelukkig kwam het niet tot kamperen: de mensen met wie ik optrok hebben de gelegenheidscamping toch maar ingeruild voor plekken in de ook beschikbare slaapzalen, gezien het nogal treurige weer.

Maar ook politieke elementen spelen mee in mijn aanvankelijke aversie. Mij bekruipt geregeld het frustrerende gevoel dat activisten, mijzelf inbegrepen, bij het uitbouwen van verzet tegen neoliberale afbraak, tegen islamofobie en ander racisme, tegen oorlog en vooral de oorlogsdreiging tegen Iran te traag uitbouwen, en het gevoel dat een veelheid van discussiebijeenkomsten als het NSF het risico meebrengt dat we teveel in een praatcircus verzanden en we onze traagheid dus niet doorbreken.

Voeg daarbij mijn frustratie als activist in een stad met vrij weinig medestanders in zijn netwerk - waardoor de verleiding sterk is om thuis te blijven en me louter toe te leggen op het vinden van medestanders alhier - en mijn tegenzin om een hectisch weekend in Nijmegen door te brengen is wellicht voorstelbaar. Netwerken in Tilburg vind je niet zozeer in Nijmegen, dat was deels het idee, en helemaal onzin is dat niet.

Actie tegen oorlogsdreiging richting Iran

Mijn angst bleek goeddeels ongegrond. Het NSF was, juist in het aanjagen van nieuwe activiteiten, het bundelen van krachten en het selecteren van speerpunten in het verzet, een grote stap vooruit. We hebben vanuit de Internationale Socialisten vooral de urgentie in helpen brengen om verzet tegen de dreigende aanval op Iran op te bouwen.

De campagne "Geen Oorlog Tegen Iran" heeft al een tijdje een internetpetitie lopen, maar nu stonden we ook met intekenlijsten waarop mensen zich tegen die aanvalsdreiging konden uitspreken en tegelijk contactgegevens konden achterlaten zodat we samen met mensen die tekenden in actie kunnen komen, de komende tijd. Dit was motiverend en naar mijn overtuiging erg belangrijk werk op het NSF. Veel mensen tekenden. Deze campagne zal doorgaan en geeft ook mensen zoals ik handvaten om in eigen omgeving bondgenoten, mede-activisten, te vinden zodat het protest tegen de oorlog zich verder kan verspreiden.

Zo hebben we bescheiden maar serieuze stappen kunnen zetten naar een herleving van protest tegen de oorlogen die het Witte Huis voert. Op de slotbijeenkomst van zondagmiddag wezen ook sprekers van andere achtergronden - bijvoorbeeld Anne van Schaijk van Milieudefensie - aan de noodzaak om ons luid en duidelijk tegen de oorlogsdreiging jegens Iran uit te spreken en van dit protest een soort speerpunt te maken. Alleen al door het aanjagen van dit hoognodige protest werd het NSF veel meer dan een inspirerend samenzijn van maatschappijkritische mensen; het samenzijn is benut om daadwerkelijk beweging tegen oorlog op te bouwen

Beweging bestaat en groeit in kracht

Het gebeuren was dus niet alleen een uitwisseling van ideeën vanuit allerlei betrokken organisaties - van Milieudefensie, NOVIB en FNV tot radicale groeperingen als de Internationale Socialisten. Tevens zijn bindingen tussen activisten van diverse achtergronden versterkt, netwerken uitgebouwd, ervaringen uitgewisseld. En - een heel belangrijk positief effect, juist voor activisten in een relatief isolement - juist op dit soort evenementen voel je je weer deel van een groter, groeiend en dynamisch geheel. Op dit NSF voel en zie je weer dat het spreken, ook in Nederland van een daadwerkelijke beweging tegen neoliberalisme, racisme en oorlog, niet zomaar wishful thinking is maar een realiteit.

Die beweging was dus in Nijmegen bijeen, en liet daar een groeiende kracht zien. Het vorige NSF, november 2004 in Amsterdam, telde pakweg 4000 deelnemers; het huidige iets minder, zo'n 3000 deelnemers. Maar hier speelde de locatie mee: niet bepaald centraal, waardoor het aantal deelnemers uit de Randstad, en vooral het voor links belangrijke Amsterdam, ongunstig beïnvloed is. Tegenover het wellicht lagere aantal staat een groeiend radicalisme, en een verzwakking van de neiging om voortdurend langs elkaar heen te werken, ons eindeloos te versnipperen. De beweging, om dat riskante woord te gebruiken, is slagvaardiger en coherenter geworden.

Openingsbijeenkomst

Al de eerste avond zetten zeer uiteenlopende sprekers de toon op de openingsbijeenkomst. Die avond was al vrij druk bezocht, er zaten zeker 500 tot 600 mensen in de zaal. De gespreksleider peilde wie er uit Nijmegen zelf kwamen: pakweg twee derde stak de hand op. Dat tekent de groei van belangstelling voor linkse maatschappijkritiek, juist ook buiten de Randstad.

Sylvia Borren, van Oxfam Novib, opende de sprekersrij. Zij begon met de vaststelling dat we in Nederland laat zijn in de sociale bewegingen. Ze schetste de volgens haar belangrijke tegenstelling: die tussen gewapende veiligheid en menselijke veiligheid. Daarbij verwees ze naar het debat de afgelopen week over Hirsi Ali, volgens haar een strijd tussen degene die zeggen: regels zijn regels, en anderen die daartegen in brengen: rechten zijn rechten.

We moeten ons volgens haar verzetten om een andere wereld te bereiken, niet slechts door actie te voeren maar ook door in onze eigen omgeving dingen te veranderen. Ze vertelde over haar vriendin Rebecca, die - als iemand van buitenlandse afkomst - nogal eens te horen krijgt dat ze perse Nederlands moest leren. Maar, aldus Borren, haar Nederlands is misschien niet zo goed, ze is voldoende ingeburgerd om terug te zeggen: "Ik moet NIKS!"

Moustafa Bargouti, een belangrijk Palestijns spreker, ging in op de actualiteit van de situatie in Palestina. Hij hamerde erop dat het onmogelijk is de strijd voor sociale rechtvaardigheid te scheiden van de strijd tegen bezetting en oorlog. Hij wees erop dat in Palestina de bezetting omgezet wordt in een systeem van apartheid.

Op de verkiezing van Hamas ging hij ook in: "Democratische verkiezingen als deze zouden door het Westen zijn geprezen als ze plaats zouden hebben gevonden in Letland..." Maar juist Palestina heeft de afgelopen tijd een ware democratisering te zien gegeven. Israël's houding intussen: "Als we Moeder Theresa uit haar graf zouden opwekken en haar premier van Palestina zouden maken, dan nog zou Israël niet met haar willen praten...." Bargouti pleitte voor een grotere aanwezigheid van activisten uit andere landen in de Palestijnse bezette gebieden, uit solidariteit. Ook moet de druk op Israël opgevoerd worden.

Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV, hield een opvallend radicale toespraak. Bij herhaling haalde ze de succesvolle Franse protesten tegen de versoepeling van het ontslagrecht naar voren, onder het motto: als het daar kan, waarom hier dan niet? Je kunt niet meer volhouden dat de jeugd niet geëngageerd is vandaag de dag.

Ook zei ze dat neoliberalisme, vaak omschreven als een historische noodzakelijkheid, gewoon een politieke keuze is, waartegenover we een politiek alternatief moeten vormen. Ze vond insopiratie en hoop, niet alleen in de Franse protesten maar ook in de moed van Zimbabwaanse vakbondsmensen die in een tosestand van zware repressie hun werk moesten doen.

Iets van haar scherpte haalde ze wel weer onderuit door te zeggen dat het neoliberalisme van regels moet worden voorzien in plaats van gewoon afgewezen en opgedoekt. Ze liet de rol van uitgerekend de vakbeweging in het verzet tegen neoliberalisme een beetje liggen, en van kritische reflectie op de rol van de vakbondsleiding om de protesten tegen het kabinet in te kapselen via een slecht akkoord na de mega-betoging van 2 oktober 2004 bleef onbesproken. Dat zat er in.

Maar juist daarom waren vooral de verwijzingen naar het Franse protest zo verfrissend en tekenend voor de sfeer. Sowieso is het al goed dat een FNV-voorzitter komt spreken op zoiets als het NSF. Dat toont aan dat er ook in hun achterban iets gonst, dat ook de FNV voelt dat er een wind uit de linkerhoek waait, en op een NSF de noodzaak voelt een goede beurt te maken bij een radicaal publiek.

Walden Bello, van de anderglobalistische onderzoeksinstelling "Focus on the Global South", en belangrijk woordvoerder van de wereldwijde beweging tegen kapitalistische globalisering, schetste het contrast tussen tien jaar geleden en nu. Destijds de vrijwel volledige hegemonie van het neoliberale gedachtegoed een beleid. Nu: instellingen als IMF, Wereldbank en WTO zijn een flink stuk van hun aanzien en legitimiteit kwijt; multinationale ondernemingen worden gezien als instellingen die in hoge mate bijdragen aan problemen als klimaatsverandering; en de VS hebben te maken met een crisis van hun politieke en militaire overwicht, zoals blijkt in Irak. Deze gezamenlijke crisis van het neoliberalisme en van de Amerikaanse hegemonie betekent dat we eigenlijk al een betere wereld dan destijds hebben.

Hij schetste hoe dat is verlopen: de economische crisis in Azië in 1997 liet het falen van het neoliberale model zien; toppen van de WTO in Seattle en Cancun mislukten, mede door de druk van actievoerders; de zogeheten structurele aanpassingsprogramma's van IMF en Wereldbank bleken geen groei op te leveren; de lange hoogconjunctuur in de VS veranderde in 2002 in een crisis, waarmee meteen de mythe van een 'nieuwe economie' zonder recessie haar kracht verloor; de crisis in Argentinië onderstreepte het falen van het neoliberalisme.

Na 11 september 2001 bleek de beweging verder vooruit te komen, zoals uit de grote protesten vlak voor de Irak-oolog in 2003 bleek. De beweging van andersglobalisten en de anti-oorlogsbeweging moeten we dan ook zla een beweging zien, volgens Bello. En ook de anti-oorlogsprotesten hadden effect, al konden ze de invasie in Irak niet voorkomen. De beweging hield Frankrijk en Duitland af van steun aan de invasie, en duwde diverse landen - Spanje, Italie - uit de coalitie van bezettings,machten.. Ook mislukte de opzet van de VS om na de invasie de bezetting - en dus de risico's voor soldaten - voornamelijk door troepen van anderen te laten uitvoeren.

Ten slotte wees Bello op de tegenkrachten die in opkomst zijn. Op Amerikaanse universiteiten wordt activisme ten gunste van de Palestijnen en tegen de huidige globalisering steeds hoorbaarder; hij vertelt van het optreden van een prominente neoliberale professor die, daarmee geconfronteerd, slechts incoherente praat kon uitbrengen. Het neoliberalisme, aldus Bello, is "on the way out." En vooral in Latijns-Amerika, waar bewegingen tegen dit neoliberalisme aan de macht komen, wordt iets van het alternatief zichtbaar.

Daarna kwam Peyman Jafari, van de Internationale Socialisten, aan het woord. Tekenend overigens voor de kracht van links en de radicaliteit van het NSF: een leidend lid van een trotskistische revolutionaire organisatie die op hetzelfde podium optreedt als de voorzitter van een vakcentrale met meer dan een miljoen leden... Ik beken graag en onmiddellijk, ik was en ben trots op de rol de we als Internationale Socialisten, met al onze eigenaardigheden en zwakten en fouten die we ook maken, weten te spelen als deel van activistisch links in Nederland. Ook dat werd me op het NSF weer eens glashelder.

Peyman wees om te beginnen op de muren die de machthebbers opbouwen tussen ons. De muur in Palestina, maar ook de muur aan de grens tussen de VS en Mexico. Dit gebeurt terwijl de muren voor bedrijven juist alom worden neergehaald. En dan zijn er de muur om Europa, om mensen buiten te houden. De muur rond de Groene Zone in Bagdad, om Guantanamo en Abu Ghraib. De onzichtbare muren tussen rijk en arm. De muren van angst tussen allochtoon en autochtoon. "Ik wil helemaal niet integreren in deze wereld van Balkenende, Verdonk en Bush!" aldus Peyman.

Intussen is de populariteit van Bush inmiddels lager dan zijn IQ. De VS verliest, dankzij de beweging en dankzij Irakezen die zeggen: Alle troepen uit Irak! Aldus Peyman, die daarmee een fors applaus aan de zaal ontlokte. Ook wees Peyman op het belang van Latijns-Amerika als frontlijn tegen het neoliberalisme. Maar intussen gaat de neoliberale trein door, en bereidt de VS een nieuwe oorlog voor: tegen Iran. Er is dan ook meer nodig dan een cyclus van protesten; we willen naar een cyclus van overwinningen zoals de Franse jongeren een overwinning wisten te behalen.

Het is dan ook nodig te breken met het waanidee dat de geschiedenis is uitgemond in haar eindpunt: McWorld. "Het belangrijkste wapen van de onderdrukker is het brein van de onderdrukte", zo citeerde peyman de Zuidafrikaanse vrijheidsstrijder Steve Biko. Het is dan ook toijd om ons te bevrijden van de neoliberale dogma's. tegelijk moeten we blijven samenkomen, elkaar vasthouden en niet loslaten. Tevens moeten we in actie komnen, en nadenken over de benodigde strategie. Een centraal actiepunt gaf Peyman de bijeenkomst mee. Iran. We moeten de oorlog die de VS tegen dat land voorbereid, stoppen voor die begint. Laat Iran geen tweede Irak worden, aldus Peyman.

En hij wees er ter afronding op: wij zijn met velen, zij, de machthebbers, met weinigen. Zij hebben ons nodig, meer dan wij hun. "We moeten de muren neerhalen, steen voor steen, draad voor draad. We moeten de macht van het kapitaal confronteren - en winnen." Een opvallend pittig applaus volgde - symptoom van de radicale sfeer en houding die heel veel van de NSF-deelnemers kenmerkte. En dit was nog maar de openingsavond...

De meest poëtische toespraak kwam echter van Vandana Shiva uit India, onder meer actief tegen het opdringen van genetisch gemanipuleerde gewassen, waardoor boeren afhankelijk worden van de multinationals die daarvoor de zaden en technologie leveren. Ze is onder meer betrokken bij het werk van het International Forum on Globalisation en bij Navdanya, een project in India dat ze heeft opgericht o traditionele landbouwvormen te verdedigen en de strijd tegen milieuverwoesting te combineren met de verdediging van arme boeren tegen oprukkende commerciele landbouw.

Het valt niet mee haar betoog in woorden te vangen. Ze wees erop dat de geldende regels feitelijk regels van barbarij zijn, en dat het nodig is deze regels in twijfel te trekken, aan te pakken, te ondermijnen en ze te herschrijven. We kunnen het huis van de meester echter niet neerhalen met het gereedschap van diezelfde meester, dus we moeten vernieuwend zijn. Ze gaf aan zich hier door Gandhi te laten inspireren.

Vaak is, volgens Shiva, de andere wereld waar we voor vechten het verdedigen van wat we al eerder hebben gewonnen, en het verdiepen van die verdediging. Shiva liet de wreedheid en de absurditeiten zien van de huidige globalisering. In plaats van de armoede te verdrijven, worden de armen verdreven. Palestina is overal waar deze verdrijving van mensen plaatsvindt; elke dag worden er nieuwe Palestina's geschapen.

En hoe meer je moet betalen - bijvoorbeeld als het water geprivatiseerd is - hoe rijker je kennelijk bent, zo zei Shiva ironisch.. Degenen die vastgezet worden in de soort van landbouw die door de grote bedrijven opgedrongen wordt, worden tot armoede gedreven. En het feit dat water, net als olie, tot koopwaar wordt, zal leiden tot water-oorlogen, zoals we nu oorlogen om olie hebben..

We moeten opnieuw het recht op werk definiëren volgens Shiva, want we leven in een wereld van wegwerp-mensen, en democratie wordt vervangen door xenofobe politiek. Ze geeft aan dat gerechtigheid, duurzaamheid en vrede niet geschieden kunnen worden. Ze verwees naar de rondes van vrijheidsstrijd die eerder gevoerd is: als we het een vijfde keer moeten doen dan doen we het een vijfde keer maar we zullen nooit stoppen.

We delen samen een planeet, en we delen onze gezamenlijke menselijkheid. Vrijheid is ondeelbaar, jullie - Shiva doelde op de mensen in het Noorden - kunnen niet vrij zijn als wij - de mensen in het Zuiden - niet vrij zijn, en andersom. Deze houding van solidariteit wereldwijd doortrok niet alleen haar toespraak, maar klonk in allerlei toonaarden steeds weer in het hele NSF. Juist ook dat is de kracht van de anderglobalistische beweging die met het NSF afgelopen weekend een stevige stap vooruit zette.
(bijgewerkt 22 mei)

18 mei 2006

Verdonk verklaart kabinet nietig

Als minister Verdonk gelijk zou hebben, als Hirsi Ali destijds het Nederlanderschap nooit had mogen krijgen, als Hirsi Al;i dus" het Nederlanderschap niet geacht wordt te hebben verkregen en dus nooit Nederlands staatsburger is geweest, dan heeft dat een aantal bizarre, hoogst amusante consequenties. In dat geval is alles wat er sinds de verkiezingen van januari 2003 is gebeurd in politiek Den Haag, ongrondwettig. Ik stel voor dat links dan een campagne begint om de consequenties daarvan op te eisen. De eerste daarvan is: onmiddellijk nieuwe verkiezingen.

Hoezo? Welnu, om Kamerlid te zijn moet je Nederlands staatsburger zijn. Als Hirsi Ali "geacht wordt het Nederlandserschap nooit te hebben verworven", dan volgt daaruit dat haar kamerlidmaatschap al die tijd ongeldig was, dat ze "geacht wordt het kamerlidmaatschap nooit te hebben verworven".

Maar dat betekent dat de Tweede kamer sinds de verkiezingen van januari 2003 slechts 149 leden telde, en geen 150. Nu schrijft echter de Grondwet voor dat de Tweede Kamer uit 150 leden bestaat, zoals een journalist op, ik meen het NOS journaal, opmerkte. We hebben dus al sinds januari 2003 een volksvertegenwoordiging die getalsmatig ongrondwettig is.

Nu is de wet altijd de wet, voor uitzonderingen is in deze geen ruimte, zo horen we keer op keer. Verdonk al dat toch met me eens zijn? Dat geldt dan toch ook voor de grondwet? Is het dan niet zo dat aan deze hoogst ongrondwettige situatie, in het belang van het Recht dat Hooggehouden Dient Te Worden, onverwijld een einde gemaakt dient te worden, waar mogelijk met terugwerkende kracht?

Dat vergt om te beginnen: nieuwe verkiezingen op de kortst mogelijke termijn. Alleen dan hebben we weer een volksvertegenwoordiging die aan grondwettelijke voorwaarden voldoet. Alleen zo maken we aan de onrechtmatigheid die, volgens de Verdonk-redenering, al meer dan drie jaar in dit land voortduurt.

Maar er is meer. Het Kabinet Balkenende II is samengesteld op basis van een meerderheid in een ongrondwettige Tweede Kamer. Daarmee is dat kabinet zelf toch ook van ieder constitutioneel fundament beroofd? Als dat zo is, dan heeft dat grote gevolgen.

Een ongrondwettig parlement, een ongrondwettige regering - die dienen allebei, in de woorden die Verdonk over het Nederlanderschap van Hirsi Ali sprak, "nietig te worden verklaard." Maar daarmee is ook het beleid van de afgelopen jaren op ongrondwettig, illegaal, drijfzand gebouwd. De politieke steun die Balkenende II gaf aan de oorlog tegen Irak, dient "geacht worden niet te hebben bestaan." De huidige troepenzending naar Afghanistan dient onmiddellijk stopgezet te worden, de troepen die er al zijn, komen meteen terug.

Het hele beleid van bezuinigingen van dit kabinet is uiteraard ongeldig, en dient teruggedraaid te worden. Het zorgstelsel wordt alsnog geschrapt, de huurliberalisatie gaat niet door, alle ingrepen sinds 2003 in de sociale zekerheid worden niet alleen stopgezet, maar ook ongedaan gemaakt. We krijgen elke euro die we vanwege bezuinigingen sinds 2003 zijn kwijtgeraakt, per direct terug op onze rekening.

Verdonk en het kabinet zullen toch niet willen blijven profiteren van een beleid waaraan diezelfde Verdonk zojuist ieder grondwettig fundament heeft onttrokken? De wet is toch de wet? Mevrouw Verdonk? Bent u daar nog??

16 mei 2006

Heisa rond Ayaan Hirsi Ali

Wat een heisa rond Ayaan Hirsi Ali. Eerst een - allang openbaar, maar via Zembla opnieuw belicht - vluchtverhaal waar leugens een sleutelrol in speelden. Minister Verdonk stelt snel een onderzoek naar haar Nederlanderschap in. En maandag het bericht dat het Hirsi Ali haar kamerlidmaatschap van de al behoorlijk rechtse VVD inruilt voor een functie bij het nog veel rechtsere American Enterprise Institute.

Om te beginnen dat vluchtverhaal. Het feit dat ze destijds loog om Nederland binnen te komen, en dat hara paspoort daarom niet klopt, deert me op zich niet. De asielregels zijn zo streng dat het nauwelijks mogelijk is om als vluchteling Nederland binnen te komen zonder te liegen.

Zolang migratie niet vrij is, zolang vluchten en op zoek gaan naar een beter bestaan geen erkend en voor eenieder gegarandeerd recht is, zolang heeft een vluchteling geen keus en moet soms liegen. Dat gold voor Taida, de Kosovaarse meid die haar examen niet in Nederland mocht afmaken, omdat ze onwaarheden had verteld: zij had nooit uitgezet mogen worden. Precies hetzelfde geldt nu ook vor Hirsi Ali.

Ik lees zojuist in Trouw (digitaal) dat volgens Verdonk, minister van deportatie en VVD_lid, vindt dat Hirsi Ali "geacht wordt het Nederlanderschap niet te hebbben verkregen". Ik vind dat verachtelijk van mevrouw Verdonk, een klap in het gezicht van elke vluchteling, van iedereen die hier komt vanuit een akelige situatie om hier een beter bestaan op te bouwen.

Als er linkse mensen zijn die blij zijn met een eventueel verlies van haar paspoort, dan begaan die een gruwelijke en asociale stommiteit. Als Zembla haar reportage gemaakt zou hebben met dit resultaat als doelstelling, dan zijn de makers schuldig aan een vendetta - niet tegen Hirsi Ali als zodanig, maar tegen ALLE vluchtelingen. Laat de aanval op vluchtelingen vanwege rammelende vluchtverhalen aan de racisten over, of ze nu Nawijn heten, Wilders of Verdonk. Zij zeggen: leugen bij vluchtverhaal? Dan het land uit. Wij zeggen: op de vlucht? Welkom!

Dat geldt ongeacht meningsverschillen die we kunnen hebben met mensen die als vluchteling hierheen kwamen en zich later blijken te ontpoppen als neoconservatieve islamofoben, zoals Hirsi Ali. Zij wordt nu aangevallen, niet als politicus met foute opvattingen, maar als vluchteling met een rammelend verhaal. Als die aanval succes heeft, dan laat dat zien dat vluchtelingen zonder zulke invloed helemaal kansloos zijn. Weg met Hirsi Ali de politicus, maar handen af van Hirsi Ali als vluchteling!

Die stellingname neemt niet weg dat Hirsi Ali slachtoffer wordt van een mechanisme waar ze zelf medeplichtig aan is: de systematische afbraak van rechten van vluchtelingen. Ze is lid van de partij wiens aankomende lijsttrekker haar nu van het paspoort dreigt de beroven. Wat voor kritiek ze ook op het asielbeleid gehad mag hebben, nooit was dat voor Hirsi Ali reden om met die partij te breken. Taida moest het land uit van Verdonk, en Hirsi bleef gewoon kamerlid.

En al die bondgenoten en fans van haar die destijds zwegen over mogelijke deportatie van 26.000 mensen, of er hun goedkeuring aan gaven - en die nu moord en brand schreeuwen over de kans dat Hirsi Ali nu haar paspoort kwijtraakt verdienen een glashelder antwoord: jullie zijn hypocrieten, Hirsi Ali is slachtoffer van iets dan jullie, en zijzelf, impliciet hebben gesteund of minstens getolereerd.

Dat haar nu onrecht wordt aangedaan, in de allereerste plaats door Verdonk, is waar. Dat we haar recht op een paspoort etcetera moeten verdedigen, eveneens. Maar mijn medeleven en sympathie krijgt ze daarmee niet. Zre is en blijft spreekbuis van de vijand.

Dat blijkt uit het werk dat ze in de VS gevonden heeft. Ze kon kiezen waar, zo meldt De Volkskrant, maar ze vond de Hopkins University "te arm". Het zal haar toch niet om het salaris te doen zijn?. Ook het Brookings Institute was met haar in gesprek. Maar "die zaten niet helemaal op mijn lijn", volgens Hirsi Ali. Dat verbaast me niets: genoemde denktank zit op de lijn van de hoofdstroom in de Democratische Partij, soms ietsje links daarvan. Voor iemand die een ideologische heropvoering van de Kruistochten nastreeft is dat niet hard genoeg.

Daarom vind ik haar stap richting het American Enterprise Institute wel passend. Daar helpen hooggeleerde heren, en een enkele dame, onder meer om de oorlogen uit te denken die Cheney en Ru,msfeld vervolgens uit mogen voeren, en die Bush aan het publiek mag proberen te slijten, trouwens met steeds geringer succes. In het rechtvaardigen van zulke oorlogen speelt islamofobie een sleutelrol, en daarvoor is Hirsi Ali erg bruikbaar.

Als het samen brainstormen over aanslagen door leden van de zogeheten Hofstadgroep een misdrijf is, dan is het uitdenken van aanvalsoorlogen een duizendvoudig groter misdrijf, en het American Enterprise Institute dus een crimineel netwerk dat opgerold dient te worden. Hirsi Ali, gefeliciteerd met deze prachtige career move, zo zou ik willen zeggen.

En verder: laat haar dat armzalige paspoort houden, en laten we niet tornen aan haar status en haar vluchtverhaal - en helemaal niet aan dat van andere vluchtelingen die heel wat zwaarder in de narigheid zitten. Maar laten we haar opvattingen en haar invloed met verdubbelde kracht laten bestrijden, waar ze ook woont en waar ze haar kwalijke werkzaamheden ook uitvoert.

14 mei 2006

Nederlandse leger geeft homofoob visitekaartje af

Nu moet het niet gekker worden met de Nederlandse deelname aan de koloniale oorlog in Afghanistan, een deelname die geheel ten onrechte bekend staat als "vredesmissie". De operatie zou 'Unicorn' gaan heten. Maar dat is nu gewijzigd in 'Taskforce Uruzgan', naar de provincie waar de soldaten hun beschavende arbeid gaan verrichten. Unicorn blijkt te 'gay' te klinken, en dat kan natuurlijk niet.

'Unicorn', dat mythische dier, de eenhoorn, blijkt in de VS in verband gebracht te worden met de rechten van homo's en 'roept teveel associaties op met de homo-scene' aldus het NOS-journaal om 20.00 uur. Als erkend en gediplomeerd homo was mij dat zelf helemaal ontgaan, maar dat komt wellicht omdat ik homoseksualiteit in de eerste plaats zie als seksuele voorkeur, en niet als cultuur of levensstijl, met alle bijbehorende symbolen. Maar ik dwaal af.

Waarom is het bezwaarlijk om een Nederalndse troepenmissie in Afghanistan een naam te geven die naar homo-rechten verwijst? Welnu, Dear Kitty suggereert op haar weblog dat het hier een knieval voor de homohaat van de Bush-regering. En ja, die homofobie is onbetwistbaar. Maar nergens inde berichtgeving vind ik verwijzingen naar Amerikaanse druk om de naam 'Unicorn' te wijzigen. Het lijkt me dat we de VS-regering met genoeg onderbouwde kritiek kunnen bestoken; een verwijt in haar richting doen zonder dat we dit kunnen onderbouwen lijkt me niet zo zinvol.

Nee, de berichtgeving, op het NOS-journaal en op nu.nl bijvoorbeeld, wijst in een andere richting. Dit zegt een Nederlandse militaire adjudant in Kandahar, Afghanistan: "De Nederlandse militairen vinden een mythische naam prima, zolang ze maar niet voor mietje worden uitgemaakt." Het bericht spreekt ook van "protesten van manschappen in Afghanistan."

Niet de homofobie van het Witte Huis, maar de homofobie in het Nederlandse leger is hier de boosdoener. Volkomen terecht is het COC dan ook boos: "Deze rel bewijst dat het homobeleid in het Nederlandse leger nog niet veel veranderd heeft aan het macho-gedrag van de gemiddelde mannelijke militair."

Maar er is meer over te zeggen. Had de 'Oorlog tegen Terrorisme" - en daarmee de troepenzending naar Afghanistan - immers niet mede als doel om seculiere en democratisch waarden hoog te houden? Krijgen we niet uit en te na te horen hoe in de 'Islamitische wereld' - op zich al een grove generalisatie - vrouwen onderdrukt worden en homo's hun leven niet zeker zijn? Wat te denken van een legereenheid vol homofobe soldaten die de homo-emancipatie dichterbij gaat? Geloofwaardig, he?

Natuurlijk gaat die oorlog ergens anders over, niet voor niets sprak ik aan het begin van dit stukje van een koloniale oorlog. Hoezeer die oorlog aan het escaleren is, vertelt James Cogan op WSWS. Zo zijn van de 2300 Canadese militairen die sinds februari in Afghanistan zitten, er inmiddels al 7 omgekomen en 25 gewond geraakt. Een soortgelijk risico lopen de Nederlandse soldaten, en geen homofobe naamgeving van hun eenheid kan ze daarvan redden. Het aantal doden en gewonden aan Afghaanse kant - deels strijders die gewoon hun land verdedigen, deels burgers - moet een veelvoud zijn hiervan. De Nederlandse soldaten voeren daar een onrechtvaardige oorlog en horen dan ook helemaal niet in Afghanistan te zijn of te komen.

Daarom een concreet voorstel, om tegelijk de bezetting van Afghanistan en de homofobie in het leger aan te pakken. Nederland trekt zijn troepen onmiddellijk terug, en ziet af van verdere troepenzending naar Afghanistan.. Bij de aftocht worden echter de Nederlandse vlaggen vervangen door regenboogvlaggen. Het COC wordt uitgenodigd om de helikopters met levensgrote roze driehoeken te beschilderen. Op alle jeeps staat een prachtige eenhoorn getekend. En bij thuiskomst gaat de complete eenheid feestvieren in het roze uitgaansleven in Amsterdam. Dat zal ze, letterlijk, leren.

10 mei 2006

Hoe stop je een oorlog (drie)

(3) Kracht en zwakte rond het leger

Als veel mensen, vooral ook jongeren, verlamd zijn door een gevoel van onmacht in de strijd tegen oorlog, dan heeft de beweging een urgente taak om dat te doorbreken. Genoegen nemen met twee keer per jaar laten zien dat de beweging bestaat is ontoereikend. Stappen in de richting van het daadwerkelijk moeilijker maken van de oorlogsvoering zijn hierbij van groot belang.

Dat brengt me bij enkele observaties rond de perspectieven van verzet in en om het Amerikaanse militaire apparaat zelf. De rol van Cindy Sheehan laat zien hoe belangrijk het is dat mensen in en om dat apparaat stelling nemen. Haar initiatief om bij Bush op de stoep te gaan zitten in augustus vorig jaar gaf het protest tegen de oorlog nieuw elan. Een moeder van een omgekomen soldaat die eenvoudig vraagt: "mijnheer Bush, waarom?!" - dat is van een symbolische kracht zich erg moeilijker laat negeer, en wekt immense weerklank.

Maar symbolische kracht is nog geen sabotage van het oorlogsapparaat, is nog geen dienstweigering en nog geen muiterij. Christian Parenti legt in The Nation uit waardoor het Amerikaanse leger in Irak tot nu toe haar samenhang weet te bewaren. Er is dienstweigering - al 400 soldaten zijn uitgeweken naar Canada. Pakweg 9000 mensen zijn afwezig zonder toestemming (niet allemaal als deserteurs aangemerkt). Maar binnen het leger in Irak zelf heerst nog altijd discipline, en ook is de moraal niet totaal ingestort.

Dat was in Vietnam anders, volgens Parenti. Daar speelde het feit dat destijds het leger via dienstplicht gevuld was, een grote rol. Bovendien wisselden eenheden toen voortdurend van samenstelling, een nieuwe rekruut werd gewoon aan een eenheid toegewezen. "Gedurende Vietnam ondermijnde de voortdurende vloed van mensen in en uit de compagnieën die de oorlog uitvochten de cohesie en kameraadschap in de eenheid op serieuze wijze".

Tegenwoordig trainen vrijwilligers met hun eenheid, en gaan daramee vervolgens naar het front. Dat betekent dat de banden van solidariteit aan het front veel sterker zijn. En het zijn die banden - je laat je buddy naast je niet in de steek - die, veel sterker dan wat voor motieven ook, ervoor zorgen dat soldaten lang gedisciplineerd blijven en doorvechten, ongeacht het oorlogsdoel.

Tevens biedt het leger veel mensen ook zekerheden[/b][/url] die in de rest van de maatschappij, zacht gezegd, op de tocht staan: "het leger biedt niet alleen een baan, maar ook een gevoel van ergens bij horen. 'Het leger is als een familie, voor veel mensen', zegt een veteraan." Zelfs de inkomensverschillen - een generaal vangt 14 keer zoveel als een soldaat onderaan de ladder - zijn veel minder schril dan in het bedrijfsleven - waar de top soms 700 keer meer vangt dan de mensen onderaan.

Zo zijn er meer factoren die, in de op hol geslagen Amerikaanse maatschappij, deelname aan het leger, en daarmee aan oorlogen waar men het op zich niet eens is - tot een houding maken die niet puur stompzinnig en irrationeel is. 'Ik kan niks, ik wil niks - geef me een uniform!' is een mooi klinkende antimilitaristische leuze. Maar ze doet geen recht aan de redenen waarom mensen dienst nemen, en de bijbehorende houding maakt de communicatie met soldaten - wezenlijk als we hopen dat soldaten zich [i[] actief [/i] tegen de oorlog keren - moeilijker.

Het feit dat de discipline in het leger, vanwege de geschetste samenhang binnen militaire eenheden, momenteel stevig lijkt, is tegelijk een tweesnijdend zwaard voor de militaire top en voor de beleidsmakers. Individuele rebellie is moeilijker dan tijdens Vietnam. Maar als de rebellie doorbreekt, is gaat ook dat waarschijnlijk per hele eenheid. Parenti schetst daarvan een voorbeeld: de 343ste Qartermaster Company, die in oktober 2004 als geheel een gevaarlijke opdracht weigerde. Verzet binnen het leger komt wellicht moeilijker op gang. Eenmaal op gang zou de kracht ervan wel eens onverwachts groot kunnen zijn.

Op kortere termijn zit de zwakke plek van de oorlogvoering niet zozeer in de kwaliteit van het militaire apparaat in Irak zelf, maar in de aantallen soldaten die het Pentagon ervoor weet te vinden. Recrutering loopt stroef, en het aantal soldaten is al krap voor het bereiken van ook maar een vleugje 'rust en orde' in Irak. Het verder tegenwerken van die rekrutering lijkt mij een zinvol anti-oorlogsdoel.

Daarbij is bovenstaande analyse - dat mensen zinnige redenen kunnen hebben om dienst te nemen - van belang. Alleen als potentiële soldaten zich serieus genomen voelen in hun belangstelling, zullen ze de mensen die de noodzaak bepleiten om zich tegen die oorlog te keren en niet naar Irak te gaan, serieus nemen.

Hoe moeilijk het leger het heeft om aan nieuw kanonnenvlees te komen, blijkt uit de onfrisse manier waarom rekruteerofficieren soms te werk gaan. De krant de Oregonian geeft hier op 7 mei schrijnende voorbeelden van. (gevonden via de website van Michael Moore) In Colorado kreeg iemand die dienst wou nemen maar drugs gebruikte de tip om dan een middel te nemen waardoor hij toch door de drugstest zou komen. En in Portland weerhield een nogal ernstige mate van autisme het leger er niet van om Jared Guinther, bij wie dat autisme al op zijn derde levensjaar was geconstateerd, toe te laten. Zijn ouders - geen felle oorlogstegenstanders van het eerste uur, maar gewoon bezorgd om hun zoon - ondernemen nu actie, en er volgt onderzoek.

Militairen voeren ter verklaring van dit soort wantoestanden de druk om te scoren aan: "het is geen geheim dat rekruteerofficieren de regels uitrekken en buigen vanwege al de druk waar we onder staan", zegt Curt Stainagel, van het Military Entrance Processing Station in Portland. "De problemen bestaan, en we weten allemaal dat ze bestaan." Vanwege fouten zijn vorig jaar 44 rekruteerders al ontslagen en kregen er 369 een waarschuwing.

Welnu, een leger dat zoveel rare kunstgrepen moet uithalen om aan toevoer van nieuwe soldaten te komen, is geen supersterk leger. Activisme gericht tegen rekrutering van soldaten kan de problemen voor dat leger verder vergroten. Dat is een manier om de beweging tegen oorlog weer meer te laten zijn dan moreel protest. Dat is een van de manieren om het noodzakelijke verzet tegen de oorlog een concrete en effectieve vorm te helpen geven.

9 mei 2006

Hoe stop je een oorlog (twee)

(vervolg van: Hoe stop je een oorlog?)

(2)Straatprotest met weinig uitstraling (b)

Paul Cantor, professor economie en deelnemer aan de demonstratie van 29 april, legt in een zinnig en goed geschreven stuk op Counterpunch de vinger op een zere plek. Nadat hij zijn indrukken weergeeft en bijvoorbeeld beschrijft hoe braaf de demonstranten de instructie van een goedmoedige politieman opvolgen, zegt hij: "Wij zijn wetsgetrouwe burgers in een wetteloze natie. Drie jaar lang zijn we de straat op gegaan om te protesteren tegen de oorlog en de bezetting. Maar onze protesten zijn steeds kleiner, steeds minder effectief (...)geworden. Daardoor kun je het mensen niet kwalijk nemen als ze zich afvragen of ze niet georganiseerd zijn door de regering van Bush, om ons de gelegenheid te geven om stoom af te blazen."

Deel van de titel van zijn artikel: "Parodie van een protest". Dat gaat me veel en veel te ver, net als sommige van zijn argumenten die me veel te somber zijn. Zo zijn de demonstraties van september 2005 en april 2006 groter dan ze de tijd daarvoor waren, het diepste dal van de beweging lijkt achter de rug. Maar het gevoel van frustratie dat zijn stuk verwoordt vind ik erg herkenbaar. En dat hij achterliggende problemen aansnijdt en er antwoorden op zoekt, pleit voor hem.

Helaas ziet het er niet meteen naar uit dat de hoofdstroom van de anti-oorlogsbeweging die antwoorden snel vindt. Michael George Smith contrasteert, ook al in Counterpunch, die beweging met de huidige immigrantenprotesten, waar onvergelijkelijk veel meer vuur in zit en meer inspiratie van uit gaat. Hij schetste de wrange situatie: "Terwijl steeds meer Amerikanen zich tegen de oorlog keren, wordt de beweging alsmaar kleiner; en terwijl Amerikanen zich naar links bewegen op het punt van de bezetting, gaat een groot deel van de leiding van de beweging naar rechts." Hij doelt mede op de neiging van veel aanvoerders om te zoeken naar Democratische politici die tenminste enige afstand van Bush en zijn oorlogspolitiek nemen - en daarmee zichzelf en de beweging aan de ketting leggen.

Sarah Ferguson wijst er in Counterpunch op dat nog vrij weinig mensen vanuit de vredesbeweging zichzelf laten aansteken door het vuur van het immigrantenprotest: op 1 mei, de 'dag zonder migranten' ontbraken op de demonstratie in New York goeddeels de 'white peaceniks', zoals zij het noemt. Ze citeert Bill Weinberg, journalist: "Witte linkse mensen wringen altijd hun handen, gepijnigd door de vraag waarom ze er niet in slagen meer gekleurde mensen aan te trekken; maar als het erop aan komt om bewegingen te steunen die niet wit zijn, dan reageren ze traag." Dat moet veranderen.

Dat de beweging momenteel te weinig uitstraling heeft, blijkt ook uit de leeftijd. Sam Graham-Felsen, journalist en filmmaker en kennelijk jong, vertelt: "Ik was diep onder de indruk en geraakt door sommige van de jonge mensen die er waren - vooral de Irak-veteranen en leiders van het Campus Antiwar Network. Maar voor het grootste deel was ik onaangenaam getroffen door het vele grijze haar dat ik zag. De jongeren die op kwamen dagen waren gepassioneerd, duidelijk en vol betrokkenheid; het is alleen dat er niet zo erg veel jongeren daadwerkelijk op kwamen dagen. Het voelde meer als een beweging van de generatie van mijn ouders, niet van de mijne. Mijn generatie is zeker tegen oorlog; maar vanwege een aantal redenen voelt ze zich niet in staat om werkelijk wat te doen."

Wat betreft elan en jeugdige uitstraling valt het te hopen dat de huidige beweging tegen oorlog alsnog stage gaat lopen tussen de honderdduizenden immigranten die de laatste maanden met een geweldig hoopgevende en enthousiaste actiegolf voor hun rechten opkomen. Sam Graham-Felsen, die twee dagen na 29 oktober ook meeliep met de immigrantenbetoging in New York, zegt: "Toen ik klein was verlangde ik ernaar om getuigen te zijn van zoiets als mijn ouders zagen met Vietnam en de burgerrechtenbeweging. Ik geloof dat ik dat vandaag gezien heb."

8 mei 2006

Hoe stop je een oorlog?

Als je de verschrikkingen in Irak probeert te volgen, en tegelijk de veelheid aan activiteiten tegen de oorlog, dan bekruipt je soms een akelig gevoel van onmacht. Hoeveel demonstraties, petities, ingezonden brieven, schokkende onthullingen in de pers, openbare debatten, en andere activiteiten tegen de voortwoedende oorlog in Irak zijn er al wel niet geweest? En hoeveel van zulke en andere vormen van protest gaan we nog nodig hebben om die oorlog daadwerkelijk te verslaan?

Intussen komt de volgende, nog grotere, oorlog er aan, als ogenschijnlijk onafwendbare catastrofe. Oproepen om 'door te gaan met het protest' en 'de anti-oorlogsbeweging op de bouwen' zijn zinnig en blijven dat. Maar zonder idee over hoe we dat gaan doen, hebben dezelfde oproepen ook iets futiels, iets ritueels. Hoe komen we serieuze stappen verder in ons verzet? Enige gedachten daarover, aan de hand van de situatie in de Verenigde Staten.

(1) Meerderheid steunt oorlog niet meer

Een eerste observatie kan positief zijn. De maatschappelijke discussie tussen voor- en tegenstanders van de oorlog is gewonnen door de tegenstanders. In enkele bladen van rancuneus rechts zijn wellicht nog mensen te vinden die de oorspronkelijke motivatie voor de aanval op Irak - massavernietigingswapens, de band tussen Saddam en Bin Laden - serieus nemen.

Zelfs de officiële propaganda uit het Witte Huis heeft die smoes allang laten schieten en ingeruild voor een algemener verhaal over anti-terrorisme en het opbouw van een nieuwe democratie in Irak. Steeds meer mensen prikken daar ook doorheen. Opiniepeiling na opiniepeiling toont aan dat een meerderheid van Amerikanen de oorlog een vergissing, een fout, verkeerd vindt.

Een peiling van Bloomberg/ Los Angeles Times geeft aan dat 58 procent van de ondervraagden de oorlog het niet waard vond om gevochten tw orden; 38 procent vond van wel Volgens dezelfde peiling wil 45 procent de troepen nog tijdens het presidentschap van Bush terug zien; 49 procent - volgens het artikel een statistisch onbeduidend verschil - is het daar niet mee eens. En een meerderheid van 74 procent verwacht geen verbetering in Irak, of zelfs verslechtering, het komende jaar

Maar dat leidt tot een tweede observatie. Als de VS een democratie zou zijn - een staat waar de wil van de meerderheid van de bevolking zich zou vertalen in de besluitvorming - dan waren de Amerikaanse troepen allang op de terugweg. Maar de wil van de anti-oorlogsmeerderheid vindt geen vertaling in politieke macht binnen het bestel. De zogenaamde oppositiepartij, de Democraten, fungeren op dit punt als tweede regeringspartij en beperken zich tot kritiek op de uitvoering van beleid. Fundamentele afwijzing van de Irak-politiek van Bush is er, wat leidende Democraten betreft, niet bij. Om de oorlog te bestrijden is het dan ook funest om achter de Democraten aan te blijven sjokken als het 'kleinere kwaad'.

(2) Straatprotest met weinig uitstraling(a)

Frontale afwijzing van de Amerikaanse invasie, interventie en bezetting van Irak zijn en blijven nodig, en pogingen om Democratische politici te vriend te houden zijn daarbij een blok aan het been. Straatprotest is bij het uiten van die frontale afwijzing het voor de hand liggende middel.

Hoe staat dat straatprotest ervoor in de VS? Sinds Cindy Sheehan, moeder van een in Irak gesneuvelde sodaat, hara protest begon bij het zomerverblijf van Bush, is er van enige opleving sprake op dat gebied. Op 24 september 2005 was er een massabetoging in Washington. En op 29 mei 2006 demonstreerden minstens 300.000 mensen in New York City tegen de oorlog, tegen de oorlogsdreiging jegens Iran, tegen de afbraak van burgerrechten en voor de rechten van immigranten. Een hoopvol teken!

Maar tegelijk dient de beweging zich niet rijker te rekenen dan ze in feite is. Als radicaal links, de diverse vredes- en alternatieve groeperingen die ook in de VS wel degelijk wijd verbreid zijn, hun aanhang en hun sympathisanten serieus benaderen, zorgen dat iedereen de agenda vrijhoudt om op demonstration day naar New York te komen - dan komen er enkele honderdduizenden mensen. Dat is van belang - maar het nog geen doorbraak naar de grotere groepen Amerikanen die zich ook zorgen maken maar thuis blijven. Precies zo'n doorbraak is nodig om de oorlogspolitici werkelijk, en steeds letterlijker, voor de voeten te lopen.

Uit verslagen blijkt ook de defensieve sfeer die er in activistische milieus hangt. Mensen gaan demonstreren, ze hebben het gevoel dat ze wel moeten - maar ze twijfelen aan het effect. Als links zelf die houding al heeft, is het niet vreemd dat mensen buiten de linkse scene niet bepaald door enthousiasme meegesleept worden richting demonstratie.

Tekenend is bijvoorbeeld het mooie verslag van Tom Engelhardt over de demonstratie van 29 april. Hij is aangenaam verrast door de aantallen, en positief over de vastberadenheid van demonstranten. Hij typeert het verschil met demonstraties tegen de Vietnamoorlog (waar hij ook bij was): "deze demonstratie voelde heel anders, en niet alleen vanwege al de families van militairen (en het verrassende aantal mensen waar ik mee praatte die iemand kenden, of familie waren van iemand, die in ons volledig uit vrijwilligers bestaande leger in Irak had gediend), maar vanwege het feit dat niemand op deze demonstratie maar de geringste illusie had dat het Witte Huis ook maar de geringste aandacht aan hen besteedde. Hetzelfde geldt trouwens ook voor de gevestigde media."

Verder waren de mensen die hij sprak "vrijwel allemaal teleurgesteld in of vol walging jegens de Democratische "oppositie", bang voor een nieuwe oorlog in Iran, realistisch over hou moeilijk het gaat worden om de mannen van de president (en dus de troepen) uit Irak weg te krijgen, en toch verrassend vastbesloten dat deze troepen naar huis gebracht moeten worden zo snel als enigszins mogelijk."

Zijn voorzichtige conclusie: "Misschien zijn zulke demonstraties er nu niet voor het Bush-bestuur, en ook eigenlijk niet voor de gevestigde media, maar alleen voor onszelf. Misschien zijn ze een herinnering voor al degenen die deelnemen, en voor die honderdduizenden, zo niet miljoenen, op het politieke internet dat we er zijn, [i]alive, and humming[/] (nadruk van mij, rooieravotr). Dat is reden genoeg om te demonstreren."

Op een bepaalde manier is dit waar, en het is belangrijk dat het gezegd wordt ook. Demonstreren versterkt de cohesie van de beweging zelf, het is van belang om onszelf en elkaar te laten zien dat we er nog zijn, dat we doorgaan, dat we weigeren de moed te verliezen. Tegelijk wil de beweging een oorlog stoppen. En de beweging maakt geen einde aan een oorlog door het eenvoudige feit van haar bestaan zelf met een zekere regelmaat op straat te laten zien.

(wordt vervolgd)

4 mei 2006

4 mei 1970, 30 april 1970, 30 april 1975...

Op 30 april sta ik jaarlijks even stil bij de overwinning van Vietnam tegenover de Verenigde Staten. En vandaag, 4 mei, herdenk ik in het bijzonder vier doden - Alison Krause, Jeffrey Miller, Sandra Scheuer en William Schroeder, slachtoffers van een poging van Verenigde Staten om protest tegen haar oorlog in Indochina - Cambodja, Laos en Vietnam - met geweld neer te slaan. De Nationale Garde schoot deze vier jonge mensen dood bij Kent State University.

Dat was het antwoord van het 'gezag' op felle protesten - ja, soms met stenen en wat vlammen. Vindt het maar eens gek! - tegen de invasie in Cambodja die president Nixon op 30 april had gelanceerd. De woede van tegenstanders van de oorlog was, na vijf jaar grootschalig Amerikaans geweld in Vietnam, intens

Noord en Zuid

De Amerikaanse oorlog in Vietnam was het vervolg op de poging van Frankrijk om haar kolonie Vietnam met geweld te behouden. Een verzetsbeweging, de Viet Minh, geleid door Communisten, aangevoerd door Ho Chi Minh, vocht en versloeg tussen 1956 en 1954de Franse koloniale macht.

Maar zware druk van de grote mogendheden leidde ertoe dat de verzetskrachten niet het hele grondgebied van Vietnam in handen kregen. Het land werd tijdelijk verdeeld, zo werd op een conferentie in Geneve besloten. In het Zuiden werd, met grote steun van de VS, een rechtse regering op de been geholpen die leunde op grootgrondbezitters en corrupte ondernemers en ambtenaren. Troepen van dat regime onderdrukten de boeren; in de tijd van de oorlog tegen Frankrijk had het verzet een begin gemaakt met landhervorming en beperking van de macht van de grootgrondbezitters. Het Zuidvietnamese bewind draaide dit terug en probeerde zoveel mogelijk achtergebleven verzetsstrijders van de Vieth Minh op te sluiten en te vermoorden.

Boeren en verzetsstrijders kwamen in de late jaren vijftig in opstand. Ze kregen steun van Noord-Vietnam, en zo begon in Zuid-Vietnam opnieuw een oorlog. Aan de ene kant Noord-Vietnam en het Nationaal Bevrijdingsleger (NLF, door officiele VS-woordvoerders veelal als 'VietCong', Vietnamese Communisten aangeduid); aan de andere kant het Zuid-Vietnamese bewind.

Eigenlijk zijn de namen Zuid- en Noord-Vietnam misleidend. Noord-Vietnam was gewoon dat deel van Vietnam waar het antikoloniale verzet het bewind voerde, waar de nationale bevrijding een feit was. Zuid-Vietnam was weinig meer dan een Westerse voorpost. Noord-Vietnam was Vietnam, voor de helft bevrijd; Zuid-Vietnam was dat dele waar die bevrijding nog geen feit was. Dee deling, afgesproken in 1954, was slechts als iets tijdelijks bedoeld, in afwachting van verkiezingen en vervolgens hereniging.

In het Noorden voerden Ho Chi Mins en zijn bewind landhervormingen door en begonnen een staatsgeleide economie op te bouwen. Het was een Vietnamees Stalinisme, geen socialisme: van werkelijke zeggenschap van arbeiders in de fabrieken, boeren op het land, was geen sprake. Maar het was wel een opbouw van een onafhankelijk land, product van een rechtmatige nationale bevrijdingsstrijd. En weinigen twijfelden eraan dat Ho Chi Minh de afgesproken verkiezingen die in 1956 zouden plaatsvinden, met grote meerderheid zou winnen. Dus saboteerde het Zuid-Vietnamese bewind, met Amerikaanse steun, die verkiezingen.

In het begin van de jaren zestig bevrijdden de Vietnamese verzetskrachten het overgrote deel van het Zuidvietnamese platteland uit de greep van het bewind aldaar. Steeds forser werd de Amerikaanse steun. En in 1965 begon de VS grootschalige en voortdurende bombardementen en lanceerde een invasie van Zuid-Vietnam om het bewind te redden. De jaren van napalm, B52-bommenwerpers, verwoesting van dorpen, foltering van mensen die verdacht werden van steun aan het NLF. Maar het verzet bleek erg hardnekkig, en intussen groeide in de VS zelf het protest tegen de oorlog. Ook kwam er verzet onder Amerikaanse soldaten zelf.

Cambodja

De invasie van Cambodja was een uitbreiding van de oorlog, een poging om het verzet te breken door haar bolwerken over de Cambodjaanse grens te vernietigen, en het rechtse bewind van dictator Lon Nol in dat land - net via een staatsgreep aan de macht gekomen - bij te springen tegen de Cambodjaanse guerrillabeweging.

Deze drastische uitbreiding van de oorlog kreeg dan ook van heel veel studenten een drastische en welverdiende reactie. De Nationale Garde liep geen enkel gevaar. Met scherp schieten van tamelijk dichtbij - het was moord. Een van hen was een omstander, geen demonstrant. Nixon belde de familie van juist dat slachtoffer, om ze te condoleren. De ouders van de slachtoffers die wel hadden betoogd, kregen geen telefoontje. De boodschap was duidelijk: eigen schuld, dikke bult, wat Nixon betreft. En van een serieus officieel onderzoek kwam het niet.

De protesten op Kent State waren deel van een immense actiegolf in die weken. Studenten en scholieren boycotten de lessen, naar schatting deden meer dan vier miljoen mensen in die weken mee aan acties tegen de oorlog. Dat, in combinatie met het feit dat de invasie geen blijvend succes wist te boeken tegen de guerrilla van het Vietbnamese en Cambodjaanse verzet, bracht Nixon er al snel toe om de troepen uit Cambodja weer terug te halen. Maar de VS ging door met intense bombardementen van het Cambodjaanse platteland, en bleef het rechste en ultra-corrupte bewind van Lon Nol steunen.

Wraaklust voor de technologische terreur uit de lucht, gecombineerd met diepe weerzin tegen de decadentie en corruptie in de stad terwijl de boeren op het platteland, droeg wezenlijk bij aan de radicalisering van het Cambodjaanse verzet. Wat aanvankelijk een "gewone" guerrilla-beweging was - autoritair, maar rekening houdend met de boerenbevolking - ontaardde in een over the top Stalinisme, uitmondend in het schrikbewind van de Rode Khmer nadat Lon Nol's corrupte kliek in 1975 viel.

Het einde in Vietnam

In Vietnam sleepte de oorlog zich nog vijf jaar voort. In 1972 probeerde Nixon het Vietnamese verzet ('Noord-Vietnam' en het Nationale Bevrijdings Front NLF) tot concessies te dingen met bombardementen op de hoofdstad Hanoi en de havenstad Haiphong. Wereldwijde protesten - zelfs partijen die nu het CDA vormen steunden straatprotest tegen de oorlog - grote verliezen aan Amerikaanse kant, en het feit dat het Vietnamese verzet niet toegaf, leidden tot het stopzetten van de bombardementen. Er kwam een akkoord, de Amerikaanse troepen vertrokken. Toen twee jaar later het Noordvietnamese leger de aanval op het Zuidvietnamese bewind heropende, zakte de tegenstand snel in.

Op 30 april was het bevrijdingsdag voor Vietnam. Eenheden van het Vietnamese leger en vabn het NLF tropkken de hoofdstad van het Zuiden, Saigon, binnen. De journalist John Pilger was erbij, en heeft er een prachtig verslag over geschreven waar je heel veel van kunt leren over de Vietnam-oorlog.

Pilger daarin: "Saigon was bezig te "vallen" voor onze ogen: het Saigon dat geschapen en vetgemest en met een slangetje gevoed was door de VS, en vervolgens als ten dode opgeschreven was opgegeven; hoofdstad van de enige consumptiemaatschappij die niets produceerde; hoofdkwartier van het vierde leger ter wereld qua omvang, het ARVN (opm. rooieravotr: de ARVN was het leger van Zuid-Vietnam), waarvan de soldaten nu aan het deserteren waren in een tempo van 1000 per dag, hoofdstad van een rijk dat, anders dan het voorafgaande rijk van de Fransen die kwamen om te plunderen, niets verwachtte van hun onderdanen, geen rubber, noch rijst of schatten (er was geen olie), alleen aanvaarding van haar "strategische belangen", en dankbaarheid voor de Aziatische manifestaties daarvan: Coca Cola en napalm." Daarmee is zowel het Amerikaans belang als de verregaande verloedering waarin de Amerikaanse interventie het land had gestort, tamelijk afdoende getypeerd.

De laatste zinnen uit het artikel van Pilger: "In de straten buiten lagen laarzen en uniformen, netjes in stapels waar ARVN-soldaten eruit waren gestapt om zich onder de massa' s te mengen. Er was geen "bloedbad" zoals mensen die weinig over de Vietnamezen wisten hadden voorspeld. Met de indringer verdreven was dit uitzonderlijke land weer een natie, waar het land volgens zeggen van de Conferentie van Geneve, al die verspilde jaren geleden het recht toe had. De langste oorlog van de 20ste eeuw was over." Een een van de grootste nederlagen van de machtigste mogendheid ter wereld was een feit, en een heuglijk feit ook.

Meer informatie

Gegevens over Kent State zijn op diverse plaatsen te vinden. Zo is er het "Kent State 4 May Center" , met veel informatie, redelijk overzichtelijk gegroepeeerd, en tal van links naar andere informatie. Onder meer zijn er citaten uit een FBI-onderzoeksrapport te lezen. Kleuriger qua opzet, maar ook rommelig, is "Mike and Kendra's May 4, 1970 Website", metoto's van de vier doden op de openingspagina, veel informatie over herdenkingen van de viervoudige moord, ook een link naar een verslag van een vergelijkbare schietpartij op Jackson State University, waar twee zwarte studenten werden doodgeschoten (wat veel minder aandacht kreeg dan die vier witte slachtoffers op Kent State).

Sober is de website "May Fourth Archive", van prof. J. Gregory Payne. Hier vind je, naast een chronologie, ook informatie over de vier doden, een schets van studenten-activisme op Kent State voorafgaande aan de schietpartij en andere achtergronden. In "Kent State, May 4, 1970: America Kills Its Children" wordt de dag van de schietpartij vol detail beschreven, en ook de zwakke pogingen tot onderzoek en strafvervolging. Veel nadruk krijgen ook de vijandige houding van veel Amerikanen, ook toen nog, tegenover actievoerders tegen de oorlog. De opmerking in het artikel dat er 'geen onderzoek' was, klopt trouwens niet; er is immers het FBI-rapport, waar het "Kent State 4 May Center" uit citeert. Uit dit artikel ontleen ik het detail dat Nixon tamelijk selectief was met het condoleren van familie van slachtoffers op Kent State.

Over de Vietnam-oorlog heeft Vassar Colleg, een opnderwijsinstelling in Plougskeepsie, in de staat New York, een mooie website: "the wars for Viet Nam: 1945 to 1975". Een goed chronologisch overzicht, een aantal relevante documenten zoals bijvoorbeeld de toespraak waarin Nixon de inval in Cambodja aankondigt, verslagen van hoorzittingen... zeer informatief.

Maar het beste werk dat ik ken over Vietnam staat niet op het internet. Het is een boek, een prachtig boek. Het heet "The American War: Vietnam, 1960-1975" en is geschreven door Jonathan Neale, en voor het eerst uitgegeven in 2001. Het beschrijft het verzet in Vietnam, de doelstellingen van de VS en de methoden van oorlogvoering, maar vooral de drie krachten waardoor het Vietnamese verzet kon winnen: de kracht van dat verzet zelf, de protesten tegen de oorlog in de VS zelf, en het verzet van de Amerikaanse soldaten. Vooral die laatste factor krijgt veel te weinig aandacht, maar is voor het stopzetten van de Amerikaanse oorlog wezenlijk geweest. Lezen, dat boek!

3 mei 2006

Met gitaar op de barricaden

Zonder muziek is verzet karig en revolutie nog altijd nodig, maar toch eigenlijk te triest voor woorden. Vandaag daarom aandacht voor enkelen van hen: ouwe rockers die de barricade beklimmen, gitaar in de hand, band aan hun zijde. Maar eerst een nog veel oudere folkie, die zo ongeveer op de barricaden woont. Ouder worden betekent gelukkig niet perse dat mensen hun linkse strijdbaarheid en felheid jegens onrecht kwijt raken. Integendeel, zoals deze drie musici laten horen.

Pete Seeger

Ik doel - bijna vanzelfsprekend, weten mensen die me kennen - op Pete Seeger. Hij is vandaag, 3 mei, jarig en wordt maar liefst 86 jaar jong. Voorvechter van vakbonds- en burgerrechten, verbonden met de Communistische Prtij in de VS, tegenstander van de Vietnam-oorlog, in zijn latere jaren vooral actief in de strijd tegen milieuverwoesting - en immer bewapend met gitaar, banjo, een inmiddels fragiel geworden stem en een duizelingwekkende hoeveelheid folksongs.

Hij schreef weinig zelf, hij was en is vooral iemand die traditioneel en door anderen geschreven repertoire nieuw leven in blies en van sommige liedjes ware classics heeft gemaakt. Voorbeeld is "We Shall Overcome", het meeslepende lied dat in kampvuurversie de status van oubolligheid-pur-sang heeft gekregen. Maar als hij het zingt, samen met honderden of duizende anders, is het wat het hoort te zijn: een lied dat als weinig andere songs de strijd voor burgerrechten, voor vrede en een beter wereld tot uitdrukking brengt.

Seeger heeft ook redelijk wat beginnende singer-sonwriters een steuntje in de rug gegeven. De bekendste daarvan werd Bob Dylan, waarvan Seeger "A Hard Rain' s a gonna fall" zong - een versie die het niet haalt bij de indringende wijze waarop Dylan het zelf deed, maar die het lied en de zanger wel bredere bekendheid gaf. Ook Dylan's "Who Killed Davy Moore" - wie was verantwoordelijk voor de dood van de boxer van die naam ? De tegenstander? Het publiek? De manager? - kreeg de Seeger-behandeling. Meer over Pete Seeger lees je op en via een speciaal aan hem gewijde website, waar bijvoorbeeld ook songteksten te vinden zijn.

Bruce Springsteen

Bruce Springsteen is van een heel ander slag, maar met bij vlagen een verwante maatschappelijke inzet. een rocker van inmiddels middelbare leeftijd, maar met verwante inzet en stellingname als de hoogbejaarde jarige folkie. Deze Sprngsteen heeft Seeger een hommage gebracht door zijn nieuwe CD te vullen met songs uit het repertoire van van Pete Seeger. Niet zozeer de expliciet-politieke songs, al staat "We Shall Overcome" erop.

Maar de nadruk ligt bij Springsteen op de liederen waarin Seeger het leven en werken, en daarmee de waardigheid, bezingt van wat veelal, maar eigenlijk totaal ten onrechte "gewone mensen" heet. Die mensen in het middelpunt van songs zetten is terecht voor wie deze mensen - jij en ik inbegrepen - in het centrum van de maatschappij en haar doodzakelijke verandering horen te staan. Dat maakt dit soort muziek feitelijk zo politiek als ik weten niet wat, al klinken ze niet zo.

Ik heb de plaat zelf nog niet gehoord; David Corn, columnist van het progressieve blad The Nation geeft in zijn recensie van de CD echter wel een aardige indruk.

Neil Young

Weer een heel ander verhaal valt te vertellen over Neil Young, zanger van rocksongs en intens melancholieke ballades in vooral de jaren zeventig. Zijn onderwerp was veelal liefde, wanhoop, soms drugs ("the Needle and the Damage Done", bijvoorbeeld).

Een enkele keer ging het over wantoestanden in de maatschappij. "Ohio" (over Kent Sate, de dag in 1970 dat de politie daar vier demonstranten tegen de Amerikaanse invasie van Cambodja doodschoot) doodschoot, een rocksong die hij met het kwartet Crosby, Stills Nash & Young opnam. Of "After The Goldrush" over de teloorgang van het milieu.

Maar in de jaren tachtig sprak hij zich uit voor Ronald Reagan, en rechts-Republikeinse president van de conservatieve normen en waarden. Een groot artiest is nu eenmaal niet per je beste politieke bondgenoot, en daar ligt ook niet de kracht van kunstenaars.

Maar nu is Neil boos op Bush, en niet zo zuinig ook. Hij roept op zijn nieuwe CD op tot een afzettingsprocedure, tegen hem: "let's Impeacht the Preident", heet een song. Hij is fel tegen diens Irak-oorlog. De CD, getiteld "Living With War", een 'metal-folk-album', noemt hij het zelf, kennelijk niet zonder knipoog, zo lees ik in een stuk dat de New York Times aan de plaat wijdde.

In een recensie op een aan The Observer verbonden weblog wordt trouwens duidelijk dat Young's kritiek verbonden is aan een intens patriottisme, om van nationalisme niet te spreken. De hang naar Reagan was geen eenmalige uitglijder maar zegt iets over de tegenstrijdigheden in het wereldbeeld van de man.

Ook deze plaat heb zelf nog niet beluisterd, maar dat was geen reden om bovenstaande woorden niet op te schrijven. De CD is via de computer trouwens te beluisteren, onder meer via de website van Neil Young. Ik ben erg benieuwd.

2 mei 2006

Prachtige Eerste Mei

Voor het eerst sinds vele, vele jaren is de Eerste Mei, Dag van de Arbeid, met grootschalige demonstraties en stakingen kracht bijgezet in het land waar de traditie van de Eerste Mei geboren is - in de Verenigde Staten. Honderdduizenden immigranten voerden op 1 mei actie voor hun rechten. Ze betoogdenin enorme aantallen. En velen van hen staakten bovendien.

De golf van protest die vandaag een hoogtepunt bereikt is al weken bezig. Op 25 maart betoogden minstens een half miljoen in Los Angeles mensen tegen een dreigende wet die migranten zonder verblijfsvergunning tot criminelen bestempelt, hulp aan hen strafbaar stelt en strengere grensbewaking wil regelen. Ook in andere steden vonden massabetogingen plaats. Vele duizenden studenten boycotten de lessen, en dat ging dagenlang door. Sommige organisatoren spraken al van "een nieuwe beweging voor burgerrechten". En dat is precies wat het is.

Lang niet alle organisaties die zich vanouds inzetten voor de rechten van Afro-Amerikanen - de inzet van de burgerrechtenstrijd van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw - zien die connectie al. Earl Ofari Hutchinson schrijft daarover op Counterpunch. Maar de parallellen - in strijdbaarheid, in de mate waarin een grote opleving van verzet van een grote vernederde bevolkingsgroep opeens haar rechten hoog op de politieke agenda weet te krijgen door niet meer te achten maar zelf in beweging te komen - zijn opvallend. En de thema's liggen in elkaars verlengde: erkenning van gelijke rechten, in dit geval de rechten van de pakweg 11,5 immigranten zonder verblijfsvergunning.

En op 1 mei dus opnieuw grote demonstraties, bijvoorbeeld 300.000 betogers in Chicago. Zeker 100.000 demonstranten in Los Angeles, maar het stuk in de LA Times waar ik dit aan ontleen bericht dat dit slechts een van de betogingen was, kennelijk 's ochtends. Een tweede was op het moment van het verslag kennelijk nog bezig, of moest nog beginnen.

Maar demonstreren was niet het enige actiemiddel. De actiedag was aangekondigd als "Een Dag Zonder Immigranten": vele duizenden bleven weg van hun werk, tal van bedrijven - een op de drie kleine bedrijven in Los Angeles bijvoorbeeld - sloten hun deuren. Het weblog Lenin's Tomb zegt: "het protest bestaat voor een groot deel uit migrant-arbeiders die normaal gesproken aan het werk zouden moeten zijn. Ik met het, ter wille van de nauwkeurigheid, dan ook omschrijven als een massastaking, en niet slechts als een protest." Inderdaad!

Staking, arbeidersprotest, in het land waar de traditie van de Eerste Mei geboren is maar waar diezelfde traditie verregaand naar de marge is geduwd. Jazeker, de Dag van de Arbeid is in de VS opgekomen. In 1886 lanceerden arbeidersorganisaties een campagne omeen werkdag van maximaal acht uren af te dwingen. In vele steden vonden stakingen en betogingen plaats.

Op 4 mei van dat jaar hielden enkele duizenden arbeiders een protestbijeenkomst op de Haymarket, in Chicago. Aan het eind van die bijeenkomst ontplofte er een bom temidden van politieagenten. Acht anarchisten kregen de schuld van 'justitie'. De rechtbank gaf ze, donder bewijs, de doodstraf, en vijf van hen - bekend geworden als dee Martelaren van Haymarket - zijn inderdaad door de Amerikaanse staat vermoord. Enkele jaren later, in 1889, besloot de Tweede Internationale - een verbond van vooral marxistisch-geïnspireerde arbeidersorganisaties, vooral in Europa - om de Eerste Mei uit te roepen tot internationale dag van arbeiderssolidariteit. Leo Panitch schetst de gebeurtenissen kort op Znet; Peter Linebaugh gaat er veel uitvoeriger op in, op de website van Counterpunch.

De traditie om op Een Mei de solidariteit van arbeiders, en daarmee de strijd voor een betere toekomst, met actie te onderstrepen, is dus in de Verenigde Staten geboren. Des te mooier dat die strijdbaarheid in diezelfde Verenigde Staten zo hoopgevend aan het herleven is.

1 mei 2006

John Kenneth Galbraith, 1908-2006

Vervolg van "Bij de dood van twee verstandige mensen"

Een heel ander verhaal valt te vertellen over Galbraith. Immers, in tegenstelling tot Pramoedya was Galbraith onderdeel van het eshtablishment. Waar de heersende machten Pramoedya herhaaldelijk en langdurig opsloten, daar kwam Galbraith keer op keer in hoge staatsfuncties terecht.

Tijdens de tweede Wereldoorlog werkte hij eerst in het bureau dat prijzen moest controleren, en vervolgens evalueerde hij het effect van bombardementen van steden op de oorlogsinspanning. Later adviseerde hij Democratisch presidentskandidaat Adlai Stevenson, senator (en later president) Kennedy, en president Johnson. Onder president Kennedy was hij ambassadeur in Idia en regelde naar het schijnt vrijwel in zijn eentje de Amerikaanse betrokkenheid en steun voor dat land in een grensconflict met China.

Maar zelfs als staatfunctionaris was hij bepaald niet kritiekloos, en soms aangenaam lastig. Toen hij betrokken was bij de prijscontrole klaagden veel ondernemers. "ik bereikte het punt dat alle prijsbeheerser bereiken. Het aantal van mij vijanden overtrof dat van mijn vrienden." In 1943 moest hij weg daar. In de jaren zestig brak hij vanwege zijn kritiek op de Vietnam-oorlog met president Johnson; hij werkte in 1968 voor de Democratische anti-oorlogskandidaat Eugene McCarthy, die het in de voorverkiezingen aflegde tegen Hubert Humphrey. De laatste verloor in dat jaar met miniem verschil van Richard Nixon.

Veel; bekender is Galbraith geworden als econoom. Hij noemde zichzelf uitdagend 'liberal', wat in de Amerikaanse politiek de betekenis heeft van 'progressief', en door rechts veelal als scheldwoord gebruikt wordt. Hi baseerde zich op de econoom Keynes. Deze man zag dat het marktkapitalisme de neiging had om crises voort te brengen, omdat de vraag lang niet altijd het aanbod dekte. Hij pleitte daaroim voor overheidsingrijpen: als ondernemers met onverkochte spullen bleven zitten, dan zou een regering geld in de economie moeten pompen zodat mensen meer geld hadden om te besteden en de ondernemers hun waren toch kwijt konden. Goed voor de mensen onderaan, goed voor de ondernemers, goed voor het kapitalisme als geheel.

Dit soort ideeën gaven voorstanders van een stevige verzorgingsstaat - sociaal-democraten in Europa, 'liberals' in de VS - intellectuele munitie. Galbraith kwam met een reeks boeken waarin hij hervormingen bepleitte, en de oppermacht van de ogrote ondernemingen scherp kritiseerde. Boeken als The Great Crash: 1929"."American Capitalism: The Concept of Countervailing Power (1952), "The Affluent Society" (1958), zetten hem op de kaart als maatschappijkritisch intellectueel.

Belangrijke elementen van die maatschappijkritiek nemen het overwicht van grote ondernemingen op de hak, en zoeken daartegen naar tegenwicht. Daar komt zijn idee van 'countervailing powers' op neer: de macht van de bedrijven roept tegenmacht op, zoals bijvoorbeeld vakbonden en consumentenorganisaties. Aanvankelijk zag hij die groei van die tegenmacht als iets dat bijna automatisch gebeurde.

Later in zijn leven ziet hij dat dit bepaald niet vanzelf gaat: "Ik maakte het veel meer onvermijdelijk en nogal meer gelijkmakend dan het in de praktijk ooit is" , concludeerde hij in 1981. "Meerdere groepen - de ghettojeugd, de armen op het platteland, textielarbeiders, veel consumenten - blijven zwak of hulpeloos." Hier zien we trouwens een aardig trekje in de man: naarmate hij opuder wordt, herziet hij zijn opvattingen in linkse richting. Hij wordt minder eshtablisment, meer lastpost/ criticus van dat establishment.

Belangrijk is ook de tegenstelling die hij op de korrel neemt tussen "private opulence" and public squalor": individuele rijkdom en een wegkwijnende publieke sector. Hij vond dat dit anders moest. Ook was hij vrij vroeg in het signaleren van een van de effecten van de obsessie met "private opulence": "Rechtvaardigt de toegevoegde productie of de toegevoegde efficiëntie in de productie het effect ervan op beschikbare lucht, water en ruimte - het platteland?"

Minder positief ben ik over een ander idee van hem, dat hij uiteenzette in "The New Industrial State" (1967): daar bepleit hij dat de macht in de maatschappij vooral door experts, technici en managers dient te worden uitgeoefend. Dat lijkt me niet bepaald democratisch, en erg riskant. Wie controleert de experts als ze het mis hebben, of hun eigen belangen behartigen, ten koste van de rest?

Maar zijn scherpe kritiek op de inhaligheid en kortzichtigheid van ondernemers blijft, en groeit met het klimmen der jaren eerder nog. In 1973 pleit hij voor uitbreiding van bestaande vormen van planning, en rept zelfs van de noodzaak van "een nieuw socialisme" - in de VS toch vloeken in de kerk.

De laatste jaren voor zijn dood neemt hij herhaaldelijk vinnig stelling tegen Bush, diens bevooprdeling van grote ondernemers, en diens oorlog in Irak. In een gesprek met William Keegankeert Galbraith de rollen om en begint Keegan uit te horen: "Waarom is Groot-Brittannie zo tolerant voor George Bush en zijn bende?" Dat was in 2004.

Twee jaar eerder zei hij, over belastingwetgeving: "We maken niet alleen wetten voor de rijken, we maken ze voor hun permanente voordeel." En: "het is nog steeds politiek veilig om erg rijk te zijn." En ondernemersmacht, oorlog en 'George Bush en zijn bende' hingen bij Galbraith samen: "Zonder initiatief en macht van grote bedrijven zouden we niet in Irak zitten. En zouden we - een schrijnender zaak - geen George Bush hebben." Dat was oktober vorig jaar.

Nee, Galbraith was geen revolutionair, niet iemand die het kapitalisme in zijn totaliteit verwierp en wilde vervangen. Hij streefde naar een stabieler, vreedzamer en rechtvaardiger kapitalisme. "laat er een coalitie van betrokken mensen zijn. De rijken zouden nog steeds rijk zijn, degene die comfortabel leefden zouden nog steeds een comfortabel leven hebben, maar de armen zouden deel uitmaken van het politieke systeem." Dat tekent de man en zijn politieke houding.

Maar dat neemt niet weg dat zijn inzichten over de macht van grote bedrijven, de consequenties daarvan en de noodzaak van tegenwicht waardevol zijn, en door antikapitalisten benut kunnen worden als bouwstenen voor fundamenteler kritiek op het systeem. Dat maakt het werk van Galbraith, in al zijn 'liberal' beperktheid, waardevol.

Voor dit artikel heb ik, naast de in de tekst doorgelinkte artikelen, in ruime mate gebruik gemaakt van een lang, informatief en plezierig geschreven artikel uit de New York Times: "John Kenneth Galbraith, 97, dies", van Holcomb B. Noble en Douglas Martin.

Bij de dood van twee verstandige mensen

Twee belangwekkende en verstandige mensen zijn dit weekeinde op hoge leeftijd overleden: de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer en de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith. Leven en werken van allebei verdienen een kleine terugblik - minstens.

Pramoedya Ananta Toer, 1925-2006

Pramoedya schreef romans, maar was tegelijk politiek actief. Direct na de Japanse bezetting - die hij aanvankelijk steunde tegenover het Nederlandse kolonialisme - sloot hij zich aan bij de Indonesische nationale bevrijdingsstrijd. Hij voegde zich bij een militie in West-Java, schreef ook propaganda voor de nationalisten die tegen het Nederlandse gezag vonden. Zijn antikoloniale stellingname kwam hem op twee jaar gevangenschap in Nederlandse handen te staan - een gevangenschap waar tijdens zijn leven veel minder aandacht voor was dan zijn latere gevangenschap door het Indonesische bewind. Ik hoorde er pas van toen ik, na zijn dood, gegevens bij elkaar begon te zoeken over Pramoedya. Maar ook toen al stond hij aan de goede kant, en betaalde hij een prijs.

Later kwam hij in botsing met de Indonesische machthebbers - eerst met Soekarno, nadat hij in een roman de corruptie in Indonesië op de hak nam. Maar vooral het schrikbewind van generaal Soeharto beschouwde hem als luis in de pels en sloot hem langdurig op.

Dat Soeharto-bewind kwam aan de macht na een klungelige en mogelijk door hemzelf gemanipuleerde staatsgreep van wat linkse officieren, die versacht werden van connecties met de Indonesische Communistische Partij. Soeharto reageerde met zijn eigen staatsgreep die het tegendeel was van klungelig, steun had van de CIA, en aanzet gaf tot een weergaloos bloedbad. Tussen de 500.000 en 1 miljoen mensen - communisten, familieleden van communisten, activisten van bonden van arme boeren, hun familieleden, en verder menigeen die de nieuwe machthebbers mogelijkerwijs voor de voeten {o]zou kunnen [/i] lopen - werden afgemaakt. Duizenden anderen verdwenen in gevangenschap.

Pramoedya stond bekend als links, had bezoeken gebracht aan China en Rusland en had zich uitgesproken voor de rechten van Chinezen in Indonesië . Het bewind gooide hem in de cel en deporteerde hem vervolgens naar een strafkamp op het eiland Buru. Daar zat hij vast tot 1979. Na zijn vrijlaten bleef hij onder huisarrest staan tot 1992. Bij zijn arrestatie sloeg een soldaat hem met een geweerd. Daardoor was hij sindsdien goeddeels doof.

In gevangenschap schreef hij wat volgens kenners zijn beste en belangrijkste werk was: een viertal romans die, wanweege de plek waar hij ze schreef, als Buru-cyclus bekend kwam te staan. Hij scheef ze, met tegenwerking van de autoriteiten en steun van medegevangenen die zijn werklast verlichtten door zelf extra werk te doen.

Na zijn vrijlating schreef hij door, en ook na de val van het Soeharto-bewind in 1998 bleef hij kritisch. Toen hem in 1999 gevraagd werd of hij aan de presidentsverkiezingen mee zou doen antwoordde hij ontkennend: "Als ik onder deze omstandigheden mee zou doen zou ik slechts mijn eigen gevangenbewaarder kiezen." Immers: "Er is geen wezenlijke verandering geweest. De belangrijkste kracht in Indonesië is het leger. Het ligt in het verlengde van de Nederlandse Oostindische Compagnie, zelfs voor de koloniale staat, en het bedrijft dezelfde dingen als de koloniale staat - bijvoorbeeld terreur brengen in de gebieden buiten Java."

De staatsterreur tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Oost-Timor in 1999, de onderdrukking op Atjeh tot zeer recent, en het geweld tegen de vrijheidsstrijd op Westelijk Nieuw-Guinea laat zien dat Pramoedya's houding tegenover het militaire apparaat van Indonesië nog steeds actueel is - net als zijn dwarse kritische houding in het algemeen.

Meer over Pramoedya Ananta Toer lees je via Wikipedia, waar ik voor het bovenstaande flink gebruik van heb gemaakt; en via de Pramoedya Ananta Toer page, waar ik de link naar het interview uit 1999 aantrof. Maar ook het artikel van Al Jazeera naar aanleiding van zijn dood bevat veel relevants.

(wordt vervolgd)

30 april 2006

Protest tegen oorlog - de huidige en de dreigende

Enkele honderdduizenden mensen betoogden afgelopen zaterdag in New York tegen de bezetting van Irak. Hoe reageerden de media? Wat is het belang van deze betoging? En vraagt de oorlogsdreiging tegen Iran niet om nog veel meer?

Media en demonstratie

Natuurlijk had het NOS-journaal het te druk met verslaggeving over de viering van koninginnedag - een jaarlijks gebeuren, totaal voorspelbaar afgezien van de hagelbui, en dus helemaal geen nieuws. Natuurlijk hadden ook NRC en Volskrant op hun websitesNatuurlijk jad de publicitaire arm van het Witte Huis, ook wel bekend als CNN, op haar website geen ruimte voor een demonstratie tegen de favoriete fatale onderneming van datzelfde Witte Huis. Zelfs op Indymedia - waar je toch berichten over verzet verwacht - was rond half twee zondagnacht nog niets te vinden.

Nu.nl redt enigszins de eer, met een kort stukje, getiteld "Duizenden betogen in New York tegen oorlog in Irak". Die titel echter vertekent ook het beeld. "Duizenden" suggereert 5000, wellicht 15.000. Het verslag dat ik op Al Jazeera aantrof - "New Yorkers say give peace a chance" - opent echter als volgt: "Tienduizenden betogers tegen de oorlog hebben de straten vabn New York overstroomd om een onmiddellijke terugtocht van Amerikaanse troepen uit Irak te eisen. Rond 300.000 marcheerden door de straten van Manhattan op zaterdag, en strekten zich uit over 10 blokken terwijl ze richting Broadway liepen." (aanvulling rooie ravotr, 30 april, 14.38: inmiddels heeft nu.nl de kop van het sukje gezijzigd, van "duizenden" in "tienduizenden". Dat valt alweer niet tegen). Vele, vele tienduizenden demonstranten dus, een serieuze massademonstratie tegen de wrede bezetting.

Verschrikkingen in Irak

Voor zulk protest is alle reden. De verschrikkingen ten gevolge de Amerikaanse bezetting duren voort, en het Pentagon heeft nieuwe misdaden in voorbereiding. Zo bereiden Amerikaanse militairen een "tweede bevrijding van Bagdad" voor - alsof de eerste 'bevrijding' al niet rampzalig genoeg was.

De bedoeling is om verzetsgroepen in de Iraakse hoofdstad te verpletteren. Maar dat verzet is diep geworteld onder grote delen van de stadsbevolking. Wat het Pentagon "bevrijding" noemt, betekent feitelijk een operatie waarin die stadsbevolking doelwit wordt van grootschalig militair geweld. Denk 'Falluja, november 2004', waar de VS onder meer enge napalm-achtige granaten heeft ingezet. Maar Bagdad is veel groter - een vergelijkbare poging elk verzet daar te breken kan daarom alleen maar verschrikkelijker zijn.

Intussen loopt ook het aantal Amerikaanse slachtoffers weer op. In april kwamen al 70 Amerikaanse militairen om. In maart waren dat er 'slechts' 31, in februari 55, in januari 55 en in december 68. Zo bericht het eerder aangehaalde Al Jazeera-artikel, dat eraan toe voegt dat het totaal aantal omgekomen militairen uit de VS minstens 2.399 bedraagt. Het aantal omgekomen Irakezen is hiervan een veelvoud en moet inmiddels ver boven de honderdduizend liggen.

Oorlogsdreiging tegen Iran

Intussen komt ook een Amerikaanse aanval op Iran steeds dichterbij. Daarbij sluiten de VS de inzet van kernwapens niet uit. Mogelijk dodental als dat laatste gebeurt volgens de Nationale Academie van Wetenschappen in de VS: een miljoen doden. Dat is veel en veel meer dan het aantal slachtoffers van de Brits-Amerikaanse bezettingsoorlog in Irak, zelfs als we de hoogste schattingen van het dodental daar aanhouden.

Dat is slechts het begin van een aaneenschakeling van dreigende verschrikkingen: Iraanse steun voor aanvallen op Amerikaanse troepen in Irak door Sjiitische gewapende groeperingen, achtervolging door Amerikaanse troepen van deze eenheden, ook als ze zich op Iraans grondgebied zouden terugtrekken - waarmee de Irak-oorlog en de Iran-oorlog feitelijk versmelten tot een bloedig geheel. Aanvallen op Westerse doelen zijn te verwachten, door de Libanese Sjiitische beweging Hezbollah en andere groeperingen, zelfmoordaanslagen ook. Maar ook kan Iran de olietoevoer door de Straat van Hormoez die de Perzische Golf met de Indische Oceaan verbindt vrij eenvoudig afsluiten, met weinig aangename gevolgen voor de olieprijzen...

Protest tegen die dreigende oorlog was gelukkig ook een van de thema's van de vredesbetoging van afgelopen zaterdag. De organisatie, de anti-oorlogscoalitie United for Peace and Justice" samen met een aantal andere groepen, had als hoofdeis in haar oproep: "Stop de oorlog in Irak - haal alle troepen nu terug!" Maar direct daarna: "Geen oorlog tegen Iran!" En het artikel in Al Jazeera citeert een demonstrant: "Er is tegen ons gelogen, en ze gaan opnieuw tegen ons liegen om ons een oorlog tegen Iran te bezorgen."

Aan de slag!

Om die oorlog 'pre-emptively' van tafel te vegen voor Bush hem begint, zullen we de druk snel verder moeten opvoeren - in de VS maar ook in Nederland. Weliswaar weet minister Bot te melden dat er geen oorlog komt: "Bot: VS zijn niet van plan Iran aan te vallen", zo meldt de Volkskrant. Zijn argument? Minister Condoleeza Rice heeft gezegd dat "de diplomatieke weg naar hun mening nog steeds de beste is en dat die diplomatieke weg gezamenlijk gevolgd moet worden, door de hele internationale gemeenschap."

Dat is de taal die het Witte Huis in de winter van 2002-2003 liet horen toen Bush allang besloten had om Irak aan te vallen. Maar blijkbaar laat de Nederlandse regering zich graag met leugens in slaap sussen - of het nu om Guantanamo Bay gaat, om geheime CIA-cluchten in Europa, om massavernietigingswapens in Irak of om 'diplomatieke oplossingen' rond Iran.

Tegenstanders van oorlog en agressie kunnen maar beter wakker blijven, aan de slag blijven of gaan, en het tempo opvoeren. Als de VS een aanvalsoorlog tegen Iran begingt, is Nederland medeplichtig - door de mooi-weer-praatjes van Bot, maar vooral door daadwerkelijke steun aan de VS-oorlog. De minstens 1400 Nederlandse militairen die oorlog gaan voeren in Afghanistan zijn evenzovele Amerikaanse militairen die daar dan niet hoeven te zijn - en die dus tegen Iran ingezet kunnen worden. Actie om de Nederlandse troepen weg te halen en te houden uit Afghanistan bemoeilijkt daarom een Amerikaanse aanval op Iran, en is ook daarom hard nodig.

Maar vooral is rechtstreeks protest tegen de aaanvalsdreiging richting Iran van het grootste belang. Een goede stap is de internet-campagne die gestart is door de Campagne Geen Oorlog Tegen Iran.. Brede steun voor die petitie is noodzakelijk - niet omdat petities op zichzelf oorlogen tegenhouden, maar omdat zo'n actie de weerstand van groeiende aantallen mensen tegen de oorlogsdreiging voelbaar maakt, omdat mensen die de website van de campagne bezoeken een steuntje in de rug krijgen als ze zien dat een groeiend aantal anderen zich al hebben uitgesproken hebben tegen die dreiging, omdat een internetpetitie een aanzet kan en moet zijn voor andere acties die de druk tegen de oorlogsdreiging opvoeren.

Tekenen dus, die handel - en de petitie op zo veel mogelijk plekken onder de aandacht brengen. De website voluit: www.geenoorlogtegeniran.nl. Aan de slag!

24 april 2006

Frankrijk: strijd niet voorbij

De maandenlange strijd van scholieren, studenten en arbeiders tegen de CPE, het arbeidscontract dat premier Villepin jongeren wilde opleggen, is in een stevige overwinning uitgemond. Op 10 april haalde de regering de CPE van tafel. Maar daarmee was en is de strijd niet voorbij.

Acties nog dagenlang voortgezet

De dagen die volgden gaven nog tal van activiteiten te zien. Op 11 april, opnieuw dag van acties, betoogden in Parijs toch nog enkele duizenden mensen - 2300 volgens de politie, 10.000 volgens de organisatie.

Ook elders mensen in beweging: Grenoble zag 1000 tot 2000 demonstranten, Toulouse 3000, Lille 1000 tot 2000, Nantes 2000 tot 4000, Rennes - vanaf het begin een plaats waar de beweging sterk was - 1200. Marseille bleef relatief achter met tussen de 200 en de 800 mensen. Ook op andere plekken waren nog acties. De inzet was nu de afschaffing van de [i[hele[/i] 'Wet voor Gelijke Kansen' waar de CPE een onderdeel van was, plus het schrappen van de CNE, een soort van CPE maar dan voor arbeiders in bedrijven met 20 of minder personeelsleden.

Ook daarna werd het niet meteen rustig. Donderdag 13 april stemden studenten in Bordeaux en Rouen voor voortzetting van blokkdaeacties; in Caen en Perpignan stemden studenten voor opheffing ervan. Intussen lanceerde l' Humanite, dagblad van de Franss Communistische Partij, een petitie voor amnestie van mensen die bij protesten tegen de CPE zijn opgepakt, en hielden studenten en scholieren in Limoges een blokkade-actie van een sorteercentrum.

Nog op vrijdag 14 april waren er 'verstoringen' (blokkades en dergelijke) op 12 universiteiten. Het tekent de taaiheid, het radicalisme van een beweging dat zoveel actievoerders doorvechten, terwijl de officiële actieleiding , vooral de vakbondstop, de overwinning al heeft geclaimd. Zoals we eerder zagen is die overwinning bepaald niet compleet, en voortzetting van de strijd dan ook logisch.

Activisten aan het woord

Intussen maken activisten de balans op van een van de meest succesvolle campagnes tegen neoliberaal beleid in vele jaren - in en buiten Frankrijk. Danielle Obono, actief op de Sorbonne universiteit - van 8 tot 11 maart bezet door actievoerende studenten, ontruimd door de politie maar pas vandaag weer geopend - zei vlak na de intrekking van de CPE: "We hebben laten zien dat het het waard is om de strijd aan te gaan, en dat we als we verenigd en radicaal zijn kunnen winnen.(...)Nu moeten we doorgaan om op andere fronten dezelfde vooruitgang te boeken.".

Voortzetting van de strijd - weliswaar even op een lager pitje dan in maart en begin april - is inderdaad aan de orde. Radicaal links roept daar ook toe op. Alternative Libertaire bijvoorbeeld, een anarchistische organisatie, wijst er in een verklaring op wat bereikt is, maar ook op wat er nog aan kwalijke maatregelen overeind staat. Niet helemaal terecht zegt de verklaring dat de studenten en scholieren "negen weken lang praktisch in hun eentje strijd hebben moeten voeren" - daarmee miskennen ze de steun die ze van grote aantallen oudere arbeiders - als vakbondslid actief, maar soms ook als ouders van hun actievoerende kinderen solidair.

De verklaring gaat verder: "Beetje bij beetje is deze beweging omgevormd tot een beweging tegen kwestbare arbeid (opm. rooieravotr: in de Engelse vertaling 'precariousness', naar het Franse woord 'precarite', de onzekerheid van werk in losse onzekere contracten), en de studenten zijn naar voren gekomen met tal van voorstellen, met name in betrekking tot de autonomie van jonge mensen en democratie op de middelbare scholen en universiteiten. Het is ook de goede moment om onze eisen luid en duidelijk naar voren te brengen.

Vandaag zijn de blokkades op veel universiteiten opgeheven. De studenten hebben begrepen dat de regering is verslagen, en dat het wellicht bereid is ook op andere punten toe te geven. Het zou onbegrijpelijk zijn als de vakbondsleidingen tot een eind van de mobilisaties oproepen en de terugtrekking van de Wet voor Gelijke Kansen en de CNE vooruitschuiven voor verdere onderhandelingen."

En de verklaring sluit uitdagend en strijdbaar af met: "Laten we het ijzer smeden als het heet is! Laat ons deze overwinning omvormen tot een trampoline en de strijd voortzetten tot onze eisen zijn ingewilligd!"

De Ligue Communiste Revoplutionaire (LCR, de belangrijkste en vrij omvangrijke trotskistische organisatie in Frankrijk) brengt nog eens de inzet van een vervolg naar voren in een korte heldere verklaring waarmee ze de intrekking van de CPE begroet. Daarover: "Het is een eerste terugtocht van de regering. Doe moet worden opgevolgd door andere."

De allerbelangrijkste les: "Strijd loont." En verder: "Alle eisen de gesteld zijn door de beweging moeten nu worden ingewilligd: intrekking van de CNE, afschaffing van de Wet op de Gelijke Kansen. De onderdrukking die honderden jonge mensen raakt moet onmiddellijk worden stopgezet." En over de regeringspolitici Villepin, Sarkozy en Chirac: "Hun macht vertegenwoordigt een minderheid in het land. Ze mogen niet doorgaan met actie ondernemen tegen de meerderheid van de bevolking. Ze moeten weg!"

Nieuwe demonstraties

Een vervolg van strijd tekent zich al af ook, rond diverse thema's, zoals blijkt uit de Socialist Worker (UK) van afgelopen week. Op 29 april zal in Parijs een demonstratie plaatsvindenn tegen de 'Ceseda'-wet: een pakket maatregelen uit de koker van minister Sarkozy, de Verdonk van Frankrijk. De wetgeving is gericht tegen de rechten van migranten. In de wet is sprake van eenjarige werkvergunningen voor migrant-arbeiders, waarna ze weer het land uit moeten. Ook mogen familieleden van immigranten niet in Frankrijk komen wonen, een aanval dus op het recht op gezinshereniging.

En op de Eerste Mei, de traditionele dag van de arbeid, komt het protest tegen de CNE centraal te staan. De vakbond CGT roept op om de optocht van die dag tot een protest tegen dat arbeidscontract te stellen. Een stevige opkomst daar, een strijdbare demonstratie op 29 april - allebei zijn het momenten waarin voortzetting van het gevecht tegen de regering nieuwe vaart kan krijgen. De strijd gaat door.

20 april 2006

In het land van Bushkashenko

Nieuwsbericht 1.: Grantley Richards zat in zijn mini-busje naar jazz en reggae te luisteren, valkbij de Japanse ambassade in New York. Het geluid komt uit "een cylinder waar draden uitsteken, en de nummers op het display veranderden voortdurend."

Verdacht, heel verdacht! Een vrouw die werkte in de ambassade sloeg alarm, de politie rukte uit en joeg per robot een waterprojectiel door de ruiten van het busje. Vervolgens werden er rontgenfoto s van het gevaarlijke object gemaakt. Intussen werden drie huizenblokken van Fifth Avenue afgesloten plus de nabijgelegen 67th Street.

Er was natuurlijk niets aan de hand, de politie heeft excuses gemaakt en belooft de schade te betalen, Richard gaat de volgende keer naar eigen zeggen toch maar ergens anders parkeren. Maar veiligheid boven alles, nietwaar?

Nieuwsbericht 2. : De Republikeinse Partij in San Diego houdt een diner. Natuurlijk moet daar ook de Eed op de Vlag worden afgelegd. Maar, o catastrofe - er is geen Amerikaanse vlag voorhanden! Wat te doen?

Een vindingrijke Republikein stelde toen voor om dat de eed maar af te leggen op het Republikeinse partijsymbool, een olifant met de sterren en strepen van de vlag. Zo gezegd, zo gedaan. Loyaliteit aan de staat, loyaliteit aan de partij, wat maakt het nog uit in het Amerika van George Bush? En waar doet ons deze versmelting van loyaliteiten ook maar weer aan denken?

Nieuwsbericht 3.: Terwijl ter gelegenheid van Pasen een gezelschap van genodigden eieren mag zoeken in of rond het Witte Huis, zingen kinderen uit de omgeving van rampgebied New Orleans ter ere van de president, en wat die allemaal voor het gedaan had nadat vorig jaar de orkaan Katrina toesloeg. Een stukje tekst:

"Ons land stond naast ons
Mensen stuurden ons hulp
Katrina kon ons niet stoppen, onze hoop zal nooit vervagen
Het Congres, Bush en de FEMA
Mensen in het hele land
Zijn samengekomen om ons te herbouwen en wij
Sluiten ons bij ze aan, hand in hand"

Is het niet prachtig? De president die, gewaarschuwd en wel, een stad in de golven liet verdwijnen nadat hij jarenlang de bescherming ervan had laten verwaarlozen omdat het geld naar "terreurbestrijding" moest, en de een flink deel van de National Guard naar Irak gestuurd had waar ze rampen konden aanrichten in plaats van ze in New Orleans te bestrijden - als held bezongen door slachtoffers van zijn criminele nalatigheid? Misschien dat hij bij een volgende gelegenheid een van de kinderen op schoot kan nemen en voor het oog van de camera's over de bol kan aaien? Dat past wel in dit scenario.

Bericht 1 ontleen ik aan "Fear of Music, pt. II", op het weblog van World War 4 Report. Bericht 2. kwam ik tegen via Raw Story, waar ik het berichtje "Three Signs That Your Superpower Is Becoming A Cheap Rip-Off of the Soviet Union" trof, op het weblog The Rude Pundit. In dat bericht vond ik ook bericht 3. Vandaaruit kwam ik de tekst van het liedje tegen, plus verdere details, op de website Think Progress.

17 april 2006

VS tegen Iran: dreigende catastrofe

Steeds groter wordt de dreiging vanuit de Verenigde Staten tegenover Iran. De wereld koerst af op een nieuwe grote oorlog, een bloedige confrontatie waarbij vergeleken het voortdurende geweld in Irak weinig meer is dan een handvol gewapende incidenten. En de wereld kijkt toe, wacht af, zit als een konijn op de donkere snelweg dat kijkt in de lichtbundel van de tegemoet razende vrachtauto.

En wat doet links, waar is de vredesbeweging intussen?! In diezelfde lichtbundel, met een vergelijkbare passiviteit, af en toe onderbroken met zwak gemompel van 'foei'. 'het zal toch niet waar zijn?' en 'als dat maar goed gaat'. Als we werkelijk deze oorlog willen helpen tegenhouden - in plaats van achteraf te kunnen zeggen 'zie je wel?', dan wordt het tijd om uit de lichtbundel te stappen en aan de slag te gaan.

Voorwendsels

Waar gaat het om? De Verenigde Staten en haar bondgenoten voeren drie motieven aan om de druk op Iran op te voeren. Het belangrijkste is het Iraanse kernprogramma. Iran wil uranium kunnen verrijken, en heeft vorige week aangekondigd dat het daar vorige week ook in geslaagd is. Volgens de VS is dit een stap in de richting van een Iraans kernwapen. Iran ontkent dat, en zegt dat haar kernprogramma bestemd is voor de opwekking van energie. De 'strijd tegen massavernietigingswapens', de leugen-vlag waaronder de VS een oorlog begon tegen Irak, maakt hier haar dreigende rentree.

Het tweede motief van de VS tegen Iran is de 'oorlog tegen terrorisme': Iran zou steun geven aan 'terroristische bewegingen', zoals Iraakse gewapende strijders die tegen de VS vechten, Palestijns verzet van onder meer Hamas, en de Libanese Hezbollah-beweging. Door vooraanstaande neoconservatieven in de VS is Iran al vanouds de belangrijkste 'terroristische staat'. 'Oorlog tegen terrorisme' betekent dus: voortdurend opgevoerde druk op Iran.

Het derde motief van de VS is het verwijt dat Iran een dictatuur is. In het kader van de Amerikaanse inzet voor 'vrijheid' en tegen 'tyrannie' mag de VS die Iraanse dictatuur niet met rust laten, maar onophoudelijk onder druk zetten.

Iraans kernwapen?

Alle drie de motieven zijn bedrieglijke voorwendsels.. Er is geen spoor van bewijs voor een Iraanse atoombom, of zelfs voor serieuze voorbereidingen ervoor. Iran heeft het Non-Proliferatieverdrag (NPV) getekend, en houdt zich er aan. Dit NPV reguleert de ontwikkeling van kerntechnologie voor energie-opwekking, en de verrijking van uranium past daarbinnen. Het Internationaal Atoom Agentschap verzorgt in dat kader inspecties, ook in Iran.

De hypocrisie van het verwijt dat Iran een kernbom probeert te maken zou opmerkelijk zijn als we aan dit type van zwendel inmiddels niet enigszins gewend zouden zijn geraakt. Iran, ondertekenaar van het NPV, mag van de VS geen uranium verrijken. Israel, geeno ondertekenaar van dit verdrag, heeft kernwapens zonder dat de VS daar een aanmerking op maakt - eerder het tegendeel. India, evenmin ondertekenaar van het verdrag, heeft ook kernwapens, houdt nu en dan kernproeven - en sloot enkele maanden terug een verdrag voor nucleaire samenwerking met de VS. Kan de moraal nog dubbeler?

Daar mag nog iets bij. Nee, het is niet uitgesloten dat Iran wel degelijk een kernbom tracht te maken. Het feit dat Bush dit beweert is nog geen reden om dus het tegendeel te geloven, hoe verleidelijk en voorstelbaar zo'n houding ook mag zijn. Maar als Iran een bom maakt, mogen we ons wel eens afvragen: vinden we het gek?! Irak had geen kernbom, maar wel olie. De VS vielen binnen en hebben het land in brand gestoken. Noord-Korea had geen olie, maar wel enkele kernbommen. De VS snuiven van woede, maar doen vervolgens feitelijk niets. Wat moet je dus doen als je olie hebt, en je wil je verdedigen? Precies!

Kijk ook maar eens op de kaart van Iran en omstreken. Aan de oostkant: twee kernmogendheden, Iran en Pakistan. Aan de noordkant: kernmacht Rusland. Aan de westkant, even voorbij het smalle Irak en het kleine Jordanie: de Israëlische kernbommen. In de Indische Oceaan varen Amerikaanse marineschepen rond, zonder enige twijfel uitgerust met atoombommen en kernraketten. Van die kernmachten zijn in ieder geval Israël en de VS het iraanse bewind zeer vijandig gezind, al sinds 1979.

Een Iraans streven naar kernwapens, als het bestaat, zou dan ook bepaald niet af te doen zijn als blinde paranoia of agressie. Dat maakt zo'n streven niet tot wenselijk of onschuldig. Het betekent alleen dat Iran zich gedraagt zoals andere ambitieuze mogendheden zich allang gedragen. Iran bedrijft machtspolitiek. Welke staat in de regio doet dat niet?

En Iran heeft openingen geboden. Er ligt een heuse fatwa, een religieuze oekaze, van de vroegere Iraanse leider Khomeini, die het streven naar kernwapens afwijst.. Als Westerse politici deze religieuze uitspraak niet als serieus wensen op te vatten, dan moeten ze dat van nu af aan ook maar bij andere fatwa's niet meer doen.

De officiële lijn van Iran is volgens dezelfde bron, the Asia Times van 13 april 2006, een streven naar een kernwapenvrij West-Azie.. Als Westerse staten werkelijk een Iraans kernwapen willen voorkomen, dan zou het dit Iraanse streven aangrijpen en werkelijke gesprekken openen. Maar, gezien de bom van het pro-Westerse Pakistan, gezien de Israëlische kernbom, en gezien het Amerikaanse kernarsenaal plus het feit dat de VS daar geen wezenlijke inperkingen in duldt, is er geen sprake van dat de Westerse mogendheden ook maar een stap richting een kernwapenvrij Midden-Oosten zullen maken of tolereren.

We weten dus niet of Iran een kernbom aan het maken is. Wat we wel weten is dit. Er is geen spoor van bewijs voor zo'n bom, of voor voorbereidingen ervan. Degenen in het Witte Huis, het Pentagon en dergelijke, die beweren dat Iran een bom heeft, of nastreeft, of al bijna af heeft, zijn hetzelfde slag mensen, dat massavernietigingswapens verzon in Irak. Hun geloofwaardigheid bij voorbaat is nul komma nul. Mogelijkheden om via gesprekken een kernwapenvrije regio na te streven worden niet benut. Anders gezegd: het voorkomen van een Iraans kernwapen is niet de werkelijke reden van de Amerikaanse intimidatie van Iran. Het is een voorwendsel voor de dreigende oorlog, maar niet de werkelijke reden.


Terrorisme?

Datzelfde geldt voor het verwijt dat Iran terrorisme steunt. Nu en dan roepen Amerikaanse woordvoerders dat Iraanse agenten Iraakse gewapende strijders van wapens voorzien. Bewijs wordt nooit geleverd. Je zou zeggen dat de VS en haar helpers, met de eindeloos herhaalde schoonveeg-acties, razzia's in steden en woonwijken, arrestatiegolven en via foltering afgedwongen bekentenissen, en langzamerhand minstens wat [gemanipuleerd[/i] 'bewijs' van Iraanse activiteit in Irak geproduceerd zou weten te hebben. Niets daarvan.

Het is ook erg onlogisch. De Iraakse officiële machtsstructuur - 'regering' is het woord, maar er is al maandenlang geen regering - wordt gedomineerd door Sjiitische partijen en milities, die voor een flink deel nauw verbonden zijn met het Iraanse bewind. Waarom gewapende strijders steunen en bewapenen die juist tegen die autoriteiten vechten? Waarom je vijanden bewapenen tegen je vrienden?

Dat Iran juist die Sjiitische milities steunt is veel waarschijnlijker. Dat veel van die milities terreur bedrijven is ook waar. Maar als dat "steun voor terrorisme" is, volgens het Witte Huis, dan bedrijft vooral de VS zelf steun aan dat terrorisme. Veel van die milities opereren na Amerikaanse training, met Amerikaanse wapens, en gefinancierd door een Iraaks gezag dat door de VS op de been is geholpen en gehouden. Sommige van die milities - doodseskaders is het juiste woord - opereren vanuit het Iraakse ministerie van binnenlandse zaken. Dat de VS de laatste maanden meer afstand neemt van haar Sjiitische bondgenoten, verandert niets aan de Amerikaanse verantwoordelijkheid voor en steun aan deze terreur.

Over de Iraanse steun voor Hezbollah en Hamas kunnen we kort zijn. Hezbollah is een Libanese politieke partij met een bijbehorende militie. De ideologie ervan is een Islamitisch verwoord populisme, haar activiteiten bestaan uit verkiezingen winnen, en een sociale infrastructuur van sociale voorzieningen opbouwen onder sterke invloed van Islamistische prioriteiten.

Tot de zomer van 2000 kwam daar nog iets anders bij: het voeren van een rechtmatige guerrillaoorlog tegen het Israëlische bezettingsleger in Zuid-Libanon. Die zomer trok dat leger zich vrijwel volledig terug, en sindsdien gebruikt Hezbollah nog slechts sporadisch geweld. In de jarebn tachtig pleegde hezbollah een serie bomaanslagen. Op dat moment was het etiket 'terroristische organisatie' niet volslagen absurd. Nu is het dat wel.

Datzelfde geldt voor Hamas, de in vrije verkiezingen gekozen regeringspartij op de Palestijnse Westoever en Gazastrook. Een vergelijkbare massabeweging, met vergelijkbare activiteiten. En het plegen van zelfmoordaanslagen valt al vrij lange tijd nietmeer onder die activiteiten: Hamas houdt zich al ruim een jaar aan een wapenstilstand. Sterker: Hamas is bezig het gebruik van zelfmoordaanslagen officieel af te zweren. Maar dat staat niet op de voorpagina van de Volkskrant, dus is het niet waar... Overigens staat deze koerswijziging binnen Hamas alweer ter discussie, wat ik triest maar niet vreemd vind nu Israël aanval na aanval op de Gazastrook doet en Westerse regeringen de geldkraan dichtdraaien en daarmee de Palestijnse bevolking aan nieuwe ellende blootstellen. Hoe dan ook: Hamas was nooit in de allereerste plaats een terroristische groepering, en nu is ze het zelfs niet meer in de allerlaatste plaats.

Steun van Iran aan groeperingen in Irak, aan Hezbollah en aan Hamas, wat we ook van die groeperingen mogen vinden, is dan ook geen "steun aan terrorisme", en geen bewijs dat Iran een "terroristische staat" is. Het verwijt van het Witte Huis dat Iran terrorisme steunt is voorwendsel, geen reden, voor de dreigende aanval op dat land.

Interessant is ook de samenwerking van Iran en de VS de eerste maanden na 11 september 2001 in Bush 'oorlog tegen terrorisme', met name in de verdrijving van het taliban-bewind door de, door de VS [i[en[/i] Iran gesteunde, Noordelijke Alliantie. Iran bood op hulp aan tegen Al Qaeda. Onder druk van neoconservatieven in Washington liep dit op niets uit: de VS wilde wel informatie van Iran, maar was niet bereid eigen informatie te delen. De VS was Iran vijandig gezind, en zelfs gemeenschappelijke vijandschap jegens Al Qaeda veranderde daar niets aan. 'Oorlog tegen terrorisme' was aan deze vijandschap kennelijk ondergeschikt.


VS voor democratie?

Dan het derde thema: Iran als 'tyrannie' , die op Amerikaans initiatief 'bevrijd' moet worden. Mogen we lachen, of is braken meer toepasselijk? De Verenigde Staten heeft geen enkele principiële voorkeur voor democratisch bestuur. Het land is niet in staat of niet bereid om fatsoenlijke verkiezingen in eigen land te organiseren, zo bleek in Florida in 2000 en in Ohio in 2004. De regering van de VS houdt despotische regeringen - 'tirannieën' , in het jargon van het Witte Huis - de hand boven het hoofd, in Saoedi-Arabie, Egypte, Pakistan... Moeten we echt geloven dat afwezigheid van democratie de reden is om Iran te bedreigen met bombardementen?

De VS hebben op het gebied van staatsterreur bevorderen trouwens een indrukwekkende staat van dienst, met door de CIA ondersteunde staatsgrepen tegen democratisch gekozen of gelegitimeerde regeringen in Chili 1973, Guatemala 1953 en, jawel, Iran, 1954. Uitkomst van die laatste staatsgreep was het schrikbewind van de Sjah van Iran - tot de tanden bewapend door de verenigde staten, en ironisch gezien ook op weg geholpen met het ontwikkelen van een nucleair programma. Wat ook de redenen voor de VS zijn om een oorlog tegen Iran voor te bereiden, herstel van mensenrechten en bevordering van democratisch bestuur staan niet in het lijstje.

Verdrongen angsten

Wat zijn dan de redenen? Let's talk oil, dat is hier onvermijdelijk. Maar laten we eerst nog eens naar de eerste twee voorwendsels kijken die de VS aanvoert: het kernprogramma van Irak, en de steun aan "terroristische groeperingen". Over de leugenachtigheid ervan heb ik het gehad. Maar het is niet helemaal toevallig dat de VS voor haar oorlogspropaganda juist deze voorwendsels gekozen heeft. Echte redenen zijn het weliswaar niet. Maar ze verraden wel verborgen angsten en obsessies van de machthebbers in het Witte Huis en omstreken.

Eerst het kernbomverhaal. Gedecodeerd betekent het Amerikaanse standpunt: wij willen niet dat Iran zich tegen onze druk (of de Israëlische) kan verdedigen. Wij spreken een veto uit over niet alleen een Iraanse kernbom, maar over een Iraans vermogen om werkelijk haar eigen koers door te zetten desnoods als die koers botst met Amerikaanse belangen en wensen. Daar komt de Amerikaanse politiek op neer.

Datzelfde schuilt ook achter de kritiek dat Iran het terrorisme steunt. Bewegingen als Hamas en Hezbollah dagen pro-Westerse regeringen, vooral Israel, uit. De VS leunt op die pro-Westerse regeringen om haar eigebn belangen te behartigen. Gedecodeerd betekent "steun aan het terrorisme": steun aan verzet tegen onze vrienden en bondgenoten in de regio. Dat is wat de VS Iran verwijt.

Wat de VS dus niet wil is een Iran dat haar zelfstandige politiek doorzet, daar een militair potentieel voor ontwikkelt en daartoe bondgenootschappen sluit zonder toestemming van Washington te vragen. Zo'n onafhankelijke koers, voorzien van adequate machtsmiddelen - dat wil de VS dwarsbomen.

Olie in drie dimensies

Iran kan echter een flink eind doorzetten, omdat het een zeer belangrijk machtsmiddel al heeft: olie. Daarmee kan het zijn opbouw financieren en haar macht versterken. Maar precies die olie is ook de kern van de Amerikaanse ambities in de regio, de werkelijke motivatie voor de oorlog in Irak en de oorlogsdreiging jegens Iran.

Het verhaal heeft meerdere dimensies, die van elkaar onderscheiden moeten worden. Je hoort nogal eens dat de VS aan olie verslaafd is, dat de olie op aan het raken is, en dat dit de VS in een verscherpte strijd om de slinkende olievoorraden zuigt. Zelfs Bush zelf sprak in zijn 'State of the Union'-toespraak over de olieverslaving van het land. En ja, de VS verbruikt veel olie. Maar dat is niet de werkelijke reden waraom de VS de olie van Iran in de greep wil krijgen.

In de eerste plaats valt er aan olie heel gemakkelijk te komen zonder een oorlog te beginnen. Het spul wordt gewoon verhandeld, wie de goede prijs betaalt krijgt olie. En veel van de olie die de VS zelf gebruikt, komt niet uit het Midden-Oosten, maar uit Venezuela en uit de VS zelf. Olie als brandstof voor al die auto's is dus het probleem niet. Ik durf de stelling aan dat, als de VS voor 100 procent zou omschakelen op alcohol in plaats van benzine als autobrandstof, er weinig tot niets zou veranderen aan de Amerikaanse ambitie om de olie van Iran in de macht te krijgen.

Olie heeft namelijk, naast haar rol als brandstof - de gebruikswaarde ervan - nog twee andere rollen. In de eerste plaats is er olie als handelswaar, als belichaming van ruilwaarde. De Iraanse heersers verkopen olie. De heersers van Saudi-Arabie doen dat ook. Maar wat gebeurt er met de opbrengst?

Saoedi-Arabie (en Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en noem ze maar op) besteden hun oliegeld in hoge mate aan aandelen in Westerse bedrijven. Ze speculeren op de beurzen van Londen en Washington. En wat ze overhouden vergokken ze op hun wekelijkse bezoekjes per prive-vliegtuig aan Westerse luxe-winkels, casino's en bordelen. Wat abstracter gezegd: het oliegeld van Saoedi-Arabie en dergelijke staten maakt gewoon onderdeel uit van Westerse kapitaalcircuits, dat type oliestaten is economisch gezien gewoon deel van het Westerse, door de VS geleide, blok. Juist daarom is Bush zo aardig voor de Saoedische prinsen, juist daarom steunt die hun schrikbewind. Het feit dat Saoedi-Arabie, zoals ooit opgemerkt, met zijn woestijnvlakten, zijn olie en zijn wekelijkse executies, ergens sprekend op Texas lijkt, schept natuurlijk nog een extra band.

Maar er is een ander type oliestaten, waarvan bijvoorbeeld Irak tussen 1958 en 1991 (deels tot 2003) een voorbeeld vormde. De regering van dat land gooide het geld niet over de balk op Wall Street. Het bouwde er een sterke staat mee op, met een stevige infratructuur, onderwijs en gezondheidszorg maar vooral ook met een formidabel militair apparaat en een veiligheidsdienst. Zo stond het oliegeld in dienst van de opbouw van de zelfstandige macht van Irak's heersers. De potsierlijke paleizen van Saddam Hoessein vormden de symboliek - maar de machtsontplooiing was reëel.

Precies die onafhankelijke macht, gefinancierd door olie, maakte de VS steeds minder blij. Irak bouwde een leger op dat tegenwicht bood jegens de Israëlische positie. Dat oogstte al weinig waardering in Washington. Toen Irak in 1990 echter Koeweit binnenviel was de maat helemaal vol.

Hier zie je de verschillende bestemmingen van het oliegeld glashelder tegenover elkaar. Koeweit's rijke families besteedden het oliegeld in het Westen. Irak bracht die olie in eigen greep, waarmee het vermogen van de Iraakse heersers om hun onafhankelijkheid nog verder uit te bouwen en de VS te kunnen weerstreven, nog verder groeide.Dat was de Iraakse doodzonde, en de verschrikkelijke straf volgde in de vorm van de Golfoorlog van 1991, en de sancties daarna.

Maar het bewind bleef zitten. Het was wel veel van haar macht kwijt, maar had haar ambitie om een zelfstandige mogendheid met een stevige machtspositie te zijn niet opgegeven. Om herstel van die macht voor eens en altijd te voorkomen, en de Iraakse olie weer netjes in Westerse handen te brengen, volgde in 2003 de invasie van Irak.

Precies dat is nu het Amerikaanse voornemen richting Iran. Ook dat is een land dat haar oliegeld niet in de eerste plaats op Westerse beurzen vergokt, maar er een stevige staatsmacht van opbouwt. Steeds meer zelfstandige macht voor Iran's heersers, gefinancierd met heel veel geld verkregen uit heel veel olie - daarvoor wensen de Verenigde Staten een stokje te steken.

Daar speelt nog een dieper motief mee. Olie is niet alleen brandstof (gebruikswaarde) en koopwaar (ruilwaarde). Olie is ook een strategisch machtsmiddel. Wie de belangrijkste olievoorraden ter wereld beheerst, kan tegen elke industriestaat - elke economie die veel olie nodig heeft - zeggen: doe wat ik wil, want anders... De belangrijkste olievoorraden ter wereld bevinden zich in het Midden-Oosten en het nabij gelegen Centraal-Azie. De strijd om hegemonie in die gebieden is een strijd om olie. En die strijd om olie is een strijd om de macht over de wereldeconomie. Immers, als de VS die olie beheerst kan voorwaarden dicteren aan degene die de olie wil benutten, aan Europese staten, aan Japan en vooral aan de rivaal van de toekomst: China.

De VS heeft al tijden het overwicht op Saoedi-Arabie en de Golfstaten, met enorm veel olie. Een reeks militaire bases van de VS in diverse Centraal-Aziatische republieken verstevigt ook daar de Amerikaanse hegemonie. De oorlog tegen Irak heeft weliswaar geen stabiele, pro-Amerikaanse oliestaat gesticht. Maar het heeft in ieder geval de macht van een zelfstandige oliestaat aldaar gebroken, en voorkomen dat de Iraakse olie in handen van concurrenten en tegenstanders van de VS viel. Resterend obstakel voor de Amerikaanse oppermacht over de olie in de regio: Iran. De dreigende oorlog tegen Iran maakt daarmee, net als de voortdurende oorlog in Irak, deel uit van de poging van de heersers van de VS om haar wankele wereldmacht te verstevigen met grove militaire middelen.

Grootst mogelijk alarm

En om die hegemonie af te dwingen is de VS bereid heel ver te gaan. Scenario's zoals onderzoeksjournalist Seymour Hersh die vorige week schetste in een artikel in de New Yorker dat groot alarm sloeg, spreken van grootschalige bombardementen. Inzet van tactische kernwapens, om diep-ingebouwde Iraanse kernafaciliteiten te raken, wordt daarbij overwogen. Een kernaanval beginnen, met als voorwendsel het voorkomen dat Iran kernwapens krijgt - dat is een absurd maar helaas volslagen realistisch vooruitzicht. Eerdere berichtgeving rond een rapport van de Oxford Research Group, die onderzoek deed naar mogelijke gevolgen van een aanval, sprak al van duizenden doden die te verwachten zijn bij bombardementen. En heeft iemand al bedacht hoe het eruit ziet als een enkel tactisch kernbommetje (een paar keer Hiroshima) per ongeluk niet in een ondergronds laboratorium belandt, maar op de markt in Teheran? Tijd inderdaad, hoog tijd, voor het grootst mogelijke alarm.

Dank aan AGS, Dylan, Kees en Maarten voor de aanmoediging en de stimulerende gesprekken die mede dit artikel tot stand hielpen komen. Wat ik hier schrijf is uiteraard geheel voor mijn rekening En wie enige overeenkomst ziet tussen deze tekst en een praatje dat ik onlangs voor een bijeenkomst van de Internationale Socialisten in Utrecht hield, heeft geen ongelijk, al is het stuk geen directe kopie ervan maar wel degelijkk vandaag gemaakt....

10 april 2006

Victorie in Frankrijk smaakt naar meer

Miljoenen scholieren, studenten en arbeiders hebben in Frankrijk een grote overwinning geboekt op een rechtse regering. Tien weken van demonstraties, bezettingen van scholen en universiteiten, weg- en spoorblokkades, stakingen en rellen hebben premier Villepin gedwongen zijn alom gehate CPE-flexcontract vcoor jongeren terug te trekken.

Het lijkt een kwestie van tijd voordat de premier zelf ook het veld ruimt. Zijn droom om president Chirac op te volgen nadat hij met de CPE zijn reputatie als neoliberale Napoleon zou hebben gevestigd, ligt aan gruzelementen. De tiende april 2006 is daarmee een dag die door alles wat sociaal is, binnen en buiten Frankrijk, gevierd kan worden als dag van grote victorie op antisociaal neoliberaal beleid.

Het is tevens een door en door democratische overwinning op politici die met een kiezersmandaat uit de prehistorie schermen maar wiens CPE-wet door een tweederde meerderheid van de bevolking werd afgewezen. De actievoerders streden hun strijd in de wetenschap dat die meerderheid aan hun kant stond. De actievoerders organiseerden hun strijd bovendien op door en door democratische wijzen, met Assemblees Generales (algemene vergaderingen) op de scholen en universiteiten die keer op keer discussieerden en stemden over voortzetting van bezettings- en andere acties. Ze lieten daarmee zien hoe democratie werkt als de rechtstreeks betrokkenen samen zelf het heft in eigen handen nemen.

Parool-correspondent Olivier van Beemen zit er, met zijn uitspraak: "de democratie heeft verloren van de straat" dan ook goed naast. In werkelijkheid heeft de democratie van de straat het rechtmatig gewonen van de karikatuur van democratie die nog in de regeringsgebouwen rondspookt maar deze keer geen partij bleek tegen een vastberaden massabeweging.

Is de strijd nu voorbij? Vakbonden, studenten-, en scholierenleiders spreken terecht van een overwinning. De vakbond CGT: "Het is een authentiek succes van vakbondsactie en van verenigde mobilisatie van studenten en scholieren en van arbeiders van alle generaties. Deze overwinning geeft ons vertrouwen om positieve oplossingen te vinden voor de problemen van flexcibilisering en werkgelegenheid voor jonge mensen en voor alle categorieen van arbeiders." Jean Claude Mailly, van de vakbond FO, zegt: "De CPE is dood en begraven. Het doel is bereikt." En Francois, van de dergde belangreijke vakbond CFDT, zegt: "Als er een nieuwe tekst komt waarin de CPE niet verschijnt, dan wil dat zeggen dat de CPE van tafel is gehaald, dat is wat telt (allebei geciteerd vanuit de International Herald Tribune).

Maar niet iedereen is zo definitief als de laatste twee vakbondsleiders. Bruno Juillard, aanvoerder van studentenbond UNEF en uitgegroeid tot 'gezicht' van de beweging, spreekt van een "eerste overwinning", en wil " de druk op de ketel houden."; studenten in Nantes hebben al gestemd voor een voortzetting van de blokkade van de Letterenfaculteit aldaar. En een verslag uit Montpellier ziet weinig meer in de terugtrekking van de CPE dan een truukje, en spreekt misprijzend over de neiging van sommige studenten om nu blokkades maar af te blazen. Als dit geluid wijd verspreid is, dan gaat de strijd sneller een volgende ronde in dan de regering zelfs in haar nachtmerries onder ogen ziet...

Jay Taylor Wyndorp, die in Bordeaux herhaaldelijk aan de acties deelnam en verslag doet op zijn weblog, zegt intussen terecht dat er nog genoeg andere verwante zaken zijn om voor door te vechten. Zo is er nog de CNE, het flexcontract voor arbeiders in bedrijven met 20 personeelsleden of minder. Hij concludeert ook: "er zijn twee belangrijke punten naar voren gekomen: in de eerste plaats heeft de anti-CPE-beweging een hele nieuwe generatie van studentenactivisten gepolitiseerd; in de tweede plaats heeft het open publieke debat in Frankrijk de mate waarin het moderne neoliberale kapitalisme faalt ter discussie gesteld."

Grote aantallen zojuist sterk geradicaliseerde studenten en scholieren, middenin een furieuze brede discussie over een vrije marktpolitiek die mislukt - het zij ingrediënten voor nieuwe golven van verzet. Of die meteen aansluitend plaats gaan vinden, als rechtstreekse follow-up van de anti-CPE-strijd, of dat er een tijdelijke gevechtpsauze intreedt, zal de komende dagen duidelijk worden. Maar hoe het ook zij: deze victorie smaakt naar meer, en niet alleen in Frankrijk.

9 april 2006

Korte vrolijkheden

Hier en daar doen wrang-vrolijke berichten de ronde op het internet. Hier drie aardige gevallen.

"Na jaren van onverschilligheid van regeringswege voor virusepidemieën heeft presidente Bush een emergency persconferentie bijeengeroepen om een regeringscampagne te lanceren tegen het Humane Altruisme Virus (HAV), dat de natie dreigt t.e teisteren.
'Vergis je niet', zei de president. 'dit is een terroristische microbe. Vergeleken met HIV, dat voornamelijk mensen dood die ons niets kunnen schelen, rwaakt dit voirus solide Amerikaanse burgers' (...)

Volgens het Centre for Disease Control lijkt het Humane Altruisme Virus - of HAV - tientallen jaren aanwezig geweest te zijn zonder actief te worden, maar het kwam naar voren rond februari 2003, vlak voor de VS-invasie van irak. Symptomen ervan omvatten kortademigheid, transpireren in de nacht, en het terugkerende waanidee dat een Iraaks leven niet minder waard os dan een Amerikaans leven..." Suzie Day legt de zaak verder uit in MR Magazine, en intervieuwt zelfs een slachtoffer van de gevreesde nieuwe epidemie...

Mickey Z komt in Counterpunch met een voorstel voor een monument naar aanleiding van de Irak-oorlog. Hij stelt een compleet themapark voor, onder de naam OIL (Our Iraq Liberators). Daar wordt elk uur een plastic standbeeld van Saddam neergehaald voor de bezoekers, af en toe ontploft er een nep-bom langs de weg, en eens per dag wordt er heel realistisch een burgeroorlog tussen Soennieten en Sjiiten opgevoerd.

Je kunt je zelfs later fotograferen in de bekende Aboe Ghraib-pose, met elektroden aan je vastgemaakt met een actrice die Luynne England speelt en naar je kruis wijst terwijl ze een sigaret uit haar mondhoek heeft hangen. Als aandenken krijgen de bezoekers een T-shirt: "I visited the OIL memorial, and all I got was the Gulf War Syndrome"...

Tot slot Frankrijk. Jay Taylor Wyndorp begint een schets van de crisis rond het CPE-arbeidscontract als volgt. "Geruchten deden de ronde in Frankrijk dat Frenchgov.com het uitbrengen van een nieuwe versie van CPE, hun baancreatiepakket voor de jongerenmarkt, wil vervroegen, zelfs voordat versie 1.0 goed en wel is uitgebracht (...)

Frenchgov.com, berucht vanwege hun software vol bugs, hield vol dat het CPE, v.1.0 pakket, dat code bevatte waardoor het pakket binnen twee jaar onverklaarbaar kan crashen, een 'feature' is. Als de installatie gecrashed is, wordt het pakket onbruikbaar, en dan moet de gebruiker een ander pakket vinden om weer aan de gang te kunnen..." Etcetera. Lees het, dan ben je weer helemaal bij

5 april 2006

Frankrijk: hoe verder?


opmerking vooraf: dit stuk is natuurlijk weer onhanteerbaar lang geworden. Maar omdat de omntwikkelingen in een bslissend stadium lijken te zijn, en snel kunnen gaan, plaats ik het toch als een enkel stuk, en niet in onderdelen.

De massabeweging in Frankrijk tegen de nieuwe arbeidswet voor jongeren (eigenlijk: tegen jongeren) staat op het punt te scheuren. Onder bondsleidingen wordt de neiging om een compromis te zoeken en de regering in leven te laten, steeds openlijker. Maar de gezamenlijke bonden hebben toch maar wel een ultimatum gesteld. Intussen gonzen tal van steden van steeds wildere acties van scholieren, studenten en anderen. De strijd is bepaald niet gestreden.

Wat wil rechts?

Om te snappen wat er gaande is dienen we het hele Franse slagveld, de frontlinies te bekijken en de diverse krachten aan beide kanten ervan onder de loep te nemen. Aan de ene kant staan ondernemers, regering en de diverse rechtse politici daaromheen. Zij worden verenigd door een doel: de positie van het Franse kapitaal, de concurrentiekracht van de Franse ondernemersklasse op de wereldmarkt, moet drastisch worden versterkt.

Belangrijk obstakel dat daarvoor uit de weg moet is de relatief sterke positie van arbeiders in Frankrijk, het feit bijvoorbeeld dat ondernemers hun arbeiders niet eenvoudig kunnen ontslaan als ze een vast contract hebben. De ontslagbescherming moet dus worden afgebroken, zodat een ondernemer geen minuut langer vastzit aan een arbeider als die niet winstgevend kan worden ingezet. Dat is de achtergrond van de aandrang op 'flexibeler arbeidsmarkten'.

Daarin heeft de Franse kapitalistenklasse al diverse stappen gezet. Afgelopen jaar is de CNE ingevoerd, een flexibel arbeidscontract voor bedrijven met 20 of minder personeelsleden, enigszins vergelijkbaar met de CPE. Jongeren zijn al onderworpen aan allerlei flexcontracten (tijdelijke contracten met een tevoren vastgestelde duur, of het nu twee weken is of een half jaar). En nu zijn dus mensen van 26 jaar en jonger aan de beurt, met de inmiddels alom verafschuwde CPE.

Dat laatste contract is door Villepin verkocht als bestrijding van de jeugdwerkloosheid. Maar dat is een verkooppraatje. Zelfs als een ondernemer iets sneller een jongere aanneemt als hij die weer snel op straat kan kwakken, dan nog doet hij dat alleen als er markt is voor de spullen die de jonge arbeider gaat maken. Geen winstverwachting, dan ook geen baan, hoe flex de contracten ook zijn. De CPE-baan van de jongere zou bovendien wel eens in de plaats kunnen komen van een vaste baan voor een iets ouder iemand. Dit betekent verschuiving van vaste banen voor oudere werknemers, naar losse banen voor jongeren, die daarmee inderdaad als een soort wegwerp-arbeiders worden misbruikt.

En hoe makkelijk wordt het niet om vervolgens ook oudere arbeiders in bedrijven met meer dan 20 personeelsleden onder druk te zetten om minder ontslagbescherming, lager loon, langere werktijden te slikken? Als oudere arbeiders in grote bedrijven dat weigeren, kan de baas immers nieuw personeel aannemen - CPE-jongeren. Zo dreigt de CPE een breekijzer te worden dat zich tegen de ontslagbescherming en verdere rechten van alle arbeiders richt. Precies dat is het doel van ondernemend Frankrijk en zijn politieke vertolkers Chirac, de Villepin, Sarkozy en de rest: een strategische verzwakking van arbeidersrechten doordrukken, ten
gunste van het Franse kapitaal.

Verdeeldheid ten top

Maar daar houdt de rechtse eenheid op. Villepin dacht de CPE snel en zonder overleg met vakbonden en parlement door te drukken. De uitbarsting van protest laat zien dat dit een kostbare tactische fout was. Al wekenlang geeft minister Sarkozy signalen af dat hij dit snapt, en dringt hij aan op concessies. Hij hoopt dat zo de rust terugkeert, terwijl intussen, ook nadat de CPE van scherpe kantjes is ontdaan, het principe van flexibeler contracten en een flexibeler arbeidsmarkt, een stap verder is gekomen. Door zich tegelijk te profileren als vredestichter met de vakbonden hoopt hij zijn positie om straks de rechtse presidentskandidaat te zijn als Chirac' s termijn erop zit.

Chirac zelf zette zijn kaarten eerst op Villepin, zweeg vervolgens wekenlang vrijwel, maar speelde met zijn merkwaardige toespraak van afgelopen vrijdag Sarkozy de bal toe. Immers, die toespraak kondigde niet alleen doorvoering van de CPE aan, maar vroeg ook meteen een wijzigingswet om de scherpte ervan te verminderen. Daarbij moet de regeringspartij het voortouw nemen. Voorzitter van die partij: Sarkozy.

Dan hebben we nog de mensen waar het de regering om te doen is. Nee, niet de jonge werklozen, ik bedoel de ondernemers voor wie de flexibeler arbeidsmarkten zoveel voordelen belooft. De MENEF, Franse ondernemersorganisatie, heeft al aangegeven dat wat haar betreft die CPE niet meer zo hoeft. De reden is tactisch van aard. Het verzet dat is losgekomen is potentieel veel gevaarlijker voor de kapitalisten dan de afwezigheid van de CPE. Nu de CPE van tafel en de rust terug - en dan later weer kijken hoe alsnog flexibeler contracten doorgevoerd kunnen worden, dat lijkt de inzet te zijn.

Daar komt bij dat de Socialistische Partij al heeft aangekondigd dat ze de CPE schrapt zodra ze de verkiezingen wint. Gezien de fenomenale populariteitsdaling van Villepin en zijn clubje (van 'regering' kun je nauwelijks meer in alle ernst spreken) zit zo n overwinning er in. Dat zou betekenen dat nu dat CPE doorgedrukt wordt met de risicos van escalerend verzet - terwijl volgend jaar het ding langs parlementaire weg weer verdwijnt. Dat sop is voor Medef de kool niet waard.

Tenslotte zijn er ter rechterzijde, naast alle geluiden die compromis en verzoening prediken, ook nog heuse hardliners. Een enkeling. vindt Villepin te soft. Waarom alleen een beperkt flexcontract voor jongeren? Is het niet veel beter om in een keer een nieuw soort contract voor alle arbeiders door te voeren, om de flexibilisering frontaal door te voeren? Nu neemt de regering wel grote risico s met de CPE, maar boekt ze zelfs bij succesvolle doorvoering ervan slechts een deelsuccesje. "De keus gaat niet tussen een schocktherapie en kleine stapjes. De keus gaat tussen shocktherapie en niks. Het CPE is een stommiteit, want het voegt weer een niche toe op de arbeidsmarkt, terwijl er juist een arbeidscontract nodig is", aldus bijvoorbeeld econoom/ historicus Nicolas Baveraz in een interview dat hij gaf aan de NRC.

Dit soort geluiden zijn nu marginaal: ook rechts kan zien dat als ze met de CPE al niet wegkomen, een grotere aanval helemaal kansloos is. Maar als het actiefront verzwakt, de CPE er toch min of meer doorkomt, en bovendien de Franse economie blijft kwakkelen, dan kunnen dit soort snoeiharde geluiden wel eens prominenter worden.

We zien dus ter rechterzijde weliswaar eensgezindheid over het strategische doel van een flexibeler arbeidsmarkt, maar grote verdeeldheid over de weg erheen. Het brede, massale en voortdurende verzet tegen de CPE heeft het rechtse kamp in de verdediging gedrukt, en breuklijnen daarbinnen onder druk gezet en onderlinge rivaliteiten tot uitbarsting gebracht. Zonder dit verzet zouden al diegenen die nu aarzelingen laten blijken over de CPE gezwegen hebben en Villepin hebben gefeliciteerd met de succesvolle doorvoering ervan. Het verzet heeft daarmee nu al een stevig effect op de krachtverhoudingen in Frankrijk gehad, hoe de strijd ook precies afloopt. Het wordt tijd dit anti-CPE-kamp eens wat beter te bekijken.

Jongeren tegen CPE

Een stevige meerderheid van de Franse bevolking is tegen de CPE, neemt deel aan de acties ertegen of sympathiseert met het protest. Ruggengraat van dit protest zijn de jongeren zelf wiens arbeidsrechten het betreft. Terecht weigeren zij zich te laten behandelen als wegwerparbeiders, als papieren zakdoekjes die je na gebruik weg kunt gooien ('Kleenex-generatie').

Terecht nemen ze geen genoegen met de verzachtingen die Chirac aankondigde: verkorting van de periode waarbinnen ontslag per direct mogelijk blijft, van twee naar een jaar; en de verplichting voor ondernemers om toch een reden voor ontslag te geven. Uit een verklaring van een landelijke bundeling van afgevaardigden van actievoerende studenten en scholieren, op 2 april bijeen in Lille: "Handhaving van de proefperiode voor een jaar blijft onaanvaardbaar, want het blijft een stap in dezelfde richting. Wat betreft ontslag: het is niet meer gerechtvaardigd dan de CNE: we krijgen alleen het recht om de 'reden' te horen, geldig of niet, om het contract te beëindigen. Dank je wel, baas!"

De eis blijft onverkort: de CPE moet van tafel, helemaal, en zonder mitsen en maren. Daar is de protestbeweging van het begin af aan op gericht geweest, en dat blijft wat de jongeren betreft de onverkorte inzet. Tegelijk wordt de roep dat de regering en de president moeten vertrekken steeds weer gehoord: "Chirac, Villepin, Sarkozy: jullie proefperiode zit erop", is een terugkerende leus op de acties.

Vakbonden op de rem

Tegen een flexibele arbeidsmarkt met personeel als wegwerpartikel, en tegen regeerders die dat koste wat kost doordrukken dar daarmee de solidariteit ondermijnen - dat is wat de beweging kenmerkt. Je kunt ook zeggen: voor het overeind houden van de solidariteit, voor een toekomst van bestaanszekerheid. Precies daardoor krijgt de jongerenrevolte een grote weerklank onder erg veel arbeiders, zelfs onder een meerderheid van de bevolking. Dat verklaart de deelname aan de anti-CPE-strijd van twee andere politiek krachten: de vakbonden, en de gevestigde linkse partijen.

De vakbonden weten dat doorvoering van de CPE niet alleen jongeren raakt, maar alle arbeiders. Oudere arbeiders komen immers onder druk te staan van ondernemers die zeggen: als jullie niet akkoord gaan met minder ontslagbescherming, minder loon, minder rechten sowieso, dan nemen we liever wegwerp-CPE-jongeren aan. Groepen arbeiders worden zo tegen elkaar uitgespeeld, waardoor de solidariteit tussen groepen kapotgemaakt dreigt te worden. De vakbonden hebben dus een goede, strategische, reden om nee te zeggen tegen de CPE: die is onderdeel van een aanval op de rechten van alle arbeiders, niet alleen van jongeren. Solidariteit is hier welbegrepen eigenbelang, en daar is niets mis mee, het is waar vakbonden voor zijn opgericht.

Maar er is een tweede element in de vakbondspolitiek. De organisaties, vooral de bestuurders ervan, zien een grote, strijdbare massabeweging opkomen. Erbuiten blijven betekent dat die beweging haar eigen, steeds radicalere, weg dreigt te kiezen. En omdat de strijd tegen de CPE alle arbeiders aangaat, is er kans dat arbeiders, jong en ouder, zich bij de stakende en demonstrerende studenten en scholieren aansluiten. Dat kan op twee manieren: buiten de vakbonden - en dan heb je een wilde beweging die een confrontatie met de hele gevestrigde orde aangaat. Of via de vakbonden, zodat de beweging gebruikt wordt als pressiemiddel om concessies los te krijgen van de regering.

Want, in tegenstelling tot de jongeren zelf, zijn de vakbonden veel minder resoluut in hun 'nee'. Belangrijke grief van de gevestigde vakbonden is dat Villepin niet eerst met die bonden heeft overlegd voor hij met zijn CPE-wetgeving kwam. Door nu het verzet tegen die CPE te steunen willen ze de regering laten voelen dat er met de bonden rekening gehouden moet worden, en dat er anders problemen komen. Jongeren komen rechtstreeks op voor hun rechten. Oudere arbeiders ook, maar iets meer indirect. De vakbonden als organisaties komen vooral ook op voor hun onderhandelingspositie tegenover bazen en regering.

Daar vloeit echter voor de beweging als geheel een groot risico uit voort. Om te winnen, is all-out-verzet noodzakelijk. Van demonstraties via school- en faculteitsbezettingen naar straat- en spoorblokkades naar stakingen van onbepaalde duur. Veel jongeren zien dat, en proberen er naar te handelen ook. De hele aanpak gaat er van uit dat de regering de vijand is en verslagen moet worden met alle middelen die de beweging in stelling weet te brengen.

De bonden echter willen de regering wel een beperkte nederlaag toebrengen, maar niet compleet verslaan. Immers, zij zin zichzelf als diplomaten vanuit de arbeidersbeweging, in de richting van (ook) de regering. Diplomatie veronderstelt dat je het bestaansrecht, de legitieme rechten, van de opponent erkent en onaangetast probeert te laten. Anders valt er niets te onderhandelen.. Een onbeheersbare radicale massastrijd tegen Villepin en zijn CPE botst met dit overleg-perspectief.

Vandaar dat je reeksen uitspraken kunt vinden waarin vakbondsleiders de regering zo ongeveer smeken om de CPE in te trekken, omdat er anders "chaos", "een gevaarlijke crisis" of iets dergelijks dreigt. Gerard Aschien, leider van de docentenvakbond FSU legde uit waarom hij stakingen steunde : "We kunnen ons niet veroorloven om langer te wachten omdat de studentenbeweging doorgaat, en dat kan gevaarlijk worden. We hebben daraom een staking nodig volgende week, we zullen een oproep publiceren." Vakbondsactie om radicaliserende studenten de wind uit de zeilen te nemen, dat is deel van de strategie van de vakbondstop.

Een ander voorbeeld uit een gezamenlijke verklaring van vak- en studentenbonden waarin ze de regering op te roepen om de CPE in te trekken en onderhandelingen te beginnen. "Het is dringend noodzakelijk dat de hoogste autoriteiten de situatie in ogenschouw nemen en antwoord geven op deze eis. Om te voorkomen dat het land afglijdt in een diepe crisis moet de regering hiertoe besluiten." Voor veel jongeren is juist dat "afglijden in een diepgaande crisis" - ofwel: het aanjagen van een volslagen sociale confrontatie - steeds meer de manier om niet alleen de CPE te verslaan, maar de aanstichters ervan uit het zadel te lichten. Volgens mij hebben ze daarin gelijk.

Gevestigd links speelt eigen spel

Dan zijn er de gevestigde linkse partijen, de Socialistische Partij (SP, de Franse PvdA), en de PCF (Communistische Partij). Veel van de gewone leden, vooral van die laatste, doen oprecht mee aan de acties omdat ze de solidariteit willen verdedigen. Voor de leiders spelen er minder fraaie motieven.

Volgens jaar zijn er verkiezingen. De regering is ongekend impopulair, de CPE is de doodssteek. Door mee te doen met het verzet daartegen profileert parlementair links zich, en hoopt bij die verkiezingen te oogsten. Maar ook hun verzet tegen de CPE is niet zeer principieel. Tussen 1997 en 2002 regeerden SP en PCF, en voerden een beleid dat niet veel anders was dan wat rechts nu doet. Parlementair links verdedigt dezelfde markteconomie, dezelfde ondernemersklasse, het hanteert alleen iets socialere retoriek en doet wel eens een sociale concessie. Er is geen enkele reden om van een volgende SP-PCF-regering, of zelfs van een linkse president uit deze hoek, wezenlijk meer te verwachten.

Dat SP en PCF nu zo frontaal stelling nemen heeft wordt ingegeven door angst voor een grote confrontatie tussen massabeweging en regering. Door steun te geven aan de protesten hopen ze tegelijk een matigende invloed te kunnen spelen. Je ziet dat al in uitlatingen: Als de SP straks regeert schrapt ze de CPE meteen, heeft SP-leider Hollande al gezegd. Dat klinkt erg radicaal en stoer. Maar het klinkt ook als: waarom nog actie voeren nu? Waarom niet even wachten, en volgend jaar allemaal op de Socialistische Partij stemmen? Niet voor het eerst zou vertrouwen in parlementair links daarmee de dood in de pot betekenen voor grootschalig straatprotest.
Riskante traagheid

De matigende werking van vooral vakbonden is al herhaaldelijk merkbaar geweest in de huidige protestbeweging. Sowieso wachtten de bonden wel lang met het inzetten van het stakingswapen. Pas toen de beweging al zes weken bezig was, kwam de eerste stakingsdag, op 28 maart.
En beide grote actiedagen van afgelopen weken, zowel 28 maart als 4 april, werden niet aangekondigd als algemene stakingen. De formulering was veel vager: "dag van interprofessionele actie, werkonderbrekingen, stakingen en demonstraties", lezen we in de oproep voor 4 april ("interprofessioneel" wil zoveel zeggen als " met deelname van allerlei beroepsgroepen en sectoren").

Welke beroepsgroepen deelnamen en welke niet, hing sowieso erg af van de kracht van de vakbonden. Die is in de openbare diensten veel groter dan in de particuliere bedrijven. Maar een expliciete oproep tot een algemene staking had activisten, ook buiten de plekken waar de bonden sterk waren, extra steun in de rug gegeven - zeker als de bonden de activisten ook daadwerkelijk waren bijgesprongen in de voorbereiding van stakingsacties. Nu bleef het stakingsdeel van de actiedagen halfslachtig.

Een tweede voorbeeld van het afremmen van de strijd zagen we al eerder. Op 16 maart hielden studenten en scholieren een landelijke actiedag. Ze hadden de vakbonden opgeroepen zich aan te sluiten. De bonden kozen er echter voor om twee dagen later, op een zaterdag, zelf een actiedag tegen de CPE te houden. Dat droeg nu niet echt bij tot een maximale slagkracht.

Al dit soort dingen tekenen de voorzichtigheid van de bonden, de weerzin om van de strijd tegen de CPE een strijd tegen de regering zelf te maken. Precies daardoor ging de verzwakking van de regering, het loskomen van de concessies, veel trager dan mogelijk. Mijn voorspelling aan het eind van mijn eerste stuk over de Franse gebeurtenissen zat er dan ook flink naast. "Binnen een week weten we waarschijnlijk of alleen het kwalijke CPE-plan sneuvelt, of dat ook de regering het loodje legt." Dat was op 19 maart, we zijn inmiddels meer dan twee weken verder, en zowel de CPE als de regering zijn nog min of meer in het land der levenden. De remmende rol van de vakbonden heeft veel met deze vertraging te maken.

Deze traagheid is erg riskant. Ongetwijfeld hoopt de regering dat de massa's van actievoerders vermoeid raken voordat de druk op de regering te groot is. Vroeg of laat rakenactievoerders ook vermoeid - het is dus zaak om de beslissende slagen uit te delen voordat uitputtingsverschijnselen fatale impact krijgen. Dat de opstandige jongeren nog steeds doorgaan geeft de diepte van hun woede aan. Maar de tijd is niet onbeperkt.

Vandaag zal veel duidelijk worden hoe de opstelling van de vakbonden wordt, en wat voor impact dat gaat hebben op de beweging als geheel. Ik denk dat we rekening moeten houden met serieuze onderhandelingen tussen bonden en Sarkozy. Het zou mij niets verbazen als de vakbonden voorlopig van een nieuwe actiedag afzien. Ik zag al in een bericht op Libcom.org dat de vakbonden de CPE-wet geschapt willen zien voor 17 april. Het NOS-journaal van 20 uur meldt inmiddels datd e gezamenlijke bonden een ultimatum hebben gesteld: het parlement dient voor 15 april de CPE te hebben weggestemd. Zo niet, dan is geen actiemiddel meer uitgesloten, aldus een vakbondsleider.

Dat is strijdbare taal, en laat zien dat de bonden de druk vooralsnog op de ketel houden. Maar weer nemen ze wel overmatig veel tijd - tijd waarin gesprekken met het regeringskamp hun eigen, voor de strijd mogelijk fatale, dynamiek kunnen krijgen. En gaan de bonden in de tussentijd netjes afwachten of de regering alsnog tot inkeer komt? Het is niet te hopen.

Opstand gaat door

Studenten en scholieren wachten gelukkig niet, maar gaan door. Actievoerders blokkeren treinen in La Roche-sur-Yon. Actievoerders blokkeren twee sorteercentra van de posterijen in Toulouse. Actievoerders blokkeren wegen in Poitiers. Actievoerders blokkeren de toegang tot een bedrijventerrein bij Lannion, en een bedrijvenzone in Limes.

Maar een doorbraak vereist meer. Samenwerking met in arbeiders, buiten en binnen de vakbonden, zoeken lijkt me juist nu belangrijk. En dan toch snel naar een nieuwe en scherpere actiedag - nu wel met algemene staking als deel van het pakket, en als opstap naar meer. Om eenheid van studenten en scholieren met arbeiders te winnen zijn initiatieven van studenten en scholieren om rechtstreeks samenwerking met arbeiders te zoeken geweldig belangrijk. Die zijn er, vanuit de landelijke bundeling ('coördinatie') van gekozen afgevaardigden van actievoerende studenten en scholieren die op 2 april in Lille bijeen was.

Uit de verklaring van die coördinatie: "Wij verplichten ons tot steun aan de beweging van arbeiders. Wij zijn klaar om deel te nemen in allerlei soorten van gezamenlijke acties die de staking kunnen helpen opbouwen. We steunen het opzetten van Algemene Vergaderingen overal, wat ons in staat zal stellen om democratisch over de te ondernemen acties te beslissen, en over onze eisen. Omdat casualisering (opm. rooieravotr: invoering van flexwerk, flexibilisering op de arbeidsmarkt) niet alleen het resultaat is van de CPE en de CNE, zeggen we toe om alle eisen die vastgesteld worden door strijdende arbeiders te steunen, zoals bijvoorbeeld loonsverhoging of overdracht van alle flexcontracten naar de CDI (permanent contract).

We steunen de oproepen van plaatselijke vakbonden voor stakingen die op 4 april beginnen en daarna voortgezet kunnen worden, ren we roepen alle organisaties op om aankondigingen te doen voor stakingen van onbepaalde duur ('all-out-strikes', staat er in de Engelse vertaling), op plaatselijk en landelijk niveau, en om zich werkelijk in te zetten voor het bouwen van de algemene staking tot de zogeheten Wet voor Gelijke Kansen, de CPE en de CNE zijn ingetrokken."

Als een landelijk overleg van actievoerende studenten en scholieren middenin een massabeweging van grote omvang dit soort initiatieven neemt en uitdraagt, is de vergelijking met mei 1968 die door veel kranten badinerend wordt weggewuifd, bepaald geen onzin. La lutte continue, wel degelijk!

4 april 2006

Weer een actiedag: eerste indrukken


Weer een grote actiedag in Frankrijk tegen de CPE, het foute flex-contract dat premier Villepin jongeren door de strot dacht de werken. Eerste indruk: de aantallen demonstranten zijn minstens zo groot als vorige week, maar de stakingen zijn wat kleiner van schaal. Dat valt af te leiden uit een artikel van Le Monde afgelopen middag.

Uit berichtgeving van libcom.org, waar ik ook het Le Monde-verhaal vond, krijg je bovendien de indruk dat de acties de neiging hebben om feller te worden: een gemeentehuis bezet door 1000 studenten in Belley, 200 demonstranten die spoorrails bezetten in Lorient, waarna de politie traangas op ze afvuurde; een botsing in rennes tussen oproerpolitie en demonstranten die op wilden trekken naar een kantoor van regeringspartij UMP; enkele honderden scholieren die wegen blokkeerden en botsten met de politie, waarna traangas en stenen werden 'uitgewisseld'.

De groeiende felheid valt ook af te leiden uit beelden die ik zonet zag op CNN en RTL4: grote groepen jonge mensen verzamelen zich op een plein in Parijs, waarbij korte gevechten met de politie afgewisseld worden door een gespannen ' rust'. Volgens de libcom-berichtgeving is er een oproep gedaan aan mensen om zich om 20.00 uur te verzamelen. Dat kan nog een spannende avond worden, en het valt niet af te doen als de spreekwoordelijke 'handvol raddraaiers' - al twijfel ik er niet aan dat precies dat thema de toonzetting van de berichtgeving zal bepalen.

Dit ziet er allemaal niet uit als een beweging die erg gemakkelijk ingekapseld gaat worden door linkse parlementariërs en vakbondsbestuurders, hoe hard die dat ook proberen. Over het geheel genomen laat de actiedag een nog steeds in omvang en slagvaardigheid groeiende beweging zien. Ze lijkt op weg de regering een stevige nederlaag te bezorgen.

Het regeringskamp maakt intussen een warrige, aangeslagen indruk. De Volkskrant meldt dat Sarkozy, minister van binnenlandse zaken in de regering van Villepin, maar tegelijk diens rivaal voor de opvolging van president Chirac, het volgende fatale zinnetje liet uitlekken: "De CPE is dood, we moeten alleen nog een begrafenis organiseren."

Chirac zelf heeft met zijn toespraak vorige week alleen maar de verwarring en angst onder de rechtse politici gedemonstreerd. Een wet ondertekenen en meteen oproepen om een nieuwe wet te maken die de juist getekende wet deels onderuit haalt, het oogt bepaald niet stevig. Blijkbaar weet Chirac dat onverkorte doorvoering van de CPE kansloos is, maar wil hij zijn regering, en daarmee indirect zichzelf, een volledige afgang besparen.

Maar de houding van de beweging blijft kraakhelder: de CPE moet weg. Een groeiend deel van de beweging voegt eraan toe dat de regering zelf ook dient te verdwijnen. De 'begrafenis' waar Sarkozy van sprak zou wel een niet alleen de CPE-wet kunnen betreffen, maar ook de regering die het onzalige plan heeft bedacht. Als het zover komt, heeft het massale verzet tegen afbraak van arbeidsrechten een grote overwinning in de wacht gesleept. Maar of het zover komt, staat nog niet vast. Binnenkort meer...

3 april 2006

Even ziek, en van internet verstoken geweest

Zo, daar ben ik weer, net op tijd voor de volgende grote actiedag in Frankrijk. Ik heb een griepje, ben aan de beterende hand, maar zat intussen ook nog twee dagen zonder internet en zo (een firewall die erg eigenwijs was. Ik heb ermee gedaan wat Franse jongeren met de CPE aan het doen zijn ). Inmiddels is het probleem onder controle, dus tune in 4 red comments etcetera, the coming days

1 april 2006

Wat een week!

Het jaar 2006 heeft er nu drie maanden opzitten - drie maanden waarin al belangrijker dingen zijn gebeurd dan in menig ander vol jaar. De geschiedenis is bezig over te schakelen in een hogere versnelling. Dat gaat soms sluipend, maar soms abrupter, schoksgewijs. Het lijkt erop dat de laatste week van maart 2006 zo'n schoksgewijze versnelling weerspiegelt. Immers: wat een week hebben we achter de rug!

Het begon in de Verenigde Staten. Daar zien we, eigenlijk al vele maanden lang, een Republikeins presidentschap onder de heren Cheney en Bush, dat steeds dieper in de modder lijkt weg te zakken.

Een Irak-oorlog waar het Amerikaanse leger in verzandt. Latijns-Amerika dat de ene linkse regering na de andere in het zadel stemt - en waar mensen keer op keer de straat op gaan om links een stevig zetje vooruit te geven. De VS kijken toe, intrigeren wat in de marge, maken de Venezolaanse president Chavez voor rotte vis uit, maar lijken de greep kwijt. Intussen grijpen in het land zelf schandalen om zich heen, van onthullingen rond de corrupte Republikeinse lobbyist Abramoff, tot het opduiken van een nieuw uitgelekt document dat laat zien dat Bush de oorlog met Irak wilde, diplomatie of geen diplomatie.

Maar hoe groot de problemen voor het Witte Huis ook werden, veel straatactie was er niet. Veel van de kritiek op Bush kwam van rechts. De heisa toen Amerikaanse havenfaciliteiten door een staatsbedrijf uit Dubai overgenomen leken te worden, werd getekend door fel chauvinisme en anti-Arabisch racisme.

Veel Democratische kritiek op de oorlog gaat vooral over de gebrekkige effectiviteit ervan, en richt zich niet tegen het principe dat de VS haar belangen wereldwijd gewapenderhand mag verdedigen. De Irak-oorlog wordt in deze kringen niet als een groot onrecht gezien, maar hooguit als een contraproductieve afleiding van de Oorlog tegen Terrorisme. Die laatste is, alweer in Democratische kring, boven iedere twijfel verheven. Ook dit is geen progressieve kritiek op Bush, integendeel.

Intussen bleef het op straat vrij rustig. Na de golf van anti-oorlogsacties in februari-maart 2003 waren er nu en dan oprispingen van protest: rond de Republikeinse conventie in augustus 2004; vorige zomer, toen soldatenmoeder Cindy Sheehan een actiekamp bij het zomerverblijf van Bush lanceerde en daarmee de beweging een stevige nieuwe impuls gaf; 24 september en 18 maart, de eerste datum een grote landelijke demonstratie, de tweede dag een reeks plaatselijke acties. Het was niet onbeduidend, het was hoognodig, maar van een aanzwellende golf van straatprotest was geen sprake.

Op andere thema's hetzelfde beeld. Heel even doorbaken enkele tienduizenden transportarbeiders de rust aan het klassenfront: kort voor kerst legden zij het openbaar vervoer in New York City plat, in een van de grootste stakingen sinds jaren. Vervolgens wezen ze ook nog het slechte akkoord af dat management, geassisteerd door vakbondstop de arbeiders in de maag wilden splitsen. Maar de rust keerde intussen wel terug, aan de oppervlakte althans.

VS: nieuwe burgerrechtenbeweging

Maar deze week zien we, even abrupt als onverwachts, opeens weer grootschalige beweging op straat. Minstens een half miljoen, mogelijk meer dan een miljoen, demonstranten in Los Angeles, tegen een pakket maatregelen dat de rechten van immigranten inperkt, verblijf zonder verblijfsvergunning tot misdaad bestempelt, hulp aan deze mensen tot criminele activiteit verklaart, en intussen mensen een zeer beperkte tijdelijke gastarbeidersstatus in het vooruitzicht stelt.

De mega-betoging in Los Angeles stond niet op zichzelf. In Chicago gingen 300.000 mensen de straat op. In diverse steden, ook weer in Los Angeles, verlieten tienduizenden scholieren de lessen uit protest. In tal van plaatsen waren demonstraties. Volgens een schatting zijn er in enkele weken tijds zo'n twee miljoen mensen in actie geweest. Zelfs organisatoren zelf waren overvallen door de hoge opkomst op de demonstratie in Los Angeles.

We zien hier de opkomst van een nieuwe beweging voor burgerrechten, zoals her en der al is opgemerkt. De beweging verenigt legale en 'illegale' arbeiders. Het gaat vooral om mensen van Latijns-Amerikaanse afkomst. Actiegroepen, vakbonden, maar ook tal van katholieke geestelijken en parochianen, steunen de protesten.

De strijd voor arbeidersrechten en de strijd tegen racisme en discriminatie vloeien hier samen. Woede en frustratie, gevoed door langdurige bestaansonzekerheid en discriminatie, stapelde zich jaar na jaar onder de oppervlakte op, en trad nu opeens aan de dag.

En de beweging staat tegenover zowel het Republikeinse establishment als tegenover de hoofdstroom van de Democratische partij. Allebei willen ze wel immigratie, om de bedrijven aan goedkope arbeidskrachten te helpen. Maar allebei willen ze dat die arbeidskrachten slechts minimale rechten krijgen zodat ze goedkoop blijven en zich niet weerbaar op kunnen stellen. En allebei kennen ze het nut van het politieke mechanisme waarmee politici migranten de schuld kunnen geven van de sociale ellende die de politici zelf over de bevolking afroepen.

De nieuwe burgerrechtenbeweging van vooral Latino's is daarmee een radicale uitdaging van het hele kapitalistische bestel in de Verenigde Staten. Het is een hoopvolle ontwikkeling, van geweldig verstrekkende betekenis. In de strijd tegen komend VVD-lijsttrekker Verdonk kunnen we dit stimulerende voorbeeld van overzee erg goed gebruiken.

Groot-Brittannië: grootste staking sinds 1926

In Europa gaan de dingen al net zo stevig in de versnelling, zo niet nog sneller. Op 28 maart, afgelopen dinsdag, werd dat in minstens twee landen zichtbaar. De protesten in Frankwijk tegen het CPE-arbeidscontract dat van jongeren een soort wegwerp-arbeiders wil maken, bereikten die dag een climax, met tegen de drie miljoen mensen op straat en stakingen in veel openbare diensten. Maar op dezelfde dag legden ook anderhalf miljoen arbeiders in Groot-Brittannië het werk neer om hun pensioenrechten te verdedigen.

De regering-Blair probeert de pensioengerechtigde leeftijd voor gemeenteambtenaren omhoog te brengen. Het excuus is, zoals meestal: geen geld. Maar gemeentewerkers kunnen wijzen op de hoge inkomens van de managers, op het geld dat de Britse staat over de balk smijt door oorlog te voeren in Irak en Afghanistan. Bovendien kunnen mensen zeggen: wij hebben premie betaald voor afgesproken opbouw van pensioenrechten. Waar haalt de regering het lef vandaan om daar eenzijdig in te graaien? Het is in feite dezelfde woede die we zagen op het Museumplein, op 2 oktober 2004, in een soortgelijk conflict.

Dus staakten gemeentewerkers, en hoe. Scholen moesten sluiten, vuilnis werd niet opgehaald, veerboten over de Mersey voeren niet, in Glasgow reede de metro niet, en in Noord-Ierland reden nauwelijks bussen en treinen. Veel arbeiders die zelf niet rechtstreeks bij de staking betrokken waren weigerden de picket-lines van stakende arbeiders te negeren en gingen dus ook niet aan het werk. En in tal van steden demonstreerden arbeiders. In Engeland bijvoorbeeld 3000 in Bristol, 1200 in Leeds; in Schotland 2000 in Aberdeen, 2000 in Dundee, tegen de 10.000 in Glasgow en 2000 in Edinburgh.

Deze actiedag kan het begin zijn van meer, een keerpunt in de Britse vakbondsstrijd. Sowieso was het de grootste staking sinds 1926, toen Groot-Brittannie vijf dagen lang een algemene staking kende. De staking van afgelopen dinsdag doet ertoe, laat zien dat de arbeidersbeweging haar spieren oefent voor grotere confrontaties.

Frankrijk: op weg naar 1968?

Waar in Engeland de vergelijking met '1926' de schaal van de strijd al illustreert, daar vervult in Frankrijk '1968' nog sterker die rol van ijkpunt. Nog is er in dat land geen sprake van stakingen van onbepaalde duur, en van de bedrijfsbezettingen door stakende arbeiders die in het jaar 1968 de beweging in Frankrijk zo' n grootse kracht gaven.

Maar de actiedag van 28 maart bracht wel veel meer mensen op straat dan die van 18 maart. En nu betrof het een doordeweekse dag, met stakingen, en geen zaterdag zoals op 18 maart. De dagen daarop vonden vele straat- en spoorblokkades van studenten en scholieren plaats. Beide kanten maken zich op voor de volgende krachtmeting, de actie- en stakingsdag van aanstaande dinsdag 4 april.

Intussen probeert het regeringskamp de schijn hoog te houden en een harde lijn door te drukken. Het Constitutionele Hof heeft gisteren de CPE-wet legaal toelaatbaar verklaard, Chirac steunt zijn premier Villepin, stoere taal van het type dat de straat niet mag regeren klinkt uit het regeringskamp.

Maar intussen is de twijfel en de angst ter rechterzijde bijna voelbaar. Minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy heeft al tot uitstel van de doorvoering van de wet opgeroepen, en tot een compromis gemaand. Parlementariërs van rechts zien niet alleen de sociale confrontatie naderen, maar ook een verkiezingsnederlaag dichterbij komen.

Zelfs de toespraak van Chirac van 31 maart verraadt de nervositeit: de president kondigde weliswaar aan de wet te zullen tekenen, maar kondigt tegelijk verzachtingen aan. Daarin zou de periode waarin jonge arbeiders zonder motivering op straat gegoid kunnen worden teruggebracht moeten worden van 2 tot 1 jaar. Bovendien moeten ondernemers bij ontslag nu toch aangeven waarom.

Misschien dat zo'n magere tegemoetkoming een maand geleden voldoende was geweest om de vaart uit de acties te halen. Nu echter wakkert het vasthouden aan de CPE, en aan Villepin als premier, alleen de woede aan, terwijl de minieme concessies bij actievoerders het idee zullen versterken dat ern [o]meer[/i] inzit als ze de druk verder opvoeren. Geen wonder dat dezelfde avond al een spontane demonstratie in Parijs plaatsvond, die begon met enkele honderden maar aangroeide tot enkele duizenden mensen toen omstanders zich aansloten.

De minister van onderwijs riep intussen schoolbesturen op de blokkades van actievoerders te breken en de politie te hulp te roepen. Tot nu toe komt daar weinig van terecht. Een schooldirecteur met enige werkelijkheidszin zegt: "Als je scholieren met de politie bedreigt, worden ze alleen maar meer vastbesloten."

De heersers van Frankrijk spelen met hun harde lijn hoog spel. Frankrijk, en daarmee Europa, staat op de drempel van een confrontatie met inderdaad revolutionaire dimensies. Een nieuw 1968 komt inderdaad in hoog tempo dichterbij - waarmee het historische karakter van de laatste maanden, en vooral van de afgelopen dagen, krachtdadig is onderstreept.

31 maart 2006

Franse bonden: 'Breidt de mobilisatie uit'

Het Constitutionele Hof heeft het gehate CPE-arbeidscontract donderdagavond wettig en toelaatbaar verklaard. Zodra president Chirac de wet tekent is die van kracht. De beweging maakt zich intussen op voor de volgende krachtmeting: op 4 april. Hieronder volgt de oproep van de gezamenlijke bonden om de strijd voort te zetten, gevolgd door enkele kanttekeningen.

Breidt de mobilisatie uit op 4 april, een nieuwe dag van mobilisatie

Verklaring van de bonden van studenten, middelbare scholieren en arbeiders

Het succes van de werkonderbrekingen en stakingen, en de macht van de demonstraties op 28 maart, hun eenheid en het feit dat alle generaties deelnamen (opm. rooieravotr: de letterlijke vertaling is 'intergenerationele karakter'), evenals de omvang en duur van de beweging op universiteiten en scholen, tonen aan dat het hier gaat om een historische mobilisatie, om de terugtrekking van de CPE en het openen van onderhandelingen te eisen.

Het is dringend dat de hoogste staatsautoriteiten zich rekenschap geven van de situatie, en deze eisen zonder dubbelzinnigheid inwilligen. Om te voorkomen dat het land afglijdt in een grote crisis moet de regering zich bezinnen en een keus maken. Het leiderschap van de gezamenlijke bonden eist dat de President zijn grondwettelijke bevoegdheden gebruikt om de CPE van tafel te halen.

De bonden bevestigen opnieuw de eis dat de regering de last van de CPE weghaalt door haar terug te trekken, en vandaar uit onmiddellijk onderhandelingen opent over werkgelegenheid, sociale onzekerheid, de toegangsvoorwaarden voor banen, onderwijs en de toekomst van jonge mensen.

Ze roepen arbeiders, studenten en scholieren op om, vanaf vandaag en door de hele week, de nadruk te leggen om dynamische eenheid, en de initiatieven om hun eis de CPE terug te trekken, te vermenigvuldigen. Ze nodigen hen uit om, onder andere, druk uit te oefenen op alle leden van het parlement.

De bonden zijn vastbesloten om de mobilisatie uit te breiden. Ze waarschuwden de regering tegen het gebruik van de sterke arm, met name met studenten en scholieren als doelwit. Ze hebben reeds besloten tot een nieuwe dag van actie van de diverse beroepsgroepen (opm. rooieravotr: 'interprofessionele actie' is de letterlijke vertaling), werkonderbrekingen, stakingen en demonstraties op 4 april.

Parijs, 29 maart
Verklaring van de bonden van studenten, scholieren en arbeiders

UNEF, CE, UNL, FIDL, CFDT, CFE, CGC, FO, FSU, Solidaires, UNSA

Bron: MR Magazine, 29 maart

Drie dingen vallen op. Allereerst de onverzettelijke eenhied en kracht die de verklaring uitstraalt. 'We hebben op grote schaal actie gevoerd, we gaan daarmee door tot de CPE van tsafel is, we laten elkaar niet vallen en laten geen onderdrukking van delen van de beweging toe.' Hiermee weersp[iegelt de oproep de geweldige dynamiek van de bweging zelf.

Maar we zien ook iets anders: de herhaalde roep om tot onderhandelingen te komen. Hiermee blijft de deur op een kier voor een of ander compromis. En dat terwijl voor grote aantal;len actievoerders het slopen van die CPE onderdeel is van een groter gevecht, dat minstens de val van deze regeringf tot inzet heeft. Een regering ten val brengen en onderhandelingen vragen van zo'n regering, dat bijt elkaar. Het zou een gemiste kans zijn als deze koers richting overleg de beweging in nodeloos gematigd vaarwater zou weten terug te dringen.

Dat hangt samen met het derde punt. De verklaring waarschuwt voor een dreigende 'grote crisis' - kennelijk bedoelt de verklaring daarmee een situatie warain de acties een zo radicale dynamiek krijgen dat de hele gevestigde orde bedreigd wordt. Vakbonden zijn bijna net zo bevreesd dat de beweging ' uit de hand loopt" als de autoriteiten en ondernemers.

Meer over de houding van de bonden lees je op de World Socialist Web Site, in het stuk "France: Unions appeal to president Chirac to resolve "First Job Contract" crisis' - al legt dat artikel een eenzijdig negatieve nadruk. Het is juist de tegtenstrijdigheid - aan de ene kant de weerklank van de strijdbare massabeweging, aan de andere kant de diplomatieke neigingen van de vakbondstop - die zo kenmerkend zijn, en waar de beweging op straat, in de faculteiten en scholen, en in de bedrijven, een antwoord op dient te vinden. Doorgaan met actievoeren is daar deel van, en prcies daarvoor is de verklaring wel degelijk ook een handvat.

En precies de 'dreiging' van zo'n crisis, precies het 'uit de hand lopen' van de situatie tot een grote confrontatie, is wat de regering op de knieën kan dwingen, en precies zo' n dreigende 'grote crisis' zou een grote stap vooruit zijn voor de beweging, die het mogelijk maakt om meer, veel en veel meer binnen te halen dan het stopzetten van die CPE alleen.